August 2007


‘Somewhere a clock is ticking’, drijf nat ren ik de wijk in. Krijg kippevel van dit juweeltje, inmiddels grijs gedraaid. De naald in mijn MP3 is bot. Tijd gaat voorbij, vergankelijkheden. Langzaam wordt het licht, de stad ontwaakt. De miezer legt een dikke deken over het landschap. Herfst, mijn jaargetijde. Kleurend blad, oogsten, paddestoelen, de geur van nat bos. In mijn jonge jaren dwaalde ik uren lang door de bossen op zoek naar van alles en niks. De rust van de beslotenheid, de kleurenschakeringen, het zonlicht dat speelt met de wiegende bomen en het ritselend blad. Mee gegaan in de moderne snelle tijd ren ik door de bossen.

‘don’t you breathe’,

Liefde is een kreng

Komend weekend zit ik op de hei…..

Morgen is het feestje van Toop. Nu heb ik in de voorbereiding een fantastische Indianen naam gekregen van hem; Woeste Bever. Afgelopen weekend heb ik voor zijn vrienden en vriendinnen ijverig amuletten gemaakt met daarop de namen die Toop voor hen bedacht heeft. Nu ik nog, maar hoe teken je een woeste bever? Op zoek,  in het ruime sop van de www, naar bevers en dan geen poses van splitten, lees ik de meest fantastische Middeleeuwse verhalen. Ineens zit ik in een compleet andere wereld. Dat onze ballen gewild goed zijn,  dat wist ik, die van de bever slaan alles. Zo blijken ze goed te zijn voor tandpijn (goed kauwen), eksterogen (zachtjes masseren) en aambeien (goed afdichten) lees ik in de oude geschriften. Het bevergeil was zelfs de voorloper van onze aspirine. 

De bever stond ook voor het fatsoen en moest de mens het goede voorbeeld geven. Nooit geweten dat die beesten ooit het tegenover gestelde effect hadden. Een bever bij mij roept hele andere associaties op. Zo zal ik een bouvier altijd associeren met yoghurt, maar dat is een zijstraat. Onze Willem zou volgens de overlevering ons, de mens, een morele les moeten leren. Een les over deugden en gehoorzaamheid, met als ultiem hoogtepunt zichzelf castreren en zijn ballen in het gezicht van de duivel gooien.

Nu daag ik regelmatig uit, maar dit gaat te ver. Toop kent me 6 jaar; Woeste Bever. Van mij krijg je hoofdpijn!

Vol verwachting rijden we de valei van Eben-Emael in. Over de Jeker hangt de mist, boeren maaien in de avondschemering het gras. We worden gewezen naar een smal pad dat de valei uitloopt en even later kijken we uit over het glooiende landschap. Beneden in het dal horen we zachte malancholieke gitaar klanken. In het busje dat ons weer terug de valei in brengt klinkt zwoele jazz. Het piano spel van Horace Silver’s song for my father vult de blikken bak en hobbelen we geheel in stemming de berg af. Het jazzfestifal, de zigeunerjazz programering van zaterdagavond, wordt bezocht door overwegend 40 plussers. Tussen de gadjo’s lopen echte Django’s in wording. Hun blikken ernstig, hun kleding strak. Kleine snorretjes, haren zwart strak achterover gekamt. Pieter en ik luisteren, drinken bier, kijken en vertellen roerselen.

Langzaam vervagen de klanken op het donkere pad. Boven op de berg huilen we naar de volle maan, laten onze sporen achter en keren huiswaarts. 

Maak me op voor een sportief najaar, ik voel langzaam mijn energie en krachten terug komen. Alles wat ik er aan gegeten en gezopen heb, loop ik er gestaag weer vanaf. En wat ben ik lui geweest de afgelopen maanden. Af en toe eens rennen is niet genoeg gebleken. Mijn lichaam vraagt om uitputting. Wil de grenzen opzoeken, balanceren en thanatos uitdagen. Vlammen op de Ardense heuvels, speren door het glooiende Limburgse land. Als polderjongen zijn het andere elementen om tegen te vechten. De overwinning zal uiteindelijk de negentig kilo lui zweet in beweging houden zijn. Op programma staat fietsen op de langste downhill van Belgie, maar zoals altijd moet je eerst op om daarna pas de geneugten te kunnen ervaren (en dat laatste is niet eens moralistisch bedoeld).

Toop was verdwenen. Terwijl ik met mijn rug naar de doorgang stond te pielen in een pan, mompelde hij iets onverstaanbaars. Toen ik omkeek was hij verdwenen.

