October 2007


“Hoe zit het met mijn magnetron mevrouw? Ik heb nog niets terug gezien!”

“Tja meneer Haanappel, het is gewoon erg druk op dit moment”

“Maar, wat mag ik verwachten mevrouw van de Boxford?”

“U zult gewoon geduld moeten hebben meneer”

“Uw product is ontploft mevrouw van de Boxford en ik wil een nieuwe”

“Ik kan het je gewoon niet zeggen”

“Wat kunt U mij niet zeggen mevrouw van de Boxford”

“Dat ik het gewoon niet weet…….snik”

“Wat ik wel weet mevrouw van de Boxford, dat U problemen heeft met de communicatie”

“Maar dat is gewoon hier”

“IK WIL MIJN MAGNETRON TERUG”

“………ik ga gewoon kijken wat ik voor U kan doen………eh…….meneer Haanappel”

“Ja doet U dat GEWOON mevrouw van de Boxford”

grrrrr

Ik besluit eerder te stoppen met werken vandaag.

De afgelopen avond werkte ik heel laat mijn laatste gesprek af. Storingen teisterden het netwerk en geboden me om in actie te komen. De mosselen liet ik zwemmen in hun kostelijk vocht. Toop, Kaat en Keet vonden het niet erg dat ik mijn biezen pakte en zwaaiden me enthousiast gedag. Vanaf het moment dat ik de tourniquets indraai word ik mee gezogen in een poel van ellende. Na 4 uur communiceren en info verzamelen trap ik af, terug de koude nacht in.

Vandaag lijm ik de eindjes en zoek naar schuld, oorzaken en maak de balans op. Uren kruipen voorbij en slopen de concentratie-rek tot deze knapt.

Om me weer op te laden kleed ik me thuis snel om en duw Toop en Roos als hazen voor me uit.  Gedrieën verlaten we de wijk. De twee, niet kapot te krijgen, barsten na een dag binnen zitten van de energie en zetten mij aan tot buitengewone prestatie. 

Vlak voor mijn rek & strek moment flitsen we langs een cafe. Tussen twee bokbier reclameborden staat een bok te blaten. Toop en Roos vinden het maar niks.

“Ach wat zielig”

Toop wil de bok losmaken, maar wordt door het beest op de horens genomen. Verontwaardigd stapt hij weer op zijn fiets.

“Stom beest”

Dat bokken enorm kunnen stinken en hun eigen pies drinken wist ik, maar niet dat ze zo erg stinken dat ik ze nog steeds ruik als ik kilometers verder weer thuis ben.  Voor me loopt het gebokte manneke de garage in. Ik besnuffel hem en ruik de bok.

5 minuten later draait de was, speelt Toop in bad met zijn eendje en drink ik een bokje.  Lijkt wel dierendag…….

“Ik kan niet meer, ik ben kapot”

Meer dood dan levend gaat 110 kilo vlees geworden horecaman tegen de vlakte. Vol ontzag hebben we hem 3 uur vol vuur aangemoedigd, zijn water gedragen, gevoed en gelaafd. De reus uit Monnickendam is geveld. Zijn huig bleek beter getraind. De steile Ardense helling is een ander verhaal dan de woorden over dubbele hop en cafe’s met potentie. Met zijn drieen hangen we over de reus heen en schudden aan zijn benen. Hij geeft geen sjoege. Even vrezen we,  maar oerkreten en beweging komen na de belofte dat de blauwe flesjes met Neubourg koud op hem staan te wachten. We hijsen hem op en duwen hem met zijn fiets de helling af.

Kopman Paul is helemaal in zijn nopjes, hij heeft de zestig gehaald naar beneden. Naar boven was bijten, maar dalen is een specialiteit. Pieke kijkt vol bewondering en draait een sigaretje en krapt eens aan zijn kruis. De zeemleren lap schuurt over zijn stoppels. Hij denkt aan zijn kaasfondue waar hij wreed van verwijderd is.  Hij heeft hem goud geel en borrelend achter moeten laten. Intussen ziet hij de reus ook bijna de zestig halen. Ik zie het tafereel aan en kan eigenlijk niets anders doen dan genieten en beseffen dat deze vrienden werelds zijn.

