April 2008


Langzaam begint het tot me door te dringen, heel zachtjes wordt er in mijn oor gefluisterd. Over de velden voert een zacht briesje een door bloesem bezwangerde lente lucht met zich mee. Ik haal diep adem en snuif de geur van gemaaid gras op. Sluit mijn ogen en voel de voorjaarszon branden in mijn gezicht om definitief een einde aan de winter te maken. Ik kijk naar de blauwe lucht, om me heen gonst nieuw leven, geluiden lijken van veraf te komen. De warmte giert broeierig door mijn lijf.

De lente werkt niet alleen erotiserend. De gedachte aan witte lammeren maakt me hongerig. Die speelse beestjes met het  hoge aaibaarheidsgehalte zie ik graag verwerkt. Tijdens de kookclub werden de messen geslepen en de vuren gestookt. Het lam was gewillig en liet zich uitstekend bereiden, de racks werden kort aangebrand en vervolgens met veel olijfolie en thijm opgeborgen in de oven. Goddelijk, rose en zacht.

Langzaam begint het tot me door te dringen, heel zachtjes wordt er in mijn oor gefluisterd

“het is lente”

eindelijk

Echte mannen, de vraag die ik me stelde, wat is dat en wie komen er voor in aanmerking? Ik heb een hele week geobserveerd, een hele week oplettend geweest en een illusie armer; er bestaat niet zoiets als een echte man.  Laat ik zeggen, voor mij bestaat er geen. Is geen combinatie die me kan overtuigen.

Die vent,  die een grote vent was in het laatste overleg blijkt nooit thuis te zijn en de veranwoordelijkheden van het gezinsleven niet serieus neemt. Diep ontzag voor hem die de intelligentie en het vermogen van de rede kan verkondigen, maar bij zijn eega vet onder de plak zit. Die stoere sportinstrukteur houdt me een half uur aan de praat en spuugt al zijn ellende. Ik luister en bedenk me dat ik blij ben dat ik kan relativeren.

Mannen waar ik zielsveel van hou hebben allemaal hun eigenaardigheden, iets waar ik niks mee kan. Perfectie, wat is echt? Het zijn combinaties van eigenschappen, geen algemene deler of eenheidsworst.  Niet iedere kerel is een vent, maar voor de ander is die vent een echte kerel.

Toch maar weer een illusie rijker; ik ben een echte papa…….

Toop zit vanochtend naast me op de wc, terwijl ik me aan het scheren ben.

“krijg ik dat nu ook” en wijst naar mijn piemel

“ja jong, later als je groot bent”

“wauw, een echte,   papa”

Toop groeit op met twee oudere zussen. Hij lijkt er geen problemen mee te hebben, hij ziet ze als mede-gezinsleden; ze horen er nu eenmaal bij. Beetje blase en nogal vrouw onvriendelijk, maar ik heb het over de beleving van een zes-jarige. Het dualisme schuilt zich op een ander vlak. Met de tijd komt het besef dat meisjes toch iets anders zijn dan de mannen in zijn omgeving. Nu is het met name de ontwikkeling van het anima in zijn onderbewustzijn.

Ik heb een sexe specifieke opvoeding gehad. Ik kreeg auto’s, mijn zussen een pop. Ik speelde niet met poppen, mijn zussen niet met auto’s. Eigenlijk niets nieuws, sinds de eeuwige eeuwigheid is deze strikte rolverdeling een instinktieve aangeborenheid. Vrolijk houden we dit in stand. Als kraamkado geven we het meisje een pop en de kerel een glimmende bolide. Zo hoort het in onze fantasieloze beleving en zo houden we het gedrocht aardig in stand. Om enigzins uit de maat te lopen geven we vaker onzijdige kado’s om vooral geen kleur te bekennen.

Toop heeft de eerste jaren geen auto’s gekregen. De auto’s van ooms en tantes, opa’s en oma’s werden of in een vroeg stadium verpunkt door Roos of opgeslagen in een grote doos met plastic speelgoed en goed opgeborgen. Al snel bleek  dat dit weinig effect had. Een blokje hout, een mandarijn en een soeplepel kregen bij hem een andere functie. Luid knetterend met versnellingen werden ze ‘getransformed’  tot volledig onverantwoorde sportauto’s, vrachtwagens en nog erger tractoren en combines. In een speelgoedautolooshuis blijkt het instinkt een loopje te nemen met, zoals dat heet, een moderne opvoeding.

De eerste echte lentedag. De koters spelen buiten. Ik zie ze de straat in komen. Het rode jasje met bloemetjes motief van Toop, donker en smerig van de modder. Naast hem fietst Roos, mogelijk nog smeriger dan haar broer. Uit de fietstas van Roos steekt een pijltjes blaaspijp.  Haar animus straalt,  beide zijn op oorlogspad.

Een perfecte mix.

