October 2008


We stonden met z’n tweeën te turen over het groen. Ik was sprakeloos door jou kennis. Met enthousiasme nam je me mee in een wereld die ik niet kende. Je groene vingers peuterden aan een blaadje en liet me zien welke composities mogelijk waren in een stadstuin. De wind waaide door het wiegende gras, de zon kleurde en over de stapelmuurtjes kroop het vroendaalse wildlife. Ik waande me in een boek over tuinieren.

Je was toen al ziek, de diagnose was toen nog niet gesteld, maar je verbeet de pijn. Er was ook zoveel om voor te leven en te vechten. De afgelopen maanden waren intens beleven voor jou met je liefsten om je heen, maar waren veel te kort.

Je tuintje bleef mooi en schitterde in de natte zomer. Nu de natuur zich opmaakt voor de winter bloeien de herfstbloemen nog voor je.

Gisteravond ben je op jou grote reis gegaan.

Dag lieve Suus

Een druilerige middag.  De grachten liggen er verlaten bij.  Een politieboot duwt een woonboot naar zijn plaats. Aan dek voeren de eigenaar en de agent een verhit gesprek. Door de regen ziet het er mistroostig uit. De klinkers glimmen, paraplu’s en een enkele bakfiets vervolgen hun weg, de brug over, zonder een een blik te werpen op de twee mannen die nu als twee kemphanen wankelend aan boord hun strijd voeren.

Ineen gedoken in mijn lange jas, loop ik door nat Amsterdam. Door de Nieuwezijds, kroegtijgers, een paar Engelsen in korte broek lallend , Duitse meiden en een paar Amerikanen, stoned na het eten van paddo’s. Een mengeling van hooligan- en  alternativisme, de kale tatoeages versus de lange gepiercete dreadlocks. Lijkt een alledaags gezicht.

‘Lijkt’, lijkt zo ver weg. Realiseer me het enorme verschil. De beslotenheid van de provincie en de mogelijkheden van een grote stad.

Het druilen gaat over in plensen. Grote druppels vallen door de aanwakkerende wind horizontaal. In een mum van tijd ben ik doorweekt en ga op in de anonimiteit. De grijsheid van het bestaan wordt geaccentualiseerd door de draagpracht van de Amsterdammer en de forens. In donkere weggekropen jassen vluchten voetgangers hun weg over straat. Trams knarsen voorbij en absorberen de rest van het schuilend publiek.

Met een glimlach been ik verder in een stad die zich opmaakt voor de avond. Ik steek mijn handen dieper in mijn zakken en zing zachtjes………

In het zachte licht van de nakende herfst ren ik de stad uit. Buiten de stads grenzen verbergen witte wiefen het glooiende landschap. Achter me draait iedereen zich nog eens om. De zondagmorgen remt de moderne mens in zijn ritme.

Mijn huid tintelt door de eerste kou, het vocht, vermengt met mijn zweet, parelt op mijn zwarte shirt. De zon klimt boven de heuvels en laat de flarden oplossen. Een enkele hond laat zijn baas uit.

Het pad door de grub ligt er verlaten bij. Een buizerd, op 2 meter afstand, laat zijn prooi voor mijn voeten vallen en vliegt met grote vleugelslagen het dal in. De bloederige duif blijft dood achter. Door deze onverwachte ontmoeting giert de adrenaline door mijn lijf. Alle pijntjes vergeet ik en voel me na vertragen intens een met mijn omgeving. Ik ga op tussen de rijen populieren, die aards geuren naar rottend blad. Met de zon op mijn gezicht ren ik tussen de landerijen, die met hun vele kleuren een groen palet vormen. Deze grootsheid drijft me voort.

Wanneer ik de stad nader ontwaar ik een ander aroma, met de geur van koffie en croissants ren ik de straat in. In de verte luiden de klokken voor de eerste heilige mis.

Maastricht ontwaakt.

In de nacht fiets ik door een slapende stad.

De maan werpt lange schaduwen voor me op het fietspad. Geluidloos glijd ik over het gladde wegdek. Maastricht slaapt, een enkele auto schijnt in de verte met grote lichten en straalt onnatuurlijke kleuren.

De enorme stilte overvalt me. De nacht heeft me in haar greep. De laaghangende mist dempt het ronddraaien van mijn wielen en geeft mijn omgeving een spookachtig uiterlijk. Maastricht slaapt, zacht wiegend op haar fundering. Ogenschijnlijk zorgeloos. Buiten de beslotenheid van 4 muren is de nacht de zelfkant van mijn gedachten.  De duisternis, de donkere kant van het bestaan.

Maastricht slaapt, ik fiets wakker op mijn hoede, bewust van de vergankelijkheid van de nacht.