June 2007


Tijdens het voetballen met de kinderen duik ik tevergeefs naar een bal. Een streep van Roos links boven in de kruising en ik heb het nakijken. De bal stuitert, omdat het doel niet van netten is voorzien, de struiken in. Laverend tussen hondendrollen sta ik stil en zoek de bal. Ik zie de bal niet maar kijk naar een heuse heksenkring. Op mijn netvlies heb ik een stripboek van Suske & Wiske, weet alleen niet meer welke. Toop loopt ergens anders te stuiteren en is er zichtbaar niet mee eens dat Roos een doelpunt heeft gemaakt. Ben de bal echt kwijt, waar ik ook kijk, het kunstleren vijfje is nergens te bekennen. Roos wordt ongeduldig en komt naar me toe lopen. Ik laat haar de heksenkring zien. Omdat ik het zo bijzonder vind, komt ze geintresseerd bij me staan en hoort mijn orakel aan. Ze knikt gepast en kijkt met een afwijkende blik langs me heen op zoek naar haar bal. Tenslotte is het haar bal, gekregen voor haar rapport. Ik sta helemaal gefascineerd naar de kring te kijken. Allerlei gedachten komen bij me op. Ik zie dansende heksen in witte en zwarte gewaden tijdens volle maan, rituelen in het park en grote brandstapels. Ik word me weer bewust van het heden als Toop stuiterend bijna de kring in wil springen. Ik kan hem nog net tegen houden. Ik wil hem niet in de heksenkring laten komen. Ondanks dat ik niet bijgelovig ben, voel ik dat er magische krachten vanuit gaan. Maar de bal is nog steeds zoek. Roos begint te dreinen. Samen zoeken we verder. Langzaam begint bij mij een idee te komen, maar vind het zo absurd, dat ik het niet wil geloven. Als we na een kwartier zoeken de bal nog niet hebben gevonden, worden mijn geestelijke vermogens zwaar op de proef gesteld. Wat als die bal…….nee……dat kan toch niet? Maar waar is dat klote ding dan? Toop hangt ondertussen zwaar jengelend aan mijn broekspijpen en Roos is ontroostbaar. De aftocht valt zwaar, met twee huilende kinderen verlaat ik het veld. Als Roos nog een laatste blik over haar schouder werpt, zie ik haar gezicht klaren. Ze rukt zich los uit mijn handen en rent terug naar de plek waar we net hebben staan kijken. Stuiterend komt de bal terug. Innig omhelst ze haar bal en gelukkig lopen we terug naar huis. Als ik nog een laatste blik over mijn schouder werp, zie ik aan de andere kant van het park een dame in het zwart staan die naar ons kijkt, wanneer ik nog eens kijk is ze verdwenen.

Ballend en stuiterend snellen de koters voort, ik in gedachten volgend. Nee, dat kan niet waar zijn?

Ik weet nu hoe bejaard Nederland op vakantie gaat. Althans wanneer bejaard Nederland in Nederland op vakantie gaat. Ze gaan met de caravan en beginnen al in het voorseizoen de plekjes van de gezinnen in te pikken. Wanneer je niet in het hoogseizoen gaat dan is de kans heel erg groot dat je je tent op moet gaan zetten tussen de met afstand bediende super caravans compleet met schotel, rollator en aangelijnde kat. De kans is eveneens groot dat je ’s nachts wakker schrikt, niet van het geluid van huilende kinderen maar van rochelende bejaarden die aan het spoken zijn en verdwaast over de camping zwerven. Commentaar is zo fantastisch, ik luister tijdens het piesen een gesprek af tussen twee bejaarden die af staan te wassen. “Zeg Mie, zijn dat echt twee mannen alleen?” “Ja meid en dan alleen met die kinderen op stap, waar zouden de moeders zijn?” “Vast gescheiden, je hoort dat zo vaak” “Tja, maar vind het wel goed hoor dat ze gaan kamperen, zijn zulke lieve kinderen” “Sssst, daar komt ie” 

De bejaarde heren, vinden ons vaderweekend met name leerzaam voor de kinderen, komen allemaal een praatje maken en zijn bloednieuwsgierig, natuurlijk door hun vrouw erop uitgestuurd, naar ons verhaal.

