Het druilt,  langzaam ontwaakt de stad die ik net achter me laat. De stedelijke bebouwing vervaagt en maakt plaats voor uitgestrekte landerijen en hellingbossen. In de verte zie ik torenspitsen fier boven de einder uitkomen. Naast mij stroomt de Maas traag als een zilveren lint. Het landschap brengt me tot rust. Iedere keer als ik de pedalen rond draai laat ik iets achter. De kracht van eenzaamheid, inspanning en rust. Waarom fiets ik niet door?  Opzoek naar de bron.

De rivier en ik scheiden elkaar, ieder zijn eigen doel, we hebben een afspraak .