November 2009


Zaterdagmiddag ren ik in een omtrekkende beweging langs het keerpunt. Ik verslik me iedere keer in de steilte van de heuvel. De ruim 100 meter recht tegen de hoogtelijnen in, bijten in mijn kuiten en verhogen mijn hartslag. Bovenop, aan de rand van het plateau heb ik een fantastisch uitzicht over de stad. De stad die ligt te baden in het licht van de ondergaande zon. Maastricht krijgt nogmaals een rode gloed.
Ik vind het heerlijk hier te rennen. Het geeft me een groots gevoel. Heel in de verte zie ik Luik liggen. Luik is voor mij de poort naar de Ardennen. Synoniem aan ruig- en heel sterk gevoel van innerlijkheid.
Het pad slingert zich verder omhoog. Als ik door de struiken een open plek in ren, verstoor ik een half naakt koppel, die, aan het standje te zien, niets aan de verbeelding overlaat. Hij staat achter haar, met zijn broek op de knieën, terwijl zij voorovergebogen staat met haar broek op de enkels. Beide kijken me betrapt aan.
Ik glimlach.
Ik mompel iets van “gaat ie lekker?” en ren door. Ik hoor trouwens niet wat zij antwoorden. Ik heb the Ting Tings opstaan. Katie schreeuwt in mijn oor dat het niet haar naam is.
Iets blijft knagen aan dit beeld. Ik heb het opgeslagen op mijn netvlies en tijdens het rennen scan ik mijn geheugen bestanden; ‘ik ken haar toch?’.
De man zegt me niks, ken zijn gezicht niet, geen idee wie hij is. Maar die vrouw, haar wel.
Langzaam ga ik de gezichten af; werk, moedersophetschoolplein, boodschappendoenbijdebuurtsuperenappie, sportschool, landelijkeenregionaletelevisie, BN-erinnen. Het CPU gebruik van mijn hersencapaciteit wordt gestuwd naar een bijna 100%
En dan de eureka. Ondanks de stuwing krijg ik kippenvel. Een stroomstoot drijft door mijn lijf; ik weet wie ze is!
Ik ben getuige geweest van een heimelijke ontmoeting rond zonsondergang.
Ik ga niks verklappen, ik geef geen naam. Ze zal toch zeggen: that’s not my name

Na het alarm, doe ik mijn ogen verschrikt open. De wekker laat het zien in concrete cijfers: 06:30. Woest uit mijn slaap weg gerukt, komt na een tijdje het besef, waarom ik op dit onmogelijke tijdstip, in de herfstvakantie het bed uit moet. Ik heb een afspraak met mijn kapper.
Slaapdronken schuifel ik door een donker huis. Tijdens de douche, ontbijt en fietstocht naar de stad blijft het donker. Bij de treden van de fietsenstalling staar ik naar een donker gat. Pas na een blik op het bord met de openingstijden, dringt het tot me door. Thuis ligt er iemand zich enorm te verkneukelen en lacht de rest van de familie wakker. Ik ben een uur te vroeg, de wekker is express niet terug gezet. Wintertijd, waarschijnlijk door het uur jetlag is het me niet opgevallen. Onvoorwaardelijk vertrouwen in de wekker.

Nu sta ik in het donker, een uur wachttijd in het centrum van Maastricht. Om me heen sluiten de laatste kroegen. De laatste tijgers zwalken huiswaarts.
img00021-20091028-0630.jpg
Ik besluit op zoek te gaan naar het ontwaken van de ‘grande Dame’. Langzaam fiets ik door de binnenstad. In de kroegen worden de ramen verduisterd, voor een laatste afzakkertje aan de toog. Ik verwacht intieme gesprekken, of meer wat het buitenlicht niet kan verdragen. Ik zal het niet te weten komen. Op het vrijthof worden de terrassen schoon gespoten.

img00023-20091028-0634.jpg

Een politiewagen rijdt langzaam achter me aan en stopt wanneer ik foto’s neem. Ik trek me er niet zoveel van aan. Ook niet van het geschreeuw en gebral van huiswaarts kerende zatlappen. Alles in scherp contrast met de bedrijvigheid op de markt, die wordt opgebouwd.

img00024-20091028-0637.jpg

Taxi’s en schoonmaak bedrijven rijden af en aan.
img00025-20091028-0639.jpg

De nacht wordt langzaam verdreven  en morgenrood kleurt boven de oostelijke helft. Ik wil dit beeld beter kunnen pakken en fiets zuidwaarts de Pietersberg op.

img00030-20091028-0655.jpg

Hier heb ik een fantastisch uitzicht over de Maas vallei.

img00031-20091028-0656.jpg

Een ontwakende stad wordt geneveld in rode schakeringen. Ademloos sta ik minuten lang te kijken naar dit schouwspel. Ik probeer de kleuren te vangen, alleen de megapixels van mijn mobiel zijn niet genoeg om dit palet digitaal op te kunnen slaan. In dit gedeelte van de stad is het stil, ik hoor alleen het zachtjes suizen van de wind. Het langzaam op gang komende forens verkeer wordt verstomd door een warme zuidenwind. Naast een van de hotels op de berg staan tientallen Poolse auto’s geparkeerd. Hier slapen klusjesmannen, ver weg van eigen land en haard.
Nog eenmaal fiets ik de markt over. Inmiddels zijn alle kraampjes opgebouwd en waren uitgestald. Straks ga ik hier boodschappen doen.

img00034-20091028-0708.jpg

Van een ontwakende stad is eigenlijk geen sprake, de stad slaapt niet. Haar ingezeten zorgen voor een balans tussen rust en waken.