February 2008


Tijdens de training gaat mijn storingstoestel af. De cursusleider kijkt ongemakkelijk naar me. Ondanks dat ik deze beste man van te voren gewaarschuwd heb, dat ik permanent storing en escalatie dienst heb en daarvoor gebeld kan worden, is hij ‘not amused’.
Ik neem het gesprek aan en sluip zonder iets te zeggen het lokaal uit. Ik voel de ogen van mijn mede cursisten en cursusleider in mijn rug priemen. Het is heel stil in het lokaal.
Op de gang hoor ik aan de andere kant van de lijn een ongeduldig persoon in mijn oor roepen.
“Hallo Bram, Brammmmm?!”
De herkenning van zijn stem alarmeert me. Niet alleen alarmbellen gaan af, ook de vertwijfeling over mijn opvoedingsstrategieën zie ik mank gaan. Maandenlange training, coaching en aandacht glijden af naar een beginpunt. Terug naar de kleuterklas.
“Zeg het maar Koos”
Ik probeer niet geïrriteerd te klinken. Toch merkt hij mijn stemming en schiet in een defensieve houding.
“Ik wil je laten weten dat ik zo een storing begin, maar er is niets aan de hand, niet netwerktechnisch gezien dan”
“Wat gaat er zo meteen gebeuren Koos!?”
Ik leg de klemtoon op ‘Koos
“Ehhh…”
“Koos!!!?”
“Ik heb net een e-mail gestuurd die gaat over een storing die eigenlijk geen storing is maar waarvan ik vind dat de procedure niet de juiste procedure is, maar een andere procedure zou moeten zijn”
“En toen vond jij het nodig naar mijn storingsnummer te bellen?”
“Ehhh…”
“Koos, achterlijke nerd die je bent, je weet dat ik in training zit, had je niet even kunnen wachten. Kun je helemaal niks zonder mij? Je bent zelf de storing man!”
Ik druk het gesprek weg en sta geheel verbaast en vol ongeloof naar het display te staren. 1 ½ jaar voor niks gedaan, geïnvesteerd in nutteloosheid.

In een uiterst slechte stemming kom ik het trainingslokaal binnen. Ik hoor de cursusleider beginnen met hoofdstuk 3 ‘communicatie in een ICT omgeving’

Stelletje nerds………

Agenda 2007
Ik blader door de geschreven versie van het vorig jaar. Het bladeren heeft iets vertrouwds, het knisperen van het papier en de weeïge geur van inkt. Bladzijden zijn beduimeld, ezelsoren met aantekeningen, strepen en krassen.
Bij de digitale versie kijk ik nooit verder terug dan gisteren, de digitale versie ruikt niet, maar bliebt, licht op, zoemt en in het ergste geval trilt het in mijn broek. De luchtverplaatsing, wanneer ik van voor naar achteren scroll is minimaal. Het aanraken van het kleine knopje (het ‘genotje’) is het meest opwindende.
Sinds een jaar ben ik helemaal terug op het gladde papier met mijn zwarte vulpen. Luister naar het krassen van het kroontje en bekijk mijn handschrift. Digitale handschriften zijn veel mooier en regelmatiger. Toch is mijn gekras een blauwdruk  en een weerspiegeling van mijn zijn.

In een IT organisatie waarin alles mobiel, snel en hip is, vertoon ik mij steeds vaker met mijn zwarte boekje. Aan mijn keycord hangt de zwarte vulpen. Ik schrijf, teken en projecteer mijn ervaringen op papier. Terug naar basic. Steeds vaker verschijnen mijn beslommeringen in het zwarte boekje in plaats van op mijn blog. Geheel in tegenstelling met de gemakken van mobiel internet en blackberry.

De intimiteit en het beslotene hebben een hernieuwde kennismaking met mij gemaakt. Vaker met een boek op de bank, dan uren lang surfend langs het digitale web. De oneindigheid ervan, maakt me een gemakkelijke prooi, gevangen in een digitale snoepwinkel met vleselijke verlokkingen. Ook hyves heb ik in de ban gedaan. Een echte speel vijver voor gefrustreerde 40+ eendjes.

