November 2014


“Our life is frittered away by detail. Simplify, simplify.”

― Henry David Thoreau

De kei, zo groot als een tennisbal, onder mijn matje, heeft me een onrustige nacht bezorgt. De naaktslak die ’s nachts probeerde via mijn gezicht, in mijn slaapzak te kruipen, heeft een slijmerig spoor achter gelaten. Bepaalde beauty merken dwepen met dit vocht en stoppen dit in hun verzorgingsproducten. Mijn gezicht glimt en plakt aan alle kanten. Hoort allemaal bij de geneugten van het buiten gebeuren. Stram sta ik op en zie dat de vallei weggestopt is in een laag hangende mist. Geen zachte warme wind, alleen het ruizen van de beek is hoorbaar. Een stilte plek, ver weg van de hectiek.

ochtend-mist.JPG

Nog een paar kilometer klimmen en dan kunnen we afzakken terug naar Maastricht. Van bijna 700 meter naar 50 meter NAP. Witte wieven hangen in flarden over het veen, stukken blauw laten zich schoorvoetend zien. We fietsen in een mysterieuze omgeving. We gaan zo snel mogelijk van de doorgaande weg af. Hordes zondagse rallyrijders en motoren scheuren over  de weg naar Botrange. Geen plek voor ons.

fiets-hoge-venen.JPG

De eindeloze afdaling naar Eupen voert ons door een machtig beukenbos. Grote woudreuzen staan hier fier geworteld. Een enkele wandelaar schrikt als we belrinkelend in volle vaart over het bospad  naar beneden razen. Simpel verstand op nul, voor over gebogen, ogen strak op het pad gericht en alle vertrouwen in mijn worldtraveller.

We fietsen de Ardennen uit en het land van Herve in. Het glooiende open landschap kent toch venijnige klimmetjes. Regelmatig schakel ik terug naar de ‘granny-gear’ om niet stil te vallen.  De zon schijnt, een strak blauwe lucht. Oh, wat geniet ik hier van.

Voor het station in Maastricht zetten we de fiets tegen een café en drinken een paar pilsjes. De stress van de afgelopen weken is totaal van me afgevallen. De fysieke inspanning en het gezelschap van Paul heeft mijn hoofd leeg gemaakt.

Paul stapt op de trein en ik loop naar huis. Na 250 kilometer mijn eerste lekke band. Thuis wacht mijn lief op me.

Een heerlijk weekend! Zo simpel kan het zijn…

paul-ik.JPG

“…there is no greater joy than to have an endlessly changing horizon, for each day to have a new and different sun.”

― Christopher McCandless

Het vuur is nog aan het smeulen, de nacht was vol dronken jagers. Paul en ik renden gekleed in fluoriserende jasjes achter everzwijnen aan, opgejaagd door mannen in het groen.  Ieder zijn droom. Ik ben wakker.

uitzicht-grot.JPG

De zon is nog niet zichtbaar. Ze wordt onttrokken aan de heuvel tegenover ons, maar het  beloofd een mooie dag te worden. De druilerige Ardense regen heeft plaats gemaakt voor een zachte wind. Ongelofelijke warmte voor eind oktober. De zachte wind zal ons de heuvels opduwen. We fietsen naar het dak van België.

De kleurpracht is geweldig, de bossen lijken in brand te staan, verschillende vlammend getinte bladeren dwarrelen  voor ons uit. Het bospad dat we gisteren gemist hebben is door het vallend blad onzichtbaar geworden. Op gevoel rijden we het bos uit. De navigatie stuurt ons richting Malmedy. De route is auto-luw. We passeren vergeten dorpjes, slapend in de ochtend zon. Na een aantal kilometers krijgen we de eerste heuvel. Gestaag klimmen we omhoog en genieten van het uitzicht. Hellingen wisselen hier snel. Ik voel de vermoeidheid in mijn benen.  We stoppen regelmatig en lunchen met worst, mergpijpjes en snickers.

lunch-worst.JPG

Tot onze verbazing ligt er een 15 km vlak fietspad tussen Trois-Ponts en Malmedy. Waar vroeger een spoorlijn lag, is in navolging van de Duitse Vennbahn , rails en bielzen door asfalt vervangen. Over dit valsplat fietsen we naar de Hoge Venen. Het heeft iets surrealistisch, vooral als we door een aantal spoortunnels rijden. Het is een welkome afwisseling , de echte kuitenbijters moeten nog komen.

spoortunnel.PNG

Na Malmedy gaan we alleen maar omhoog. Het landschap verandert, roestbruin water schuimt tussen stukken hoogveen. Ik kan alleen maar denken aan dat schuimende glas bier.

