HAPPINESS [is] ONLY REAL WHEN SHARED”

― Jon Krakauer, Into the Wild

Op vrijdagochtend stap ik op de fiets, tassen gepakt, gevuld met snickers en sigaretten. Bier en whisky haal ik onderweg, zorg voor later.  De bijl is geslepen, banden opgepompt en mijn lief een kus gegeven.

Paul is vol energie en staat al buiten de poort op me te wachten. Ik ben gejaagd en stel het moment van vertrek zo lang mogelijk uit.

Denk te weinig aan mezelf en te veel aan anderen. Verwacht dat zonder mij de operatie niet werkt, incidenten niet worden opgevolgd. Ik doe hier mee mijn directe collega’s onrecht aan. Zij kunnen het wel, zit in mij om die ‘knop’ om te draaien. Het is de afgelopen maanden erg druk, veel aan mijn hoofd en hoog stress niveau. Weken van 80 uur zijn eerder regel dan uitzondering. Toch heb ik een lang weekend gepland om de bossen in te gaan. Loslaten van verantwoordelijkheden en genieten van de tocht.

De trage loop van de Maas is onze weg naar de Ardennen. De duidelijke overgang naar het Waalse land, zodra we de grens overgaan, is zichtbaar. Industrie terreinen en verloren land. De landsgrens is mijn scheidslijn om de stress achter me te laten. Bij iedere omwenteling valt de druk van me af en kan ik ontspannen, genieten van het landschap en lachend fietsen we Luik binnen.

De schoolkinderen hier hebben sportdag. In grote groepen rennen ze door het park en langs onze route door de stad, wijzen ons na; twee grote kerels op volgepakte fietsen, in de druilerige Waalse motregen. De poort van de Ardennen.

We volgen de Ourthe, door de regenval van de afgelopen dagen is deze woest. Het landschap verandert, industrie maakt plaats voor steile hellingen en bossen. Geur van haardvuren en rottend blad, aardse geuren.

We eten friet tussen jagers. Voor de deur staan mpv’s, binnen zitten een paar dozijn in het groen geklede kerels. Borden, opgediend met duimdikke, met saus overgoten, stukken everzwijn, worden verslonden. Het ziet eruit als een bacchanaal, rode gezichten door wijn; de jacht is in volle gang. Deze mannen gaan straks gevoed en gelaafd het bos in. We trekken alvast onze gekleurde reflecterende jasjes aan. Beter als clown de bossen in trekken, dan een schot hagel in mijn kont door een dronken jager.

Vlakbij de grot, raak ik het spoor bijster en verdwalen. Het bospad loopt dood. Gejaagd klunen we door bramenstruiken en slepen onze fietsen steile hellingen op. In de schemering en drijfnat, van inspanning zijn we eindelijk op onze bivak. Een half uur later brandt het kampvuur. Grillige schaduwen reflecteren op de rotswand. Stilletjes hopen we op everzwijn, opgejaagd door de drijfjacht. De worstjes voldoen. We trekken nog een biertje open. In de verte horen we dat er gejaagd wordt. In de beslotenheid van het vuur voelen we ons veilig. Twee kerels in een donker woud, met mooie verhalen om te delen.

kampvuur-grot.JPG