May 2007


In een moeizaam overleg word ik gebeld. Juffie van Toop, hij is ziek, of ik hem op school wil komen halen. Wat heeft hij dan is mijn vraag. Tja, hij is niet lekker. Maar wat heeft hij dan? (staat eigenlijk al buiten kijf dat ik hem ga halen, ik wil juffie even laten zwemmen) Heeft hij koorts? Ik zal even voelen. