October 2014


Na het werk doe ik een boodschap. Het is bijna sluitingstijd. Ik zet mijn fiets tegen een paal en terwijl ik de fiets aan het sluiten ben, word ik joviaal begroet. Door de draaideur komt een koppeltje aan lopen. Ze duwen samen een winkelwagentje naar buiten. Boodschappen hoog opgestapeld, bier en chips. Het duurt even voor ik begrijp dat ze mij begroeten. Ik zie eerst  een jonge vrouw en daarna pas de enthousiaste man. De jonge vrouw, duidelijk gegeneerd door het vele lawaai dat haar evenknie aan het maken is, kijkt me niet aan, maar vermaand hem niet. Hij daarentegen staat bijna te trappelen als een jonge hond;  kwispelend en blaffend; ‘hoihoi, hoe gaat het, hoe gaat het?’

‘Zie je wel dat hij het is’ en hij geeft de jonge vrouw een por in haar zij. Ze kijk hem met een blik aan, die alleszeggend is: ‘opzouten!’

‘Hoe heet je ook al weer?’

Communicatie is een mooi gegeven, verbaal en non-verbaal.

“Ik vind je leuk” kun je op verschillende manieren vertellen en laten zien. Door het te vertellen in de zelfde woorden, of door lichaamstaal. Een lach, lichaamscontact, iets voor de ander doen. We wisselen activiteiten uit door op elkaars signalen te reageren.  Belangrijk is dat we op dezelfde ‘golflengte’ zitten, we dezelfde interpretatie hebben.

“Ik?” “ik ben Frits, oh nee Kees”

Ik zie Manuel in vertwijfeling raken, ik heb mijn ex-pupil herkend. Nog even boomlang als een paar bloggen hiervoor. Hij mist nu alleen zijn voortanden.  Ik grijns van oor tot oor en geef hem een hand. Hij is oprecht zichzelf kwijt en weet niet meer wat hij moet zeggen. Ik besluit hem uit zijn vertwijfeling  te verlossen.

“Het is Bram, was je dat vergeten?”

Hij begint te stralen en ik krijg een kameraadschappelijke klap op mijn schouders.

“Vroeger was ik de batteraaf, nu ben jij het!”

Samen lachen we. Zijn vrouw staat inmiddels de fietstassen in te laden en werpt ons een boze blik.

“Ach, die geef ik zo meteen een beurt en dan is ze weer blij”

Tijd om te gaan Haanappel…

Als ik het verhaal ’s avonds aan Denise vertel, vraagt ze me of ik nog ooit met kinderen wil werken. Ondanks mijn Nee, dat ik niet meer in de zorg wil werken, blijft er iets hangen, nu ben ik vertwijfeld.

Misschien…ooit…

Herfstig weer, bomen verkleuren, bladeren dwarrelen in sierlijke bewegingen. Heerlijke herfst, verandering van seizoen, de sloomheid verkleumt en maakt tijd voor hernieuwde energie. Buiten zitten is nu met truien en jassen, het vuur knettert en verwarmt. Als ik in de vlammen kijk voel ik me een gelukkig man. Mijn lief zit naast me, beide verzonken in onze eigen gedachten. Wat een heerlijkheid om samen te zijn. Liefde  met jou Denise, is het fijnste dat er is.

Het is kwart voor 6 ‘s avonds als ik op mijn fiets huiswaarts keer.  Ik heb een enorm drukke dag gehad, lichamelijk moe en mijn gedachten schieten alle kanten op. Ik kan niet stoppen met afsluiten en me aan het weekend overgeven. Toch ben ik eerder op gehouden om langs de slijter te gaan; mijn vriend Jacques, de Dionysos en leverancier van ’steun en toeverlaat’.

Ik moet een fles whisky  hebben als cadeau. Even voor sluitingstijd struin ik zijn zaak binnen en vraag aan een van zijn medewerkers om een vergelijkbare fles die ik laatst gekocht heb, waarvan ik weet dat ze deze fles niet meer hebben.  Dilemma voor de medewerker, ik zie hem kijken met een blik die getroebleerd is. Lekker duidelijk weer Haanappel.

Jacques komt hem redden en neemt me mee naar een raamloze ruimte. Deze kamer is gevuld met mooie ambrozijnen en ander kostelijk nat. Hij neemt de tijd voor me, laat me ruiken aan kleine flesjes, om de beleving te vergroten. Door zijn verhalen proef ik de sfeer van het moment.  Nu heb ik een probleem. Ik ben zo enthousiast door zijn bevlogenheid, dat ik niet weet welke fles ik moet pakken. De Ierse whiskey, de woestijn eau de vie of de Russische brandy. De klok gaat scherprechter zijn en rond half 7 kies ik voor een veilige variant, ik dien tenslotte rekening te houden met de gastheer ’s avonds.  Ik reken de Ierse af met een zucht.

Jacques kijkt me aan; “een stressvolle dag gehad?” Zijn handen verfraaien de verpakking met een krul. “Ja”, beaam ik met een tweede zucht.

“Ah, zo’n dag”

Nu ken ik hem al een aantal jaar, als regelmatige bezoeker, maar ik laat me toch iedere keer verrassen. Hij onthaast al jaren door oosterse wijsheden en gebruiken.

“Heb je gras thuis?”

Ik heb direct een verkeerde associatie en zie me zelf gras eten om tot rust te komen.

“Ja, maar ik heb liever een borrel zo meteen”

“Dat snap ik. Wat je doet als je thuis komt, is je schoenen uit trekken en dan ga je eerst een paar minuten met je blote voeten in het gras staan. Je moet aarden”

Ik kijk hem aan en aan zijn vriendelijke gezicht zie ik dat hij het meent. Iedere verkoper zou zeggen, dat ik naar huis moet gaan om een borrel te pakken.

Met een glimlach neem ik afscheid. Gek genoeg ben ik de waan van de dag kwijt, zijn woorden hebben me geraakt.

Thuis trek ik mijn schoenen uit en aard zolang de borrel in het glas zit.

Santé