March 2008


“Hallo, ik ben boerin Roos en ik ga koeiemest van de paarden eruit halen”

Even is het stil aan tafel. Boerin Roos eet verder en stoort zich absoluut niet aan het feit dat niemand meer aan het eten is en haar met open mond zit aan te gapen.

Met het uitkomen van het krantje van het aankomende filmfestival is er in huize haanappel een behoorlijke spanning ontstaan. Into the wild, de film die ons nu al maanden in de greep houdt, is opgenomen in selectie.
De foto van de aankondiging in het krantje is reden voor Toop om vragen te gaan stellen. Hij heeft mijn opgewonden spanning gevoeld. De bus spreekt ter verbeelding en zijn zucht naar antwoorden zijn een welkome afwisseling in onze dagelijkse beslommeringen. Inmiddels hebben we 38 x samen de trailer bekeken en dromen we mee met de geluiden van Eddie Vedder. Samen hebben we zijn trektocht in de atlas gevolgd, stippellijnen getrokken en ik moet het verhaal eindeloos herhalen. In het bos speelt hij Alex superzwerver en vertelt aan zijn vriendje het verhaal van de bessen en de bus. Ik herken in hem mijn enthousiasme en de hang naar een spannend onbekend verhaal. Maar vooral herken ik zijn wil om met mij iets te delen. Iets tussen ons, waar zussen en mama niet tussen mogen komen.

M. reageert direct op de uitspraak van Roos en verbetert als oudere zus de inconsequentie.
“Pfff”, zegt Toop, “bij de bus ligt berepoep en dat is veel spannender”

Zaterdag 5 april ga ik de film zien

 video

Nog uitpuffend van de barre tocht in de ochtend en avond spits tuur ik met tintelende winterhanden naar mijn scherm. Het zit er nog precies zoals ik het heb laten staan.

Met pasen ben ik aan het klussen. Ik sta op een wankele ladder onder het dak de isolering aan te brengen. Ik heb mijn MP3 speler eens niet direct op mijn oren aangesloten en probeer luchtig mee te zingen (lees  “je bent aan het schreeuwen ouwe dikzak” van je zoon moet je het hebben)  met een ingetogen nummer van Andre Manuel. Ik smeer naar lieve lust met mes en gips. Mijn handen plakken en de zolder is een strijdtoneel van oude kranten, kwasten en ijsbakjes. Overal zitten witte vlekken, stof dwarrelt door de ruimte en verstoppen mijn neusgaten. Eigenlijk wel een heel relaxed middagje.

Beneden klinkt een indringende roep en overstijgt zelfs het geweld uit de speakers. Even later komt een zeer verontwaardige Roos de trap op stampen. Ze is woest, ze is witheet, stoom komt uit haar oren

Wat een temperament!

“Het schermt staat omgedraaid!!!!!”

Een kwartier later snap ik dat er iets mis is met mijn laptop. Ik storm naar beneden en kijk naar een 180 graden gedraaid scherm. Ik piel wat, tenslotte werk ik met nerds, ik vloek wat en een kwartier later loop ik te godveren. Ik ben woest, ik ben witheet, stoom komt uit mijn oren.

Raoul maakt bijna een ongeluk tijdens het rijden en probeert mij niet uit te lachen op mijn bescheiden vraag hoe ik dit kan oplossen. Hij doet me een paar opties van de hand en ik ga in een beter humeur aan de slag. Tenslotte is Raoul mijn ICT thuis redder, waar ik tekort schiet, schiet hij terug. Enfin, na nog een kwartier prutsen en jawel hoor, googelen op de kop, bel ik de grootste nerd op die ik ken. HELLUP!

Binnen 5 minuten ben ik geholpen

CTRL ALT pijltje Ik ga het nooit meer vergeten

Roos en ik zitten met z’ n tweeen naar een normaal scherm te staren. Mooi he, CTRL ALT pijltje.

Ondertussen zijn mijn handen ontdooid. Ach, nerd zal ik wel nooit worden, je moet weten hoe ze werken…….

 

Afspraken maken, ohlala wat een gedrocht.

Kerels zijn net vrouwen geworden. Niks meer spontaan zonder je agenda te moeten raadplegen. Nee, eerst moet eega geraadpleegd worden, vervolgens op de bank met de kinderen erbij:

“mag papa van jullie aub een weekendje weg?”

