De zomerse ochtenden in Beynac zijn van subtiele schoonheid. Het kasteel dat stoer boven de camping uitkijkt is gehuld in dichte nevelen. Door de  mist schijnt af en toe een zonnestraal die het landschap laat gloeien.
De camping ontwaakt. Ik verbaas me over de bejaarden. Ze komen ’s avonds met hun veel te grote campers het terrein op rijden. Rijden ze op een paar steunen, maar komen daarna hun voertuig niet meer uit. Als ik langs slenter zie ik ze binnen eten. Vraag me af wat hier de lol van is. Bram en Toop stonden gisteren nog verlekkerd te staren naar het enorme voertuig en zagen zich al helemaal door het Franse landschap zoeven. Mij niet gezien op die kleine weggetjes hier. Campers zijn voor de blauwe wegen van de Rand McNally.
Wanneer ik de poortjes van het zwembad open maak, zie ik in een hoekje onze vriend Jean Jupe staan. Hij is bezig met het pielen in een putje langs het bad. Hij heeft het verbodbordje voor roken en schoenen blijkbaar niet gezien, zijn bemodderde schoenen hebben sporen achter gelaten op de lichte tegels.
Zover mogelijk van hem vandaan glijd ik het water in en zwem mijn baantjes. Vanuit mijn ooghoeken hou ik hem in de gaten. Dat gaat niet wanneer ik een keerpunt moet maken. Hij is opgehouden met waar hij mee bezig is en ik zie hem duidelijk besluiteloos aan de rand van het water staan. Ik krijg het gevoel dat hij aan het wachten is tot ik klaar ben met mijn baantjes. Ik heb er net 10 opzitten en ik ga voor de 50 vandaag.
Na het keerpunt ben ik hem kwijt, maar heb heel sterk het gevoel dat er iemand naast me in het water is gekomen. Ik zie alleen helemaal niks. Ik zwem maar verder.
Als ik het volgende keerpunt heb gehad zie ik aan het einde van het bad twee witte billen boven het water uitsteken. Les fesses Blanc de monsieur Jean Jupe. Na 20 seconden komt Jean Jupe naar lucht happend naar boven. In zijn handen heeft hij een soort gereedschap.
Ik grijns naar hem, geschrokken duikt hij naar beneden en laat zijn witte billen weer zien.
Ik gil het uit van het lachen, het is zo’n komisch gezicht. Proestend verlaat ik het bad.