Laag boven de grond zweef ik schommelend door het Limburgse landschap, Dorpen, landerijen schieten aan mijn blikveld voorbij. Behalve hier en daar een puist is het een oer-Hollands uitzicht. Valt me op dat alles wordt volgebouwd, langs het spoor is het een uitgestrekt lint van bouwputten en nieuwe uit de grond gestampte projecten. De verstedelijking rukt op, ondanks verwoede pogingen voor natuurbehoud. Kleine stukjes groen worden gekoesterd en met hand en tand verdedigd door papieren tijgers.

Het heeft iets beschermends. Eenzame wegen die verbinden, worden ineens levensaders. Nederland is geen land meer. Nederland is een grote stad met een aantal stedelijke parken. Daarin is alles geregeld. Van wieg tot de dood worden we gepamperd. De overheid overdekt met haar (een vrouw) bemoeienissen en zalvingen. Iedere scheet wordt geregistreerd, ingepakt, beschreven, gelabeld en procedureel vastgelegd. Gevolg; een samenleving die verzadigd en lamlendig aan het worden is. Zitten van geiligheid en gewoonte gekluisterd naar RTL te gapen. Maken een verplicht nummertje en trekken een zak chips open.

Geen wonder dat er geen echte kerels meer zijn……

Vastbesloten om mijn omgeving in me op te nemen, bewust van de aanwezigheid, verschans ik me in de kantoortuin achter een paar groene palmen en observeer. Mijn verrekijker richt ik naar het koffieapparaat. In de spiegeling van de machine worden bloesjes, dan wel stropjes recht getrokken. De dames van het secretariaat zijn hier erg goed in. Met veel herrie begint de dag voor hen klittend en wanneer de bazen langslopen kirrend, maar allen bij elkaar. De bazen, bijna allemaal van het mannelijke geslacht,  lopen als hele kerels over de gang en laten de dames zien dat ze hun broek nog kunnen bollen. Eigenlijk heb ik het dan al helemaal gehad en concentreer ik me op mijn werk. Bewust afgekeerd van mijn  omgeving. Mannenweek, mijn gedachten blijven een loopje met me nemen. Dit zijn toch geen echte kerels? Lopen met hun pik vooruit een beetje in het luchtledige te lullen, maar er komt geen fatsoenlijk woord dan wel fantastisch proces uit hun lege gedachten.
Managers, een echt overgewaardeerde uitdrukking voor gefrustreerde sukkels die op secetaressedag een bloemetje meebrengen, er overheen gaan en ’s avonds moe aan hun kont krabben.

waar zijn toch die echt mannen?

Humeurig stap ik op de fiets.

Soms zijn er van die dagen dat ik thuis kom, nadat ik de koters van school gehaald heb, ik eigenlijk iets voor mezelf zou willen doen. Het zijn geen grootse dingen, maar even afschakelen van de werkelijkheid om mijn gedachten te kunnen zuiveren. In balans met jezelf komen. Een moderne man heeft daar ondanks nieuwe technieken en maatschappelijke acceptatie toch problemen mee. Iedereen heeft er zijn bek van vol, neem eens tijd voor jezelf, ga eens lekker dit en ga een lekker dat! Klinkt hoopvol denkt de moderne man en gaat mee in de flow van modern nederland.

Had ik gedacht…

Mijn opa ontvluchte het gezinsleven door in zijn schuurtje fietsen te breien en atoompjes te splitsen. Hij deed dit rokend. Mijn vader werkte een aantal jaren in het buitenland en sloot de Denen aan op het gas. Ook hij deed dit rokend.

25 jaar later heb ik even tijd voor mezelf gevonden en zit in het donker achter een verlicht scherm mijn beslommeringen te delen. De moderne man werkt, voedt, haalt de kinderen, kookt, wast, moet alert zijn, klust, beminnen en dat onder het wakend oog van het gezin.

Zap had haar wijvenweek, in reactie ga ik een manneweek doen, rokend!

In de sportschool is het leuk, in de sportschool zijn mensen met gewichtjes aan het stoeien. In de sportschool lurken ze uit een plastic flesje en zweten ze. in de sportschool kijken ze allemaal naar elkaar. In de sportschool had ik vandaag mijn introductieles.

Door rondborstige Conny werd ik mee genomen naar de stoeizaal. Her en der is het een mierennest en het gekreun wordt net niet overstemd door de dampende beat. Ik kijk mijn ogen uit. Ik ben in het walhala van sportend Maastricht terecht gekomen.

BMI is natuurlijk veel te hoog, ik word gewogen en opgemeten, leeftijd opgetekend, tjonge zometeen ook nog mijn hartslag minus leeftijd en afstand gedeeld door……….. Alles wordt verwerkt en in de computer gezet. Met je pincode moet je alles invoeren en om de twee maanden krijg je een gesprek. Een voortgangsgesprek wel te verstaan, wat is mijn progressie. Doe ik wel genoeg mijn best. Wil ik dat wel spookt er door mijn hoofd? Wil ik wel dat ik er topper uit zie, mijn lovehandels wegsmelten, ik mijn buikje weer kan insnoeren, mijn zachtheid ga verliezen? Wil ik dat wel?