Ik heb geen idee meer wat er van die bikkels geworden is. Waar zijn die testosteron bonken die geen genoegen namen met NO WAY JOSE, maar vrouwlief aanhoorde, haar een kus gaf, de kinderen een knuffel en de hort op ging.
Nu gaan er dagen van SMS-en aan vooraf, plannen en bekijken. Uiteindelijk wordt de laatste SMS gestuurd: blokhut weekend 17-18-19 april.

Krijg je uren later een SMS met nieuwe data en een telefoontje van de grootste reus; “nee sorry, schoonpapa is jarig en dit gaan we knal vieren”

Even schreeuwen: GVD stelletje slome eikels

Ik zie het ze nog doen ook:
Hij: “Schat mag ik een weekend weg aub”
Zij: “wat mot je nu weer”
Hij: “Bram heeft gevraagd om een weekendje te gaan brallen, maar hoeft niet hoor………………….als je dat niet wilt”

Nu heeft ze 2 mogelijkheden
1) eindelijk, een weekendje rust, opzouten vent, geef met het zout…..
2) die Bram heeft alleen maar slechte ideeen,is nie goe vor je,  je blijft thuis…..

Ik vrees optie 2. Heb ik weer……..bikkels………hahahaha……sukkels

Rond vijven fietsen we de wijk uit. Toop achterop met zijn zwemspullen. M & Roos voor me uit. Maastricht wordt de afgelopen week bevolkt door grote donkere SUF’s en andere dure A-merken. Deze tweede rangs rijken, de echte rijken kwamen met het hun prive jet, komen uit allerlei steegjes en sraaten gescheurd, onzeker sluiten ze aan in de vrijdagmiddagspits. Deze Tefaf bezoekers, lysrisch en geil van alle mooie kunst en kaviaar zijn verschrikkelijke verkeersdeelnemers. Ik loods de koters, met gevaar voor eigen leven langs een drukke rotonde. Als we deze slag hebben gewonnen zegt Toop;
“je verliest een brieje pap!”
Veilig achterop ziet hij een wit papiertje uit mijn jas zak vallen en over de weg dwarrelen. Ik voel in mijn zak en mis direct mijn storing aantekeningen van de afgelopen nacht. In de verte zie ik mijn verslag bij de rotonde liggen. M & Roos stoppen maar ik maan ze om verder te rijden. We pakken het wel op als we terug fiesten. Ik durf niet nog eens in de schemering de rotonde over. Ondanks de vele nrs in het verslag wijst niets op een verwijzing naar mijn werk. In die overtuiging berust ik en fiets naar de stad.
Op de terugweg passeren we in het donker de rotonde . We oefenen ons in de Engelse taal en gaan daar zo in op dat het verslag vergeten wordt. Toop is in de ban van het bijna halen van zijn ‘dolfijntje’ en zit stil tegen me aan gedrukt. M & Roos praten honderd uit wie de vieste Engelse woorden kent. De shits en tits blijven hangen langs het fietspad. Boven aan de berg wordt Toop wakker en roept;
“we hebben je papier vergeten pap!”
“Oh shit, killing we have to go back” Eigenlijk heb ik helemaal geen zin.
“Weet je, ik hoop dat een hond het paiertje gegeten heeft”
Ineens is het stil om me heen. M & Roos zitten wezenloos naar me te staren. Roos begrijpt er helemaal niks meer van.
“Maar wie eet de hond op?”
“de shits en de tits” roept Toop

Yeah right…..

“Yo Pa, je bent gedist!”

Ik sta haar verbaasd aan te gapen. Roos kijkt me met een triomfantelijke blik aan. 

“yeah je bent gedist dude”

Met een nog bredere frons moet ik er super stom uit hebben gezien, want voor ik iets kan zeggen rent ze lachend weg. In groep 4 leren ze toch fantastische dingen. Toop naast me haalt zijn schouders op “dude hahahahaha” en geeft me een dreun tegen mijn schouder. Ik zeg al niks meer over groep 2…….spreekverbod.

Ik heb echt geen idee wat er gezegd wordt. Ok, dude kan ik nog wel plaatsen, maar ‘dissen’? M. kijkt me aan en schudt haar hoofd. Wat is dat? vraag ik haar.

“Heeft te maken met respect pap, als je geen respect krijgt wordt je gedist”

Maar waarom word ik nu gedist?

“Omdat je er zo ontzettend niet cool uitziet en je wilde met me knokken” Zegt Roos als ze weer de keuken in komt. ” en… dat ga je verliezen”

Mozes kriebel, begin ik nu al een krasse knar te worden?

