May 2008


Oh wat een heerlijkheid

Om 22 uur trek ik het scherm naar me toe en het www is weer even het terrein waarop leuke dingen gedaan kunnen worden.
De afgelopen weken heb ik vierkante ogen gekregen en geen spuug meer om te praten. De wortels waren niet meer aan te slepen en het oranje kwijl droop in druppeltjes uit mijn neus. Geen dieeten, eigenlijk geen tijd om te eten, hebben daarom ook geen effect. Men kent me, men weet wie ik ben, in trance sta ik ’s morgens op en high speeded vlij ik me uren later neder om de achterkant van mijn oogleden te bestuderen.
Vandaag mogen escaleren voor mijn Israelische vrienden. Nu zien ze ook hoe het proces aan de andere kant werkt en in dit geval ten goede voor hen. Morgen zal mijn pasje de deuren open doen gaan als in een sprookje. In de strikt hierarchische ict organisatie hebben de keppeltjes het duidelijk voor het zeggen. Onderaan bungelen de  in sari’s geklede vrouwen. Een blik wereldburgers is opengetrokken en hokken 24 x 7 samen op 100 vierkante meter. Het is een komen en gaan van stromen pizzaboeren, taxis en waterdragers.

Oh wat een heerlijkheid, dat ik het toetsenbord even ergens anders voor kan gebruiken en ik lurkend van mijn huiswishky de beslommeringen van de dag in een grote geeuw aan me voorbij kan laten gaan

l’chaim

“Achter een boom staat de boswachter te kijken”

Ik leg het boek neer en kijk Toop aan.  “Vind je dit echt leuk?” Zijn ogen glinsteren. Buiten regent het zachtjes , binnen is het benauwd. De warmte van de afgelopen dagen blijft in het huis hangen. We zweten peentjes en lezen stug door. Eigenlijk ben ik wel benieuwd wat die beste man te ziet.  Stropers, een bende reetjes, huisje van de heks, een wip in de natuur, een tankini met pijpjes? Kom maar ik ben er klaar voor. Die boeken voor koters zijn allemaal voor en door volwassenen geschreven.

Neem nu een kinderanimatiefilm. Dat is niet anders dan een weerspiegeling van de maatschappij, een antroposofisch gegeven.

Toop geniet.

Wat ziet die boswachter? Geen fuck, het is donker

Ik kan me de eindeloze moppen herinneren. Ik was de Wortelman en vertelde beeldend de grap voor wie het maar wilde horen. Maar vrienden en familie bleken niet eeuwig bestand voor herhaling. Het ‘worteltje wortelje’ kwam in de vergetelheid en de papagaai sterk in zwang. De zingende gevleugelde vriend overtrof ieders stoutste fantasien. Toch bleef ik de Wortelman. Mijn moeder bakte onverminderd worteltaarten  en mijn zussen bleven me broer Konijn noemen. Met als hoogtepunt het familierecept voor worteltaart dat ik van mijn vader notabene kreeg op mijn trouwen. Het stigma heb ik nooit van me af kunnen schudden.

Met lede ogen kijk ik naar mijn wortel. Met lange tanden knaag ik er aan. Fantaseer over gebakken papagaaien. Ik vertel liever een mop, daar word je nog vrolijk van

Alles wijst erop dat het weer tijd wordt om aan tafel te gaan. 

Soms denk ik een hobbit te zijn.  Aan mijn tweede ontbijt te willen beginnen en mijn vierde avondsouper voor te bereiden. Op dit moment ligt de aubergine boven de kolen te roosteren om zo meteen tot een armeluis kaviaar versneden te worden. Naast mijn laptop staat een vaal gele korenwolf te schitteren in het licht. “Op een mooie pinksterdag” galmt door mijn hoofd en levert zoveel inspiratie op.  Vooral nieuwe recepten uitproberen.

In de schaduw beleef ik de afgelopen twee weken. Een perfecte synergie, volledig opgeladen en voldaan. Herinneringen aan ontmoetingen met dim-sum’s, kruidenburgers en Garfield’s lasagna’s. Weg gespoeld met goddelijke ambrozijnen. Een waar feest, puur genot.

Door mijn blessure ben ik nog meer gaan sporten. Het advies van de dokter galmt na in mijn hoofd, ik heb haar beloofd niet te rennen voor 1 juni.  Ondertussen tart ik mijn kunnen en cardio richting een hartslag van 180. Ik proef de zilte smaak van zweet en bedenk dat een witte muscadet uitstekend smaakt met gegrilde gamba’s. Ondertussen is mijn BMI veel te hoog. Aan tafel realiseer ik me dat deze hoog zal blijven. Alleen sporten is niet meer voldoende. Blijkbaar is leeftijd de storende factor geworden, een uitdijende klasse.

Na stoppen met roken is de volgende beslissing even gruwelijk. Vanaf derde pinksterdag zal ik opgaan in calvinistische voedselbeleving. Niet bakkeren of ander dieet, maar me overgeven aan sober- en matigheid.

Ik schenk me maar een vertroostend witbier in en por in het vuur voor de sardines en gamba’s. Morgen zal alles anders zijn.