Terug naar de echte contacten in plaats van kwijlend en geil naar een plat scherm blijven staren in de hoop van reacties van gelijkgestemden. De enorme leegheid van het bestaan, terwijl er in het ‘echte’ leven een hunkering is ontstaan. Een hunkering naar zintuiglijke aandacht

Mijn zwarte boekje werkt inspirerend……..

Klatterend  valt het water uit de kraan in bad. Vallende druppels spetteren omhoog om vervolgens in de zachte olie te verdwijnen. De geluiden zijn oorverdovend en storen de beslommeringen van het moment. Tenen steken net boven de waterspiegel uit en spelen met pluisjes. Langzaam trekt de warmte in mijn lijf en ontspannen mijn getergde spinsels. Het water voelt als een cocon. Vertrouwd ben ik gewaar van het vertagen van mijn hartslag, veilig verstomt het suizen in mijn hoofd.

“Hier”  zegt Peter en geeft mij een CD : “popmuziek uit de Auvergne”.

Het eerste nummer raakt me diep, het overvalt me, het zeurt na.

Peter en Trudy hebben een domein in de Auvergne. Wij zijn er een week op bezoek. De februari zon schijnt er betoverend. ’s Nachts verlichten ontelbare sterren de ruimte boven ons. Hier geen lichtvervuiling op het Franse platteland. Samen met de kinderen sta ik nietig naar boven te staren. Geen woord wordt gezegd, een inmense indruk, groots en overweldigend. Onze handen zoeken elkaar en zo staan we versteend nieuwe energie op te doen.

In de verte hoor ik het eerste nummer; ‘hummingbird’

Het weemoedige frêle geluid overvalt me voor de 2e keer.

Ver weg gestopt lijkt de tijd hier stil te staan. 
Lijkt;  soms zou het mooi zijn even de tijd te stoppen en nogmaals te ervaren, te genieten.
Gaat;  gaat de tijd verder en stoot af.

Intussen is het water koud geworden. Mijn gedachten zijn bij Susanne en Merryn. Ik hoop dat kanker het gehoor niet aantast. Voor haar speel ik ‘hummingbird’ zo vaak als ze het wil horen.

video

’s Ochtends zijn het de meest briljante ideeën, die later op de dag toch minder blijken te zijn.
Wat is dat toch met die morgenstond. Lijkt wel een aanhangsel van een natte droom die blijft knagen zodra je je luiken open hebt gedaan. Een weeïg gevoel dat blijft sluimeren en achter je ogen zichtbaar blijft. Een flinke trek naar rechts en het blijft zitten. De voors en tegens, ieder moment van afwezigheid wordt er mee gevuld. Zodra ik begin te zweven, blijf ik eindeloos dromen. Ik word er achterlijk van, nerveus en hyper actief. Verdomme Watermans, wat heb je me nu weer geflikt. Waarom ben ik zo op te fokken en waarom moet ik zo nodig met je mee de Pheidippides zijn van Athene.
November 2008, het lijkt zo ver weg….maar niet heus :(

Onverwacht word ik aangesproken en ….. op het matje geroepen;

“Zo, vader van Toop, jij schrijft over mij? ”
oh wat nu weer Ik ben op mijn hoede.

“Ik heb begrepen dat jij een eigen site hebt”
Ja ik blog

“Maar daar word ik dus in genoemd”
Ik zak verder de grond in. Het is maandagmorgen, eerste schooldag na de vakantie.
Juffie Phiel Kijkt me aan. Haar ogen priemen. Niet op mijn gemak begin ik te stotteren. In mijn gedachten scan ik de verhaaltjes, verwens ik het enthousiasme waarmee ik de wereld kundig heb gemaakt van haar bijzondere gave. Ik vind het ineens niet grappig meer.

“Hoe kom ik daar”
Oh nee
Ach juffie Phiel, het  stelt niet zoveel voor…..

“Nou je vriend vind het aardig geweldig, heeft hij me tijdens carnaval ingefluisterd”
Verdomme, welke zatlap

Wie? krijg ik er met mijn meest gemaakte glimlach nog eruit gestameld.

“Nu weet heel de school het! hahahahahaha, want je weet het toch, ik ben hier de lolbroek, ga maar snel ergens in een hoekje zitten janken”

Shit en bedankt!

Maar ik ken de dader,  mijn wraak zal hem nog lang heugen…….