Tijdens het strijken luister ik naar muziek op somafm. Achter me brandt het vuur verwarmend in de kachel. De tuin is een groot zwart gat, ik zie alleen het voorste terras. Achterin is alles gehuld in duisternis. Grillige vlammen geven alles een spookachtig uiterlijk.

“pap!!!!!, ik heb een enge droom”

In slaapwandeltoestand wankel ik op de tast de trap af. Uit welke REM ik gehaald ben, weet ik niet, maar het maakt me eigenlijk helemaal niks uit. Wakker ben ik nu toch.

“Wat heb je gedroomd jong?”

“Ik droomde van spoken die me kwamen halen”

“en wat deed je toen?”

“ik wil nu slapen pap, jaag jij de spoken weg?”

Midden in de nacht sta ik in mijn nakie met het houten zwaard van Toop te zwaaien. Hij ligt glimlachend naar me te kijken. Ik doe net of ik het niet merk en ga verder met mijn crusade. Ik trap met mijn voeten op een autootje en verlies mijn evenwicht. Door listige spoken verslagen ga ik tegen de vlakte. Door de doffe smak is ineens het hele huis wakker. Lichten worden aangedaan en daar ligt papa in zijn nakie met het zwaard van Toop in mijn handen.
Tijdens het strijken zie ik ze achterin de tuin groeperen en zich op maken voor helse nacht………bij de buren dan

keuzes, keuzes moet ik altijd maken, mijn hele leven is een groot examen. Welke van de twee moet ik nu kiezen? Ik heb nooit geluk, ik moet het van mijn kennis hebben. Maar van mij mag een multiple choiche 1 vraag hebben.

Grote rivier transporten varen onder de beide schoonheden door. Ik ben ooit op een van deze schepen aan boord gegaan. In het woongedeelte moesten de schoenen uit en kreeg ik pantoffels. Ik moest lauwe koffie drinken en het geklaag van de beroepsvaart aanhoren, een kakie bleef plakken aan mijn gehemelte. Ik had de keuze om ongegeneerd met mijn vingers het droge meel van mijn gehemelte te schrapen, ik deed het niet en probeerde te gorgelen met het zwarte gal. Ondertussen bleef die kerel doorgaan met orakelen en keek zijn vette vrouw me met haar priemende ogen strak aan. Ik voelde me erg ongemakkelijk.

Het water heeft wel iets ontspannends, schitteringen brengen diamanten voort, schuimende cappu, wanneer schroeven beweging veroorzaken. Het repeterende karakter en de enorme eentonigheid van het vloeien.

Inmiddels een week verder.
Met de bioslobberwijn beklom ik de brug en keek uit naar aanwijzingen. Het zachte licht liet lange schaduwen na. Niets boers aan, alleen het verbod op gemotoriseerd verkeer. Twee liften die baden in het licht voor diegenen die de lange trap niet kunnen nemen. In het midden hangt een houten klomp als een mistletoe boven het wegdek te schommelen. Waarom hier ook weer die verschillende associaties. De klomp aan de hengel om de pleziervaart de tol te laten betalen. Welke tol moet ik betalen? De schommelende klomp doet me ook denken aan verkeerslichten in de VS die door de voortgeselende wind heen en weer worden geslingerd. Hier op de brug blaast de eeuwige zuidwesterwind. De klomp is leeg.
Een week was leeg. Mijn rode onopvallende tas is opvallend leeg. Krijg pukkels van de chocolade.
Toch geniet ik intens door nieuwe uitdagingen. Ergens in het westen is er iemand wakker geworden. Of ik nog interesse heb?
Heb ik nog een keuze?

“Eiffel is je code, ik droog uit, schiet op”

Als sublimatie heb ik de laatste tijd veel chocolade gegeten, gevulde paaseitjes, pure repen bitter zoet. Is om mijn hormonen enigzins te reguleren, de eetbare euforie. Verlang naar warmte  en niet naar eindeloos en triest zelfpakket. Ik zou graag iedereen elke dag sex willen wensen. ‘t Leven zal er zo anders uit gaan zien. Het libido regeert ipv de zwartgalligheid. Als het elke dag geregeld zou zijn, is er uit de  zucht naar lust pure tijdswinst te behalen. Wat zal het dan saai worden….
Eiffel? Code? Ik zie de relatie niet.
Ik kijk uit over de Maas. Het stroomt gestaag tussen de oevers van de stad. Eens vloei ik, vermengd in deze voortstuwende rivier terug naar de oorspronkelijkheid van onze levencyclus.
Uit mijn tas steken twee flessehalsen. Ik pak de donkerrode ruby en staar naar het etiket. De associatie met de Stones is ongeldig. In ‘87 of ‘88 zag en hoorde ik ze in de kuip. Mijn kennismaking met Ruby Tuesday ” Goodbye, ruby tuesday Who could hang a name on you? When you change with every new day Still Im gonna miss you….” is onvergetelijk geweest en heeft een diepe indruk op me achter gelaten.