De kinderen zijn harstikke duidelijk, bejaarden zijn saai. Ze hebben niet eens schommels (wel snoepjes)

Soms vraag ik me wel eens af waar ik alle tijd vandaan moet halen. Tot ’s avonds laat ben ik bezig. Is het niet de was draaien, dan is het wel het opruimen ervan, administratie doen en meer van dat alles. Bloggen is er vaak niet eens meer bij. In de kleine en late uurtjes wil er nog wel een beslommering getikt worden, voor de continu aanvoer van roerselen, hoe graag ik ook zou willen, heb ik de afgelopen dagen geen moment vij voor kunnen maken. Althans, het was mijn keuze. Is nu vrijdagochtend, zomaar een vrije dag, voor een bijzonder weekend: Het vaderweekend! Al een lustrum traditie, ik met de koters een weekend op rak. Tassen vol chips, cola en bier. Mijn kinderen zien groeien, terug kijken op een heel jaar, genieten van hun lach, plannen maken voor het volgende en vooral helemaal niks hoeven en doen! Dit jaar op de fiets. Tentje achterin het karretje, helemaal geweldig. Bossen en heide; hier komen de haanappeltjes………

Met in de ene hand mijn mobiel, de andere aan het stuur draaiend, rijden we een schimmig straatje in,  in een schimmige wijk,  in een schimmige stad.  Volkser dan volks. knderen kijken hun ogen uit. Ik vraag me in stilte af waar ik mee bezig ben. Steeds dieper rij ik de wijk in.  De straatjes worden smaller. Ik slalom tussen de op de stoep geparkeerde auto’s door. Achter mij proberen opgeschoten jongens mij met hun opgevoerde scooters in te halen. “Cool”  hoor ik Roos op de achterbank zeggen als een van de jongens mij op 1 wiel inhaalt. De anderen volgen met veel lawaai en snelheid. Het meisje dat achterop de scooter zit, kijkt om en grijnst. Ik zie in een flits het flmscenario van ‘Spetters 2′ voor me. Haar lange wapperende haren verdwijnen in de verte als ik langzaam tot besef kom dat ik verdwaald ben. De man die ik net aan de telefoon had  was verbaasd dat ik geen navigatie aan boord had. Was ook wel te regelen klonk het op de achtergrond.  Ik parkeer de auto, ookal blokkeer ik de weg, maar op de achterbank waren ze er niet blij mee dat ik niet handsfree aan het rijden was. “Mama belt wel met een snoertje” , ” ja papa is het vergeten en nu ophouden”. Ik begin het benauwd te krijgen als een enorme Hummer achterop komt, dan maar met een hand verder. Na een laatste aanwjzing komen we aan voor een schimmig rijtjes huis. Een nog schimmiger persoon komt zijn huis uitlopen en met een grijns van hier tot Tokyo maakt hij mijn portier open. Een aantal stompjes tanden lachen mij toe en met onvervalst dialect worden we uitgenodigd om vooral binnen te komen. De kinderen rennen al naar binnen, uitgelaten na een lange rit. Weer die grijns. De Hummer wordt begroet. Als ik duidelijk maak dat ik eigenlijk heel snel weer naar huis moet in verband met een afspraak krijg ik weer een grijns. Binnen zitten de knderen aan de chips en cola. Ik slik, stel me voor en denk bij me zelf, ach barst. 1 Uur later, een honderd blogs aan ervaring en verhalen rijker neem ik afscheid. Vergeet ik bijna waarvoor ik gekomen ben, betaal en 65 euro armer ben k de trotse eigenaar van een fiestdrager.

Koters zitten allemaal volgevreten suf voor zich uit te staren. “Was gezellig he pap?” Ik kan geen boe of bah meer zeggen. “Gaan we nu op de snelleweg naar huis?” Ik denk aan fietsen en stompjes tanden. De koters aan vaderdag; ” ja het was leuk!”

Het druilt,  langzaam ontwaakt de stad die ik net achter me laat. De stedelijke bebouwing vervaagt en maakt plaats voor uitgestrekte landerijen en hellingbossen. In de verte zie ik torenspitsen fier boven de einder uitkomen. Naast mij stroomt de Maas traag als een zilveren lint. Het landschap brengt me tot rust. Iedere keer als ik de pedalen rond draai laat ik iets achter. De kracht van eenzaamheid, inspanning en rust. Waarom fiets ik niet door?  Opzoek naar de bron.

De rivier en ik scheiden elkaar, ieder zijn eigen doel, we hebben een afspraak .

Een dag na ’start’ drink ik mijn whisky en overdenk ik mijn race. Wat een race, wat een dag en wat een gevoel. Ik heb er fysiek en metaal zo naar toegeleefd. Zo onvoorstelbaar dat momenten voorbij glijden, intens beleefd en van genoten. Ik geniet na. Spanning ’s morgens bij het eten van een boterham, de fietstocht ernaar toe. Onderweg merk je dat het geen gewone zondagochtend is. Het is druk, er zijn teveel mensen op straat. Dichterbij het werk, ik loop met collega’s samen, is de omvang pas goed te zien. Ontvangst, nervositeit en barsten van de adrenaline die gierend door mijn lichaam gepompt wordt. Fotootje, snickertje en een sportdrankje. Ik ben klaar. Verbaast om te zien hoe al die mensen opeengepakt in kooien voor de start worden gezet. Ik sta vlak voor een pisbak, hele rijen met kerels en dames die een volle blaas met sportdrank willen legen. Ik verdamp wel alles, denk ik. Een brul als het kanon wordt afgeschoten en 1500 lopers over de start gaan, denk ik aan watervallen, zeeen, de maas, een  koninkrijk voor een pot, desnoods een jampot. Please ik moet piesen……. Maar ik kan niet terug, 1000 man duwt me voorwaarts, ik slik en begin mijn race al slalommend door het deelnemersveld. Ik barst van de kracht en voel me machtig en probeer mijn snelheid en mijn cadans te vinden. Na 1 uur 15 en nog een paar seconden sprint ik de meet over en ren verder om mijn blaas tegen een oranje trechter te legen.

