Het is tien voor zes ’s middags als ik de poorten van de stort binnen rijd. “Wat ik eigenlijk kom doen” vraagt een grote besnorde debiel achter het glas.

“Storten!” zeg deze goochemerd. Oei had ik beter niet kunnen zeggen. In plat Maastrichts wordt er uiteindelijk naar de klok gewezen. Geen idee wat de stortdebiel bedoeld, maar ik kijk ook en zeg; “Tja het is zeven voor”.

Hij nog eens kijken op de klok en kijkt vervolgens in mijn auto. “Ja maar dat krijg jij er niet voor zes uur uit!”

“Echt wel”

“Echt niet” zegt de debiel, terwijl hij loensend naar de klok en vervolgens naar mijn auto kijkt.

“Wedden dat ik voor zes uur alles heb uit geladen, gesorteerd gedeponeerd, meneer de stortdebiel!”

Dat is even nadenken en ondertussen loopt de klok tegen zessen. Het milieupark is helemaal leeg. Hij neemt mijn weddenschap aan en zonder te betalen speer ik rond. Om zes uur precies zwaai ik naar snorremans die dan al weer verdiept zit in zijn sexboekje. De slagboom gaat open, ik wens de stortdebiel een fijne orgastische nacht, zal wel alleen zijn.