De zon staat al laag als we na een dikke duizend hoogtemeters stoppen. Een struise Waalse tapt twee la Chouffe voor ons. We proosten op een mooie tocht. De hoogtecentimeters in mijn glas slinken snel; dorst. Nog een glas, mooie verhalen en een selfie.

selfie-chouffe.JPG

Met bier in onze benen, fietsen we moeizaam de laatste helling op. In de beslotenheid van het bos, naast een snelstromende beek, zijn het de verhalen die me bijblijven. De zon is inmiddels onder, het vuur brandt, een heldere nacht vol sterren. De worstjes sissen, wat wil je nog meer?

HAPPINESS [is] ONLY REAL WHEN SHARED”

― Jon Krakauer, Into the Wild

Op vrijdagochtend stap ik op de fiets, tassen gepakt, gevuld met snickers en sigaretten. Bier en whisky haal ik onderweg, zorg voor later.  De bijl is geslepen, banden opgepompt en mijn lief een kus gegeven.

Paul is vol energie en staat al buiten de poort op me te wachten. Ik ben gejaagd en stel het moment van vertrek zo lang mogelijk uit.

Denk te weinig aan mezelf en te veel aan anderen. Verwacht dat zonder mij de operatie niet werkt, incidenten niet worden opgevolgd. Ik doe hier mee mijn directe collega’s onrecht aan. Zij kunnen het wel, zit in mij om die ‘knop’ om te draaien. Het is de afgelopen maanden erg druk, veel aan mijn hoofd en hoog stress niveau. Weken van 80 uur zijn eerder regel dan uitzondering. Toch heb ik een lang weekend gepland om de bossen in te gaan. Loslaten van verantwoordelijkheden en genieten van de tocht.

De trage loop van de Maas is onze weg naar de Ardennen. De duidelijke overgang naar het Waalse land, zodra we de grens overgaan, is zichtbaar. Industrie terreinen en verloren land. De landsgrens is mijn scheidslijn om de stress achter me te laten. Bij iedere omwenteling valt de druk van me af en kan ik ontspannen, genieten van het landschap en lachend fietsen we Luik binnen.

De schoolkinderen hier hebben sportdag. In grote groepen rennen ze door het park en langs onze route door de stad, wijzen ons na; twee grote kerels op volgepakte fietsen, in de druilerige Waalse motregen. De poort van de Ardennen.

We volgen de Ourthe, door de regenval van de afgelopen dagen is deze woest. Het landschap verandert, industrie maakt plaats voor steile hellingen en bossen. Geur van haardvuren en rottend blad, aardse geuren.

We eten friet tussen jagers. Voor de deur staan mpv’s, binnen zitten een paar dozijn in het groen geklede kerels. Borden, opgediend met duimdikke, met saus overgoten, stukken everzwijn, worden verslonden. Het ziet eruit als een bacchanaal, rode gezichten door wijn; de jacht is in volle gang. Deze mannen gaan straks gevoed en gelaafd het bos in. We trekken alvast onze gekleurde reflecterende jasjes aan. Beter als clown de bossen in trekken, dan een schot hagel in mijn kont door een dronken jager.

Vlakbij de grot, raak ik het spoor bijster en verdwalen. Het bospad loopt dood. Gejaagd klunen we door bramenstruiken en slepen onze fietsen steile hellingen op. In de schemering en drijfnat, van inspanning zijn we eindelijk op onze bivak. Een half uur later brandt het kampvuur. Grillige schaduwen reflecteren op de rotswand. Stilletjes hopen we op everzwijn, opgejaagd door de drijfjacht. De worstjes voldoen. We trekken nog een biertje open. In de verte horen we dat er gejaagd wordt. In de beslotenheid van het vuur voelen we ons veilig. Twee kerels in een donker woud, met mooie verhalen om te delen.

kampvuur-grot.JPG