December 2007


Ik zie hem staan, voorover gebogen en graaiend in de grote super diepvries kist. Voor zover ik kan zien is het een beer van een vent geworden. Kort stekeltjes haar en grote ringen in zijn oren, het matje in zijn nek is tekenend. Hij draagt een oversized ski-jack en battle broek en zijn eeuwige sportsneakers. Wanneer hij zich opricht kijken zijn kleine ratteoogjes rechtdoor me heen. Ik zie het kwartje vallen en een grote glimlach verschijnt op zijn gezicht.

In een vorig leven ben ik groepsleider geweest. Ik werkte in een behandel groep met zwakbegaafde, gedragsgestoorde jongeren. Totaal losgelagen en verwilderd kwamen deze debielen binnen, uitgekotst door hun omgeving om veilig opgesloten te worden. Hier konden ze op adem komen, hier kregen ze het minimale en de eerste levensbehoeften.

De jongen die nu naar me lacht is Manuel en herinner me de vele momenten dat ik hem bij z’n kladden heb moeten grijpen. Ik herinner me een snotjong, op z’n Maastrichts een ‘batje’, een enfant terrible, mijn ergste nachtmerrie.

2 meter slungel loopt langzaam op me af, glimlach van oor tot oor. Toop ziet het aan en pakt mijn hand vast. Met de andere schud ik zijn hand. Ik realiseer me dat zowel hij als Toop dezelfde intelligentie hebben. Ik geef Toop graag nog een voorsprong met zijn 6 jaar.

Met Manuel gaat het fantastisch, woont beschermd met zijn vriendin en doet nu boodschappen met zijn begeleidster. Hij laat me zijn nieuwe kroon zien die als een witte parel zijn zwarte stompjes versieren.
Wat ik nu doe? Het waren toch leuke tijden op het internaat! “Ach we waren batjes, maar, ” en hij kijkt Toop aan “ik zie dat jij ze nu zelf hebt” “Kom eens langs, een pilsje drinken”

“ja doe ik”  

“Oh ja, ik ben je naam vergeten”

“Bram……mijn naam is Bram”

“Tot dan Bram”

….

Heel geleidelijk doet de nacht haar intrede, ik heb de laatste zinnen van mijn werkzaamheden af gerond, maar koester heel even dit moment.  Heel even mijn moment. Het huis is in rust, ik hoor geen geluiden, geen olifanten op de trap, geen gelach, geen geschreeuw. De radio zwijgt en zelfs de tv staat werkeloos lelijk te zijn.  Een dag vol geluiden, antwoorden en vragen. Vanaf het moment dat ik wakker word, trillen mijn trommelvliezen en ze blijven gonzen tot ik mijn luiken sluit.

Ik sluit straks mijn luiken en in alle stilte beleef ik de afgelopen dag.

Denk aan Ellen, die nu aan het bevallen is. Hun geluid zal zich straks via de tamtam verspreiden. Ik noem haar Marie.

Flarden van gesprekken spoken door mijn hoofd, het zeven van info en het bepalen van waarde. Het managementsspel, ik verplicht me tot meedoen.

Wat een rust

Een rappe zondag schiet voorbij, de zon schijnt bleek door de Limburgse vallei. De uitzichten on-Nederlands. Iedere keer kan ik weer genieten en voel ik verwondering. Verwondering omdat ik zo anders gewend ben.
Ik ben een polder-jongen, 2 1/2 meter onder NAP geboren tussen de rietkragen, de ringvaarten en het eendekroos. Mijn eerste jeugdherinneringen, water, weiland met heel in de verte knotwilgen die als trollen somber de einder bewaken, de C&A in Amstelveen (hippe batik blousjes begin jaren 70), mijn ouders dansten op hair, schaatsen, zeilen en roeien op de plassen.
Wanneer we naar Drente verhuizen wordt de leegheid opgevuld met bossen. De turf, jenever en achterdocht. Het boerendorp ligt verscholen tussen de zandverstuivingen en donkere bossen. Hier groei ik op. Hier liggen mijn roots, mijn herinneringen zijn hier het sterkst. Hanneke Kappen, Herman Brood en mijn eerste concert van Gruppo. Nederbeat op de Drentse hei. Muziek blijkt de rode draad te zijn. ieder moment, iedere ervaring kan ik koppelen aan een muziek fragment. Eerste kussen en sigaretten in het fietsenhok met Grease, klasse avonden met Meat loaf en Status Quo. Bardiensten draaien met oudere jongeren die luisteren naar ‘wish you were here’. Ik kan alleen met open bek luisteren en alle indrukken opnemen. De blauwdruk heb ik opgeslagen. Weemoed, zo aan het einde van het jaar. Zo kort voor de top 2000.

Wordt vervolgd…….

Channel Icon

’s Ochtends vroeg, in de keuken laat ik een dikke ochtend scheet. De koters aan tafel hadden alles gehoord en bedienen me van commentaar. Met een gezicht als een engel ga ik aan tafel zitten en vertel dat ik net op een brulmier ben gaan staan.

Even is het stil. De meiden proesten het uit, maar Toop kijkt me heel indringend aan. “Waar is die mier dan?”

“Die mier is net weer weggekropen”

“Is wel een stinkmier hoor papa”, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen.

’s Middags aan de poort word ik door juffie Phiel naar binnen gevraagd. “Even praten” zeggen de indringende ogen. Met haar vieze liedjes en dito woorden in gedachten schuivel ik de school binnen. Ik ben voorbereid op het ergste.

Geen stijl vindt Juffie Phiel, brulmieren bestaan niet. Hoe ik die onzin aan mijn kinderen kan vertellen. Tobias heeft in het kringgesprek laten zien wat brulmieren zijn, compleet met stank. Gaat heen mijnheer Haanappel en laat het niet meer voorkomen. Ik ben de lolbroek van de school!

Ik kijk haar aan en ontdek dezelfde twinkeling in haar ogen, die ik vanmorgen zag in de ogen van Toop. Ze steekt me een vinger toe. “Zo leer ik het de kinderen, trek er maar eens aan!”

Ik trek aan haar vinger. Een daverend geluid ontsnapt uit haar billen.

Gierend loop ik met Toop het schoolplein af. “juffie Phiel is hartstikke gek, maar wel lief”

“ja jong, knetter……”

vanuit de keuken
stijgen vele dampen
en geuren emoties
in zwevende
en onzichtbare
strengen door het huis

een laatste glas
en een laatste woord
de zinnen vloeien
stroperig aan de binnenkant
waar ik ze telkens
omdraai

het rudimentaire
gevoel zoals het moet zijn
zintuiglijk besloten
waar interne stormen
botsen met de
werkelijkheid

geniet
van alle indrukken
ervaar
het gebeuren
wakker
het verlangen

een plank
drukt
spoedig zal de smaak
die van jou zijn
ik proef
en neem de mijne