March 2009


Een naderend ontslag werkt verlammend, zie ik om me heen. Er wordt alleen maar gepraat en gespeculeerd.
De mededeling had ’s ochtends gonzend de gemoederen bezig gehouden. Er ontstond een zenuwachtige trek naar het middelpunt van het gebouw. Niemand wist iets en in die onzalige onwetendheid nam de spanning toe. Ik wist direct dat het slecht nieuws was, terwijl er niks gecommuniceerd werd. Toch voel je dit aan, in een periode dat crises het zwevende woord is en zelfs tot in de slaapkamer merkbaar is. De voortekenen waren al gegeven in de roadshow van een aantal weken geleden. Bejubeld werd onze drive en het geweldige resultaat dat we met z’n allen bereikten. De spreekwoordelijke broekriem moest wel worden aan getrokken. De economisch recessie zou ook ons bedrijf raken.  De mededeling ’s middags tartte de loyaliteit. Veel sneller dan gedacht en gevonden worden we nu gesnoerd en al een week lang hangt een zwaard boven onze hoofden, het Damocles staal zal ongenadig hakken.
Ik laat het gelaten op me af komen en kijk vooral naar de reacties van mijn collega’s en wat het met ze doet. De effectiviteit verwordt tot een schimmig spel waarin ware gezichten tot uiting komen. Het is de onzekerheid die tot frustratie en spanning laat ontvlammen in excessief gedrag.
Ik heb nu een week de tijd gehad om te kunnen relativeren. Een week waarin ik heb kunnen nadenken. Dit stemt me mild en is voor mij een duidelijk signaal dat ik niet afhankelijk ben van de willekeur die nu aan het ontstaan is.
Laat het zwaard maar hakken, doe het snel, netjes en met respect.

‘We zoeken gekken die op de fiets de Alpen over willen, voor het goede doel dan’

Een klein berichtje op ons intranet, een heel klein berichtje dan. Niets zeggend, er zo overheen lezend klein berichtje, om daarna weer heel snel aan het werk te gaan en er vooral……..VOORAL niet bij stil te staan. Omdat het zo’n klein berichtje was, bleef het ook niet hangen en hield het me niet bezig. Stel je voor dat dit soort memo mij uit mijn concentratie zou houden.……………

Ik ben gek

Met een harde klap wordt de deur van mijn kantoor dicht gegooid. “Zo, die is dicht” denk ik. Met een rode kop en duidelijk toe aan een goed gesprek komt hij aan mijn bureau staan.
“en nu heb ik er genoeg van!”
Ik kijk hem aan, grote vent, stekeltjes. Armen als boomstammen en een grote draak als tatoeage die onder zijn hemd vandaan kruipt. Met draken moet je uitkijken. De draak symboliseert de synergie tussen de vier elementen uit de oudheid. Uit deze samensmelting komt de oerenergie. In mijn achterhoofd begint de alarmering te werken en besef heel voorzichtig te moeten zijn. Draken leveren als een symbolische slagader positieve energie, maar wees voorzichtig met het vuur, wanneer dit omslaat in boosheid. Ondertussen schreeuwt hij zijn verhaal. Uit de flarden die ik begrijp, is een futiliteit de ontsteker voor zijn drift en frustratie.
“en ik moet trouwen……”
Grote tranen rollen over zijn stoppelkin. Als een klein jong zit hij voor over gebogen te snikken. Zijn gezicht verdwijnt in de kom van zijn grote handen.
Ook in een digitale wereld is menselijkheid een niet te verwaarlozen item. Wat weten we eigenlijk van onze collega’s? Het vluchtige bestaan is een verarming.
“ze is een draak”

Oei…….

Twee volslagen vreemden zitten aan de bar

de witte:     windje he?
plakband:    jij bent gek!
de witte:     klopt, maar hoezo?
plakband:    gewoon blazen
de witte:     blazen?
plakband:    Ja kijk, zo blaas je de schuimkraag weg
de witte:     ken je die al van die eendjes?
plakband:    nee
de witte:     die zwommen
twee vingers gaan door het bier van plakband
plakband:    oh, je wilt zeggen dat het stormt?
de witte:     en dan begin jij met blazen
de witte:     ober, twee biertjes
ober            ik kom er aan
de ober wordt door de wind opgepakt en valt neer achter de bar
de witte:     en neem er zelf nog een
ober            dank u
plakband:    lijkt me een buitengewone ervaring
de ober staat op en tapt de biertjes. Als hij er een slok van wil nemen slaat een windstoot het schuim in zijn gezicht
de witte:     ach, kijk die arme man toch eens
plakband:    ik zei toch dat hij moest blazen!
de witte:     storm in een glas bier
plakband:    weet jij trouwens hoe laat het is?
de witte:     nee
plakband:    het is 8 uur geweest
de witte:     oh, dan kan ik de trein nog halen
de witte:     weet jij waar het station is?
plakband:    eh, nee
de witte:     nou dat is deze straat uit, derde links, rotonde rechtdoor en volgende dorp na de schuur rechts
plakband:    fijn bedankt, wil je zometeen als je weggaat niet zo hard met de deur slaan?
de witte:     waarom niet?
plakband:    omdat je beter een honkbalknuppel kunt gebruiken, minder zwaar als de deur, net zo effectief