Conny ziet het anders, ze gaat aan me werken en met een dikke knipoog stuurt ze me onder de douche.

Ik heb me maar aangemeld, ach ik moet toch iets…….

Vandaag stond ik even met mijn bek vol tanden. Gewapend om de dag door te komen ving ik iets op:

“……was ik jarig……”

Ik zie het tafereeltje aan, mijn vriend en collega, steun en alter ego staat tegen onze lekkerste collega aan en te verkondigen dat hij jarig was?

“En waar is je taart”; wil ik roepen, maar krijg de eerste letters niet uit mijn strot. Ik word bevangen door een misplaatste schaamte. Ik weet niet, ik lees niet, ik geloof dat ik even helemaal niet besta op deze kloot. Waarom weet ik niet dat hij jarig was, waarom? Vorig jaar is ook al zo geruisloos aan me voorbij gegaan, ben ik hem later nog een boek gaan geven.

Wat is er toch met die kerels, gaat alles maar aan ons voorbij? Ik neem deze voor mijn rekening, ik had het ergens moeten noteren in mijn hightec toy’s4theboy’s. Maar ‘kom ff een pint pakken’ is er ook niet meer bij. Nee dat gaan we ergens in de zomer doen.

Trouwens van je vrienden moet je het maar hebben, geven een feestje als ze zeker weten dat je niet kan komen. Ja ja, ok ik geef toe, ik had vorig jaar niet met zijn vrouw in het kinderbadje moeten springen. Sorry, maar dit is flauw

Vriend, alles van waarde is weerloos

Om iets voor drie uur sta ik aan de poort. Ik wacht het moment in alle rust af, sta met mijn gezicht naar de zon gericht met gesloten ogen te genieten van de luttele rustige seconden. Ik voel heel even de lente. Een vage geur van bloesem en gemaaid gras. Ik heb even geen oog voor roddels en luister niet naar alle scheve blikken. Mijn rode onopvallende tas staat tegen mijn fiets.

Het moment komt snel, ik voel het komen. Ik wil mijn ogen niet openen en heel bewust dat moment proberen vast te houden. De zon geeft zijn warmte af, de stralen strelen mijn gezicht. Ik voel het door de stof van mijn jas heen. Een zacht briesje voert de geuren van het park, velden en bossen met zich mee.

Ruw word ik gestoord in mijn zinneprikkelende gedachten.

“alsjeblieft de strontkleren van je zoon”

Voor me staat de nieuwe stagiaire, een ka van een wijf

“neem mee dat jong, hie is in de hondestrond gelope en heb de hele klas onde gesmeerd”

Oh

“neem mee dat jong, hie heb zijn broek ook vol met stront getverrrrr”

Ze draait zich om en beent met lange passen weg. Op haar bil zit een grote bruine vlek. Ik durf haar niet terug te roepen. Toop die het ook gezien heeft kijkt me aan. 

Lachend fietsen we de lente in.  

’s Morgens in alle vroegte sta ik op de crosstrainer mijn oefeningen te doen. Mijn MP3 speelt Snowpatrol, liever zou ik de lente voelen en buiten gaan spelen, maar een hardnekkige spierscheuring in mijn kuit houdt me van de straat. Ik doe aan thuiswerk en probeer in conditie te blijven. De laatste zondag dat ik nog door de modder kon rennen staat me bij. Een bleek zonnetje gaf licht aan een druilerige week en de wereld zag er ineens anders uit. Met het bos voelde ik me verbonden en lente gierde door mijn lijf. Drie dagen later greep een zweepslag niet alleen me bij mijn kuit, maar ook bij mijn strot. Mijn huisarts nam de statistieken met me door en vroeg zich af waarom ik zo slecht naar haar had geluisterd. Nu is dat een verloren race voor de dokter, ik luister nu eenmaal slecht, toch blijft er wat hangen. 2 Maanden rust, niet hardlopen, anders is het echt einde oefening.

“Wie is de ezel?”

“Ik!” zie de gek

Ik heb mijn agenda iets aangepast, 2 maanden is in mijn jargon rust tot 1 juni en dan heb ik 15 dagen om me voor te bereiden op Maastrichts Mooiste  met de 15 KM.

’s Morgens sta ik op de crosstrainer mee te bleren met Snowpatrol en 80 er jaren Wave. Ik kijk de tuin in waar de bloesem voorzichtig kleurt en de eerste groene blaadjes verschijnen. Naast het raam kijk ik naar 2 giraffes. Ik noem ze scheer en zuig, het is tenslotte lente.

video

    

Next Page »