Ik kan me de eindeloze moppen herinneren. Ik was de Wortelman en vertelde beeldend de grap voor wie het maar wilde horen. Maar vrienden en familie bleken niet eeuwig bestand voor herhaling. Het ‘worteltje wortelje’ kwam in de vergetelheid en de papagaai sterk in zwang. De zingende gevleugelde vriend overtrof ieders stoutste fantasien. Toch bleef ik de Wortelman. Mijn moeder bakte onverminderd worteltaarten¬† en mijn zussen bleven me broer Konijn noemen. Met als hoogtepunt het familierecept voor worteltaart dat ik van mijn vader notabene kreeg op mijn trouwen. Het stigma heb ik nooit van me af kunnen schudden.

Met lede ogen kijk ik naar mijn wortel. Met lange tanden knaag ik er aan. Fantaseer over gebakken papagaaien. Ik vertel liever een mop, daar word je nog vrolijk van