Eiffel en port, ik heb de connectie gevonden. Afgelopen zomer reden we langs Viaduc de Garabit. De brug die door Eiffel is ontworpen, wordt jaren later ook over de Douro gebouwd door een dicipel van hem.
Ik sta nu voor een van de Maastrichtse bruggen, geen Eiffel, wel 2 schoonheden. Maar welke moet ik pakken?

“je hebt nog twee slokken”

Wat moet ik proeven? Haar? Ik begrijp er niets van. Obsessief, het laat me niet los. Ik ken de de verhalen van mensen over complottheoriën. Toevalligheden, de existentialist in me is aardig alert geworden. Ik reken af en neem gehaast afscheid. Hij moet de vertwijfeling van mijn gezicht afgelezen hebben.

“Ze is vast lekker”

Nee nu ben ik pas gerust. ‘Ze is vast lekker’ De deur achter me sluit geruisloos. Ik steek het plein over, ik heb geen aanwijzing. Op het bordes kijk ik in mijn rode onopvallende tas. 3 flessen, 2 kurken en een schroefdop. Ik open de malt en ruik. Een scherpe alcohol geur dringt tot me door.
Water, ik leng deze whisky aan met water. Ik moet naar de rivier, naar het water, naar de Maas. Ik proef, een warme gloed zakt langzaam mijn slokdarm in, het vult mijn hoofd met watten.

Ik fiets weg en zet aan in een slalom door de avondspits. Ik bedenk me en herinner de laatste keer. Nu heb ik een nieuwe fiets, toen was het contact met het asfalt de afknapper, een pijnlijke ervaring. Ik voel het onvermogen van toen, de mislukking en mijn enorme machteloosheid. Mijn hersens malen, de pedalen draaien. Ik zweef 2 meter boven de weg als een ascetische monnik.
‘ze is vast lekker’ de opbeurende woorden van mijn vrien dreunen na. Ik denk mijn verstandelijke vermogens te verliezen. Gedreven door een onbekende lust jakker ik voort………

Mijn vriend de slijter heeft een goed humeur, eigenlijk heeft hij dat altijd.

Hij begroet me amicaal. De vrijdagmiddag is het goed toeven voor een alcoholisch intermezzo. Mijn vriend weet dat en pronkt met al zijn lekkers. Hij wijst naar ambrozijnen van 150 jaar oude wijngaarden, eerlijke bourgondiers en heldere pay’s d’Ocs. Ik staar naar stroperige malts en donker rode ruby’s. Ze lonken en verleiden, de boerse bio’s bekoren me. Ze zijn hun vin du table segment allang overschreden.
Ik neem alle tijd voor slobberwijn en tegenwoordig ook doordrinkwijn, maar kan nog geen keuze maken.

Het is kwart voor zes, ik krijg een sms

” drie slokken, neem je voor mij ook wat mee?”

Ik kijk om me heen, als door een bij gestoken. Mijn vriend helpt andere klanten, maar kijkt me aan. Hij ziet aan mijn blik een verandering. Hij fronst zijn borstelige wenkbrauwen. Ik kan niets anders doen dan mijn schouders optrekken.

” ik wacht op je, maar maak de juiste keuze”

Verdomme, ik sta nu al een half uur besluiteloos te watertanden en verlekkerd naar de schappen van een natte droom te staren. Ik kan geen beslissing maken.

” je hebt tot 6, drie slokken meer niet”

Ik krijg wat van die cryptische berichten. Voorheen waren ze duidelijk, ” je hebt drie minuten “.  Nu is het een spel, lijkt wel poolen, zonder te weten welke bal eerst in het net gestoten wordt.

Ik maak mijn keuze; de malt, de ruby en de bio. Een illuster trio, tongstrelend, rondborstig en aards.
Ze verdwijnen in mijn rode onopvallende tas. Mijn queest is begonnen….