4 dikke buiken laven zich uren later aan kabouters, de knipogen van de madammen zijn niet van de lucht. Het cafe is beladen met vlaamse schonen die hun t-shirts optrekken als ‘klein lief konijntje’ uit volle tiet mee gezongen wordt. De straffe mede stijgt menigeen naar het hoofd. Alleen wij vieren zien het niet. Allen in gedachten verzonken. Ook als die knappe dame in het geel langs komt paraderen en in het voorbij gaan de knie van Pieke beroert, valt het ons niet op. We nippen door, teveel door sportieve indrukken gevangen.

Het streven is vele kilo’s en nieuwe fietsen. En dit is pas het begin…..

Vandaag even geen koters, vandaag geen aandacht geven, vandaag iets voor mezelf. Zoals vannacht met kotsbakjes moeten leuren, omdat Toop ziek is, de afwas doen en de plee schrobben. Vandaag trek ik de deur achter me dicht en zwaai besjour. drie dagen modder, kabouteren, teflonspray, zweet, inteeltrock, gesnurk van Pieke, het kabbelen van de Ourthe en Blair Witch.
Vrienden in het bos
“hey prins pils, ga je nog mee?”
“nee, ik mag niet”
“waarom niet?”
“Maxima gaat shoppen in Maastricht, ik moet op de koters passen”
“zucht”

Bedtijd

Toop ligt tegen me aan te luisteren naar het verhaal. Ik vertel met overgave. Ieder personage krijgt een andere stem. Vooral de heks vindt hij vet. De heks in het verhaal is vrij ordi. Ik geef haar een lekker kek amsterdams accentje. De vader die de heks erg ordi vindt, geef ik een Groninger platte bek.  Zo  ontstaat er een nieuw verhaal in het oude. Zowel Toop als ik gaan er helemaal in op. Wanneer de kekke heks de groninger boer lik op stuk geeft zegt Toop ineens; “Pap,  weet jij wat schelden is? Ik wel stomme vetklep, flikker op dikzak”.

Ik verslik me in het speeksel dat ik ruim consumeer tijdens de voordracht en zit hem stom verbaast aan te gapen. 6 turven hoog

“Van juffie Phiel geleerd”

Roos neuriet tussen het tandenpoetsen en uitkleden een onbekend deuntje. Ik vraag haar welk liedje het is. Haar gezicht klaart helemaal op en met een grote BIG smile “je bent een lekker wijf”

“Zeker ook van juffie Phiel geleerd?”

“Yep”

Ik ga morgen maar eens naar school, even praten….

“Welterusten”

“truste ouwe”

grrrrrrrrrr

Langzaam beginnen mijn hormonen te werken en maken zich op voor de strijd. Mijn hart pompt het bloed in grote slagen door mijn spieren. De pezen worden soepel gewreven en mijn gewrichten langzaam bewogen.
5 kerels maken zich op, 5 kerels ieder op zijn eigen manier.
De een is al maanden in training en hoopt iedereen zijn gat te laten zien in de beklimmingen. De ander traint zijn huig en biervaste hand en zal het moeilijk gaan krijgen op de glibberige Ardense paden, zijn grote mond zal ons langs valse kabouters leiden. Nummer 3 droomt alleen van geschoren ballen die hem door zijn ega zijn aangepraat, hij gaat glijdend over zijn zadel (goed insmeren Pieke). Onze grootste bikkel gaat voor de inwendige mens zorgen. Wanneer alle het schuim op de lippen biken gaat hij zorgen voor een ontbijt. Een titanen omelet met een veestapel van Belgische gekke koeien.
En ik?
Ik glimlach. Ik ben met mijn vrienden in de bossen.

Nog 4 dagen

Denkend aan Holland
Zie ik brede rivieren
Traag door oneindig
Laagland gaan

Loom open ik mijn ogen, ontwaak uit een diepe slaap. Kijk naar boven, waar zonlicht door het ruisen van de wind speels tussen het dichte bladerdak schijnt

Rijen ondenkbaar
ijle populieren
Als hoge pluimen
Aan de einder staan

Het kost me tijd te beseffen waar ik ben. De lunch en de wijn hebben me doen inslapen. Stemmen vervaagden en het ratelen van de duizenden bladeren werken eentonig op me in.