Nu is dit een dagelijks terugkerend ritueel. Hij mompelen, ik pielen in de pan en dan verdwijnen we. Vader & zoon codes. Gistermiddag kreeg ik een ander gevoel, ik miste iets. Ik keek nog eens om en miste een van mijn mobieltjes die prominent op de keukentafel liggen om gebeld dan wel geinstalleerd te worden. Mijn nieuwe mobiel heeft blijkbaar op hem een enorme uitstraling en in een mompel&piel moment zag hij zijn kans schoon. Niet OK is mijn reactie en laat alles vallen waar ik mee bezig ben, speer naar buiten op zoek naar een glimp. Nope, Toop is de hort op. Ik stuur Roos de straat op, maar dat heeft geen succes. Manneke blijft verdwenen, zich verstoppen en pielen met dat ding. Ik mompel wat en samen met Roos struin ik de wijk af. Na een kwartier zien we een blond manneke op zijn fiets door de straat rijden. In zijn linker hand mijn mobiel aan zijn oor, luid mompelend. Zich van geen kwaad bewust (groots acteertalent) krijg ik het toestel terug en met z’n drieen fietsen we terug.

Wanneer ik de poort open doe zie ik een smerige rooklucht in de keuken hangen. Nu herinner ik me de pan waar ik in stond te pielen. 

Aan tafel kijk ik Toop aan. Ik piel wat met mijn vork door een ondefineerbare massa, hij mompelt wat en schuift zijn bord voor zich uit.

“Wat zeg je?”

“Niet lekker papa”

“Jij eet alles op!”

Samen worstelen we ons door de maaltijd heen M. en Roos eten brood en zitten ons lachend uit te dagen. Vader en zoon, Mompel en Piel; lekker duo

   

Ik jakker er door heen met een enorme rotgang, de zinnen spatten er van af en de woorden worden verpulverd. Ik lees verder en kan niet stoppen. Ik verslind de tekst. Het boek dat ik al tijden in de kast heb liggen, maar door de erbarmelijke staat er van nooit aan begonnen ben. In plaats van bloggen lees ik en laat mijn omgeving compleet aan me voorbij gaan. Ik word opgenomen in een vreemde wereld, een gecreerde wereld, ontsproten uit de wereld van een enkeling.

Het was een woensdagavond, ik kreeg van een van mijn nerds een boek in mijn handen gedrukt. “Moet je maar eens lezen Bram, dan snap je het wel”. Ik kijk naar het boek dat in mijn handen gedrukt is en ik kijk naar hem. De vonkeling in zijn ogen, zijn jeugdige sik, de onmiskenbare zweetlucht en zijn vreemde doch oversized plunje. Het boek ziet er minstens zo haveloos uit. De stoffen harde kaft kiert en laat op somminge punten los. Op de rug is nog net in vage gouden letters ‘Tschai’ te lezen. Met vragende ogen kijk ik hem aan. Hij zegt niks en verdiept zich weer in zijn digitale wereld. Op de binnenkant van de kaft is de naam van zijn moeder in fijne potlood strepen opgetekend.

Vanaf de eerste zinnen verdwaal ik. Vance neemt me mee en beschrijft een absurd verslag van een reis over een andere planeet.

Als ik na maanden mijn nerd zie zitten loop ik op hem af. Voor ik iets kan zeggen draait hij zich naar mij toe;  “nu snap je het hè?”

“Ja nu snap ik het!”

Het voorbereiden van kinderfeestjes is geweldig. Ik ben voor Toop zijn indianenmiddag een paar uur in de regen bezig om een tipi op te bouwen. Ik voel me Zwetende Bever die voor opperhoofd Zittende Bizon zijn kampement opzet, mijn Gulzige Karper straks vastbind aan de totempaal en alle papooses leer pijl en boog schieten door op haar te oefenen. 6 jaar is nog een leuke leeftijd, 11 wordt al ingewikkelder. M is nog steeds bezig met kiezen wie er wel en wie er niet mag komen. Jongens zijn taboe en er moet vanzelfsprekend een link zijn met paarden. Meisjes en paarden, het lijkt een combinatie die sexueel van aard is. Maar ik heb me door een groot meisje laten uitleggen dat dat niet zo is. Ja ja.

