Een dag na ’start’ drink ik mijn whisky en overdenk ik mijn race. Wat een race, wat een dag en wat een gevoel. Ik heb er fysiek en metaal zo naar toegeleefd. Zo onvoorstelbaar dat momenten voorbij glijden, intens beleefd en van genoten. Ik geniet na. Spanning ’s morgens bij het eten van een boterham, de fietstocht ernaar toe. Onderweg merk je dat het geen gewone zondagochtend is. Het is druk, er zijn teveel mensen op straat. Dichterbij het werk, ik loop met collega’s samen, is de omvang pas goed te zien. Ontvangst, nervositeit en barsten van de adrenaline die gierend door mijn lichaam gepompt wordt. Fotootje, snickertje en een sportdrankje. Ik ben klaar. Verbaast om te zien hoe al die mensen opeengepakt in kooien voor de start worden gezet. Ik sta vlak voor een pisbak, hele rijen met kerels en dames die een volle blaas met sportdrank willen legen. Ik verdamp wel alles, denk ik. Een brul als het kanon wordt afgeschoten en 1500 lopers over de start gaan, denk ik aan watervallen, zeeen, de maas, een  koninkrijk voor een pot, desnoods een jampot. Please ik moet piesen……. Maar ik kan niet terug, 1000 man duwt me voorwaarts, ik slik en begin mijn race al slalommend door het deelnemersveld. Ik barst van de kracht en voel me machtig en probeer mijn snelheid en mijn cadans te vinden. Na 1 uur 15 en nog een paar seconden sprint ik de meet over en ren verder om mijn blaas tegen een oranje trechter te legen.

Watermans is dan nog bezig met binnenkomen. Het doet me niks meer en heb respect voor zijn race. We kijken elkaar aan, een ervaring en medaille rijker. Ik heb een loopmaatje en een vriend erbij.