Met in de ene hand mijn mobiel, de andere aan het stuur draaiend, rijden we een schimmig straatje in,  in een schimmige wijk,  in een schimmige stad.  Volkser dan volks. knderen kijken hun ogen uit. Ik vraag me in stilte af waar ik mee bezig ben. Steeds dieper rij ik de wijk in.  De straatjes worden smaller. Ik slalom tussen de op de stoep geparkeerde auto’s door. Achter mij proberen opgeschoten jongens mij met hun opgevoerde scooters in te halen. “Cool”  hoor ik Roos op de achterbank zeggen als een van de jongens mij op 1 wiel inhaalt. De anderen volgen met veel lawaai en snelheid. Het meisje dat achterop de scooter zit, kijkt om en grijnst. Ik zie in een flits het flmscenario van ‘Spetters 2′ voor me. Haar lange wapperende haren verdwijnen in de verte als ik langzaam tot besef kom dat ik verdwaald ben. De man die ik net aan de telefoon had  was verbaasd dat ik geen navigatie aan boord had. Was ook wel te regelen klonk het op de achtergrond.  Ik parkeer de auto, ookal blokkeer ik de weg, maar op de achterbank waren ze er niet blij mee dat ik niet handsfree aan het rijden was. “Mama belt wel met een snoertje” , ” ja papa is het vergeten en nu ophouden”. Ik begin het benauwd te krijgen als een enorme Hummer achterop komt, dan maar met een hand verder. Na een laatste aanwjzing komen we aan voor een schimmig rijtjes huis. Een nog schimmiger persoon komt zijn huis uitlopen en met een grijns van hier tot Tokyo maakt hij mijn portier open. Een aantal stompjes tanden lachen mij toe en met onvervalst dialect worden we uitgenodigd om vooral binnen te komen. De kinderen rennen al naar binnen, uitgelaten na een lange rit. Weer die grijns. De Hummer wordt begroet. Als ik duidelijk maak dat ik eigenlijk heel snel weer naar huis moet in verband met een afspraak krijg ik weer een grijns. Binnen zitten de knderen aan de chips en cola. Ik slik, stel me voor en denk bij me zelf, ach barst. 1 Uur later, een honderd blogs aan ervaring en verhalen rijker neem ik afscheid. Vergeet ik bijna waarvoor ik gekomen ben, betaal en 65 euro armer ben k de trotse eigenaar van een fiestdrager.

Koters zitten allemaal volgevreten suf voor zich uit te staren. “Was gezellig he pap?” Ik kan geen boe of bah meer zeggen. “Gaan we nu op de snelleweg naar huis?” Ik denk aan fietsen en stompjes tanden. De koters aan vaderdag; ” ja het was leuk!”