Beide zijn er al weken met hun feestje bezig. Toop speelt zijn rol met verve, M is aan het draaikonten. Hij vind het geweldig en geniet zo enorm van de voorbereiding. Zij gaat er bijna aan onderdoor, ziet de spanning elke dag groter worden. Er moeten keuzes door haar worden gemaakt, zij wel en zij niet, zucht. Besluiteloos, maar niet vieren is uit den boze. Ik noem haar liefkozend Donker Water. De blik die me toegeworpen wordt zorgt voor een naamsverandering; Donder Wolk. Meisjes van 11……

Heksen vliegen op bezemstelen, buren bouwen overkappingen en zitten in de regen, ik ren in de aanvang van de nacht op Grace Slik en zie dassen wegschieten het veld in. Ik ben een wit konijn, maar in plaats van paddestoelen maak ik zelf mijn eigen drug aan. Over het Tongerseplateau hangt een donkere lucht. Onder de zwarte rand ligt een oranje strook, de strook zakt bij iedere pas totdat de duisternis langzaam invalt. Mijn MP3 leeft in verlaten tijden, grauw dans ik verder op Martha & muffins en the B52’s. Planet Claire is niet te zien, ik geniet van elk moment en beleef mijn post puberale jaren. Zie me op Terschelling jointjes roken, dansen in de Wyb, tosties op Appelhof, rommelen in de tent, Fela Kuti, pogo. Met een jeugdige smile op mijn gezicht ren ik collega jogger voorbij. De dag afsluiten, mijn roerselen, verloren energie inhalen, de dag opnieuw beleven, evalueren, romanticus en dromer. Ik ren de nacht in………

Met lijkwitte gezichten hangen we rond, plukken we wat aan elkaar, zijn geprikkeld, uitgelezen. Mijn handen zijn koud en klam en onder mijn oksels valt het water mijn blouse in. Ergens achterin hangt een vage geur van knoflook. Roos slaat Toop, die daarop M een dreun geeft. Het geluid galmt door de wachtkamer. Bioscoopstoeltjes klappen op en neer, ik ben niet bij machte de koters in het gareel te stampen, ben teveel met mezelf bezig. Kauw nog maar eens flink op een gumpie en hoop daarmee de sporen van de pasta van gisteren te onderdrukken. Klapdeuren rammelen, hij is in aantocht. Met een grijns van hier tot Tokyo steekt hij zijn hoofd om de deur. De kinderen vliegen naar binnen, waarop de tandarts direct anticipeert en daar ook achter aan vliegt. Afgelopen jaar heeft Toop de boel afgebroken. De tandarts heeft namelijk een verzameling racewagens opgesteld staan in zijn praktijkruimte. Als straf voor de chaos van vorig jaar heeft die witte jas mij extra hard aangepakt en zonder verdoving zijn hele hand met instrumentarium in mijn mond geduwd. “Zo mijnheer Haanappel, dat is even schrikken hé ”.  Dat was inderdaad even schrikken, maar kon niks terug zeggen. Het rubber smaakte verschrikkelijk (wanneer komen de chocolade of aardbeien smaakjes?).  Met knikkende knieën  loop ik de kinderen achterna en sluit de deur. Ik voel me gevangen. Deze beul houdt niet van kinderen, knoflook en bange mannen. Oh jee ik scoor 100%.

Koters zijn zo klaar, een hele geruststelling, krijg ik daar tenminste geen commentaar op. Een uitnodigend gebaar en ik mag plaats nemen op de pijnbank. Terwijl ik gespannen naar het licht aan het gapen ben denk ik aan mijn eerste bezoek aan de schooltandarts, denk ik aan de beulen in dienst, kijk hem in zijn ogen en waarschuw hem. Hij lacht en propt zijn rubberen hand in mijn mond. Slik5  minuten later strompel ik de praktijk uit, heb weer een jaar om bij te komen (hij ook!)

’s Avonds rond zevenen, gaat vaak de anonieme telefoon. Vanavond ook weer en in dit geval neemt Roos op. “Pap iemand van de Nederlansche Revolutie” zegt ze terwijk ik het toestel aangereikt krijg. Ik bekijk mijn dochter eens goed; eerste schooldag groep 4, hebben ze het nu al geschiedenis? Aan de andere kant van de lijn ligt iemand blijkbaar helemaal in een deuk. Als ze uitgelachen is zegt de dame met een hik in haar stem “goedenavond mijnheer met VrijNederland, ik wil u graag een aanbieding doen, maar volgens mij hoeft het niet meer.” “Nee dat klopt, goedenavond mevrouw.”

Next Page »