Tijdens het voetballen met de kinderen duik ik tevergeefs naar een bal. Een streep van Roos links boven in de kruising en ik heb het nakijken. De bal stuitert, omdat het doel niet van netten is voorzien, de struiken in. Laverend tussen hondendrollen sta ik stil en zoek de bal. Ik zie de bal niet maar kijk naar een heuse heksenkring. Op mijn netvlies heb ik een stripboek van Suske & Wiske, weet alleen niet meer welke. Toop loopt ergens anders te stuiteren en is er zichtbaar niet mee eens dat Roos een doelpunt heeft gemaakt. Ben de bal echt kwijt, waar ik ook kijk, het kunstleren vijfje is nergens te bekennen. Roos wordt ongeduldig en komt naar me toe lopen. Ik laat haar de heksenkring zien. Omdat ik het zo bijzonder vind, komt ze geintresseerd bij me staan en hoort mijn orakel aan. Ze knikt gepast en kijkt met een afwijkende blik langs me heen op zoek naar haar bal. Tenslotte is het haar bal, gekregen voor haar rapport. Ik sta helemaal gefascineerd naar de kring te kijken. Allerlei gedachten komen bij me op. Ik zie dansende heksen in witte en zwarte gewaden tijdens volle maan, rituelen in het park en grote brandstapels. Ik word me weer bewust van het heden als Toop stuiterend bijna de kring in wil springen. Ik kan hem nog net tegen houden. Ik wil hem niet in de heksenkring laten komen. Ondanks dat ik niet bijgelovig ben, voel ik dat er magische krachten vanuit gaan. Maar de bal is nog steeds zoek. Roos begint te dreinen. Samen zoeken we verder. Langzaam begint bij mij een idee te komen, maar vind het zo absurd, dat ik het niet wil geloven. Als we na een kwartier zoeken de bal nog niet hebben gevonden, worden mijn geestelijke vermogens zwaar op de proef gesteld. Wat als die bal…….nee……dat kan toch niet? Maar waar is dat klote ding dan? Toop hangt ondertussen zwaar jengelend aan mijn broekspijpen en Roos is ontroostbaar. De aftocht valt zwaar, met twee huilende kinderen verlaat ik het veld. Als Roos nog een laatste blik over haar schouder werpt, zie ik haar gezicht klaren. Ze rukt zich los uit mijn handen en rent terug naar de plek waar we net hebben staan kijken. Stuiterend komt de bal terug. Innig omhelst ze haar bal en gelukkig lopen we terug naar huis. Als ik nog een laatste blik over mijn schouder werp, zie ik aan de andere kant van het park een dame in het zwart staan die naar ons kijkt, wanneer ik nog eens kijk is ze verdwenen.

Ballend en stuiterend snellen de koters voort, ik in gedachten volgend. Nee, dat kan niet waar zijn?