Voorovergebogen stump ik door, vast besloten om op tijd te komen. Nu eens een omgekeerde situatie. De zin “en wel op tijd komen!” galmt na en is onwerkelijk. Ik ben altijd op tijd, man van de klok en time management. Het verkeer raast langs me heen. Ondertussen ben ik al 4 keer gespot en heb ik 2 keer moeten zwaaien. Ondanks het ongemakkelijke gevoel is het de drang die me door laat fietsen. De enorme aantrekkingskracht die er van uit gaat laat me zweven boven de weg. Ik zie niets meer, ik hoor alleen het loeien van mijn MP3, maar registreer niets. Rotondes neem ik, ontwijk auto’s en haal medefietsers in. Allemaal met 1 doel.
Ik voel de natte kussen van het nieuwsblad nog kleven op mijn wangen, ik wil ze afvegen, afboenen. Ik wil geen kleffe armen om me heen en al helemaal geen verhalen van haar horen. Ik maak mijn eigen verhaal. echte verhalen. Van mij!
Geheel in gedachten trap ik door mijn trapper heen. Schiet uit mijn versnelling en voel geen tegenstand meer. Door de kracht die mijn benen ontwikkelen, schiet ik naar voren. Mijn ballen raken de stang en een ogenblik registreer ik alleen ongeloof. Een fractie van een seconde later voel ik een knetterende pijn die me mijn adem ontneemt. Voor een drukke bushalte zit ik op mijn knieen gehurkt mijn pijn te verbijten. De tranen rollen over mijn wangen. Ik ben zo boos.

Met de fiets aan mijn hand strompel ik de straat in. Ik ben te laat, ze is al weg

Later op de dag laat de fietsenboer me een droom zien, bestaan ze dan toch?
Koga-Miyata WORLDTRAVELLER