Twee volslagen vreemden zitten aan de bar

de witte:     windje he?
plakband:    jij bent gek!
de witte:     klopt, maar hoezo?
plakband:    gewoon blazen
de witte:     blazen?
plakband:    Ja kijk, zo blaas je de schuimkraag weg
de witte:     ken je die al van die eendjes?
plakband:    nee
de witte:     die zwommen
twee vingers gaan door het bier van plakband
plakband:    oh, je wilt zeggen dat het stormt?
de witte:     en dan begin jij met blazen
de witte:     ober, twee biertjes
ober            ik kom er aan
de ober wordt door de wind opgepakt en valt neer achter de bar
de witte:     en neem er zelf nog een
ober            dank u
plakband:    lijkt me een buitengewone ervaring
de ober staat op en tapt de biertjes. Als hij er een slok van wil nemen slaat een windstoot het schuim in zijn gezicht
de witte:     ach, kijk die arme man toch eens
plakband:    ik zei toch dat hij moest blazen!
de witte:     storm in een glas bier
plakband:    weet jij trouwens hoe laat het is?
de witte:     nee
plakband:    het is 8 uur geweest
de witte:     oh, dan kan ik de trein nog halen
de witte:     weet jij waar het station is?
plakband:    eh, nee
de witte:     nou dat is deze straat uit, derde links, rotonde rechtdoor en volgende dorp na de schuur rechts
plakband:    fijn bedankt, wil je zometeen als je weggaat niet zo hard met de deur slaan?
de witte:     waarom niet?
plakband:    omdat je beter een honkbalknuppel kunt gebruiken, minder zwaar als de deur, net zo effectief