En in de geweldige
Ruimte verzonken
De boerderijen
Verspreid door het land

De Tarn stroomt gestaag breed uitgemeten door het dal. Kinderen spelen in het ondiepe water. In het afgezette gedeelte van de rivier spetteren de kleintjes. Toop, met zijn oranje zwembandjes, voelt zich al snel te groot voor het ‘pierebad. “Is voor baby’s” en lonkt naar zijn zussen die van de stootkussens in het diepere gedeelte springen.

Boomgroepen, dorpen
Geknotte torens
Kerken en olmen
In een groots verband

Ik rek me uit en bekijk mijn omgeving door het blauwe glas van de zonnebril. Iedere keer heeft de natuur een overweldigend effect op me. De groene heuvels, de blauwe lucht, het violette water. De bodem van de rivier is bezaaid met stenen. Op blote voeten kom ik moeizaam vooruit. De stroming doet me wankelen en als een dronken kerel stuntel ik naar het midden van de rivier.
 
De lucht hangt er laag
En de zon wordt er langzaam
In grijze veel kleurige
Dampen gesmoord

In de verte zie ik Roos met haar vlaams vriendinnetje door het water naar de stroomversnelling lopen.Het gaat haar heel wat beter af dan mijn slakkengang. Ik vermoed dat ze haar crocs aan heeft. Ieder steentje onder mijn voeten is een marteling voor mijn zolen. Roos zwaait, ze is inmiddels bij de stroomversnelling aan gekomen. Ik zwaai. Roos blijft zwaaien, ik zwaai terug. Ik zie Roos wegdrijven, voorbij de versnelling. Op dat moment zie ik beweging aan de kant, allerlei mensen komen in actie. Met een arm, die net was opgehouden met zwaaien, staar ik naar de reddingsoperatie. Realiseer me dat het zwaaien een andere betekenis had en klos door het water naar de versnelling. Ik ontzie mijn voeten, val meerdere keren maar Roos is inmiddels gered. Ik neem haar in mijn armen, Stamel in mijn beste frans een bedankje. Mijn Roos is meer geschrokken  dan in gevaar geweest. Ik druk haar tegen me aan en samen huilen we van opluchting.

En in alle gewesten
Wordt de stem van het water
Met zijn eeuwige rampen
Gevreesd en gehoord

(Marsmans)

Denkend aan Frankrijk……

In een Ardens woud loop ik te orakelen tegen een vriend.  Ben niet gaan fietsen, maar wandel in de herfstige tinten van het najaar. Enorm onder de indruk van de pracht, het zonlicht en de grootse natuur, voel ik me nietig. Ik voel me heel klein in de nabijheid van al die bosreuzen die zachtjes meedeinen op de warme luchtstroom die door het dal geblazen wordt. Rode en gele bladeren waaien voor me uit. Vanzelf word ik bevangen door al dit moois. Ik laat me helemaal op en energie stroomt door mijn lichaam. We hebben het over films.

Een paar dagen geleden was ik op zoek naar de filmclip van Kate Bush Nocturn. Tot mijn verbazing zag ik dat Nocturn in de film Brokeback mountain wordt gebruikt. De sfeerbeelden in die clip gaan er in ieder geval voor zorgen dat ik nooit naar die film ga kijken.

“Waarom” vroeg mijn vriend

Zo Amerikaans, zo onecht, zo uitgemolken.

Ik vertel verder;

Ik moet denken aan een Amerikaanse film die ik in januari 2007 gezien heb op de TV. Het verhaal gaat over twee oude studie vrienden, waarvan er een is blijven hangen in het studentikoze zwerversbestaan en de ander op het punt staat om vader te worden, een baan heeft en een eigen huis heeft. De film is geregisserd door een vrouw. Ze neemt me mee in een verhaal waarin deze vrienden besluiten een weekend samen door te brengen in de natuur. Op zoek naar vriendschap, het terughalen wat ooit was. Tijdens de reis groeit er een onderhuidse irritatie. De een zelfgenoegzaam, jointrokend en de ander zich misplaatst, niet op zijn gemak en denkend aan zijn zwangere vrouw. Het mooiste stuk is een non-verbale scene waarin ze aankomen bij een heetwater bron. Wanneer de gesettelde vriend zich in het bad neer heeft gevlijd, komt zijn vriend achter hem staan. Deze legt zijn handen op zijn schouder en begint hem te masseren. De reactie op het gezicht van de gesettelde is verkramping, de ander gaat door met masseren. Langzaam wordt zijn gezicht ‘zacht’ en kan hij ontspannen.

