In de nacht fiets ik door een slapende stad.

De maan werpt lange schaduwen voor me op het fietspad. Geluidloos glijd ik over het gladde wegdek. Maastricht slaapt, een enkele auto schijnt in de verte met grote lichten en straalt onnatuurlijke kleuren.

De enorme stilte overvalt me. De nacht heeft me in haar greep. De laaghangende mist dempt het ronddraaien van mijn wielen en geeft mijn omgeving een spookachtig uiterlijk. Maastricht slaapt, zacht wiegend op haar fundering. Ogenschijnlijk zorgeloos. Buiten de beslotenheid van 4 muren is de nacht de zelfkant van mijn gedachten.  De duisternis, de donkere kant van het bestaan.

Maastricht slaapt, ik fiets wakker op mijn hoede, bewust van de vergankelijkheid van de nacht.