Watermans is dan nog bezig met binnenkomen. Het doet me niks meer en heb respect voor zijn race. We kijken elkaar aan, een ervaring en medaille rijker. Ik heb een loopmaatje en een vriend erbij.

2 uur voor de start, geen kreng, galgespuug of brakerijen, geen ballen over tafel die koffiekopjes op witte broeken doet belanden, geen todolijstjes of de quest naar ons psychische inmuun systeem. Niets van dit alles, in opperste concentratie. Op zoek naar watermans en een race binnen de 75 minuten.

Later

Een klein zinnetje spookt al de hele dag door mijn hoofd. In een nummer van Kasabian wordt gezongen over ‘Horny snacks’. Tenminste ik denk dat ik dat hoor,  ik wil dat ook horen. Zoiets als de wens der gedachte. Onderweg naar mijn werk, fietsend langs de Maas zing ik mee. De rest van de dag probeer ik me hiervan een voorstelling maken. ‘Horny snacks’; ik zie ronde billen om in te bijten, borsten om vast te pakken, tepels om aan te zuigen. ‘Horny snacks’ een vergadering wordt ineens heel spannend, collega’s worden heel anders waar genomen, een storing gezien als een uitdaging. Beetgaar en blikkende blozen. De super wordt een speeltuin en zelfs de blokker krijgt uitstraling.

De doktersassistente knipt de hechtingen uit mijn elleboog. Ik schreeuw het uit van de pijn.  Weg ‘Horny snacks’

Ik pak maar een mariaatje bij de thee om aan te knabbelen :)

Vriend Pieter is vandaag jarig. Hij heeft bij mij een speciaal plekje. Mijn drinkebroer, maatje in de bossen en aanhoorder van mijn roerselen des levens. Een behoorlijke wissel op een vriendschap. Soms zien we elkaar bewust een aantal weken niet, ontlopen we elkaar op school als we de koters weer eens voor de bel aangekleed en gevoed hebben, maar zoeken we elkaar op wanneer we voelen dat er ruimte is.

Een aantal jaren heb ik gezocht naar dat ene boek dat ik verslonden heb, en nog steeds regelmatig uit de kast neem om me mee te laten voeren in een mooi document. Het was uitverkocht en werd niet meer gedrukt, niet bestelbaar etc. Kon het voor hem niet meer krijgen. Om me heen hoorde ik de verhalen en ieder had er wel zijn of haar eigen verhaal bij. De vraag bleef staan en kon het via internet 2e hands bestellen (lang leve BOL). 

Iedere keer wanneer mijn ogen de regels volgden gingen mijn gedachten naar hem uit. Ik vind hem wel een beetje een Chris, op zoek naar zijn roots, op zoek naar antwoorden.

Ik stuur hem hier mee op weg, met mijn boodschap; GO 4 IT!

En route Pieke, route 46

Gefeliciteerd!

Woensdagmiddag, papamiddag. Eigenlijk is het altijd papamiddag. Maar ik voorzie de barsten in die constructie. De momenten met de kinderen worden steeds minder. Dat wil zeggen, de kinderen willen steeds minder met papa. M heeft een sleutel, gaat en komt. Roos trekt zoals altijd haar eigen plan en Toop, ach hij vindt het allang best. Tenslotte kan hij via het aanrecht binnen bereik van de koekjestrommel en snoeppot komen.  Boterhammen kan hij ook al goed smeren (lekker veel choco of hagelslag). Voor mij is het een middag geworden voor het huishouden. Poetsen, was en boodschappen doen. Ondertussen ben ik vliegende keep, regelneef en de meest slechte gedachte die je maar kan bedenken, is dat ik bereikbaar ben geworden voor mijn werk. Geen vrije middag, huis vol koters, mobiel naast me voor de emergency calls, boodschappenlijstje aan de andere kant. Bedenk me dat ik zo meteen de was ga doen, het waait zo lekker, op de fiets naar de toko, spoed mail gestuurd en management op de hoogte gebracht.

Ik zie de koters door de tuin struinen, sluit mijn ogen en geniet. Zo mogen alle dagen zijn, ik mijn ding, zij hun ding, alles in perfecte harmonie.

Next Page »