“In deze scene zitten voor mij alle gangbare vooroordelen van mannen vriendschap. Er is in de film geen sprake van verleiding, geen sprake van sex of er ook maar een subtiele hint naar. Dit is vriendschap, maar ook een vriendschap die voor velen nog not done is. Je kust een man niet, zoals je zijn vrouw kust. Daarom vind ik deze film zo subliem en vind ik Brokeback bagger!”

Vriend kijkt me fronsend aan na mijn relaas. Helemaal in balans wil ik hem een vriendschappelijke knuffel geven; gillend rent hij het bos uit. Tja,  als hij nu een paard had gehad was het een echte cowboy geweest…….

Gestaag en in een perfecte cadans, midden op een flauwe helling, na een kilometer of 10 lijkt het ineens alsof iemand een mes in mijn kuiten steekt. Ik kan niks anders dan stoppen. De pijn schiet als een pijl door mijn lijf. Ik probeer nog wat te rekken en onderga een masochistische behandeling wanneer ik weer begin te lopen met een aangepast tempo. Ik voel dat het over is, einde oefening.
Een half uur later word ik in de bossen  afgevoerd.

“U moet rust nemen meneer Haanappel”
“Maar dat gaat niet dokter!”
“Wat gaat niet? U heeft niet het lichaam om hard te lopen, U bent te zwaar”
“Maar ik ben aan het trainen voor de halve”
“U kunt nu beter gaan dammen en het over drie maanden nog eens proberen”
“Shit…………”

Een enorme domper, ik heb die inspanning nodig om me te kunnen ontspannen. Ik heb die kick van het afzien nodig. Ik voorzie zwarte momenten doorduisterewouden.

“Ha Bram ga je mee biken zondag? Gaan we de Geertruid route doen!”
“Hey Rikman, count me in, ik ben van de partij.  YES!!!!!!”

Naast het huis waarin ik ben opgegroeid, lag een gangpad. Het pad was smal en diende om tussen de garages door in de tuin te komen. De bijkeukendeur kwam ook uit in het gangetje. Boven deze deur zat het rooster van de afzuiger. Aan het einde van de middag kon ik precies ruiken wat er gekookt werd. De spruitjeslucht en wat ik nog smeriger vond, was de slijmerige gekookte andijvie, die bitter tegen mijn huig bleef plakken. Wanneer ik dit rook was mijn schreeuw om boterhammen, koek en snoep groot en kwam ik met heel veel frisse tegenzin thuis. Later kon ik de 70- er jaren macaronies, bami’s en pizza’s onderscheiden door even mijn neus in het gangpad te steken en een zucht van verlichting slaken door niet aan de Hollandse hap te moeten. Ik begreep die vaders wel die alles met de liefde der appelmoes bedekten.  Mijn moeder ging er in die tijd prat op een keukenprinses te zijn. Stralend legde ze dit,  na het compliment van mijn vader,  uit dat ze vroeger kooklessen had gegeven. Arme huishoudmeiden dacht ik dan, weer een hele generatie spruitjeslucht. Met braakneigingen slurpte ik de groente naar binnen. ‘Nooit’ heb ik me toen voorgenomen,  zal ik dit mijn tafelgenoten voorschotelen.

Jaren later kokkerel ik een aardig pannetje mee. Heb ik wilde bereidingen gedaan en krijg ik regelmatig les van een Oger. Maar………nu heeft mijn oudste liever bloemkool en slavink.  De zeeduivel met zelfgemaakte pesto wordt met lange tanden gegeten.  Met een gezicht op onweer komt ze de keuken binnen. Ze weet al lang wat we gaan eten. Ook zij heeft de gang naar het rooster gevonden.

Next Page »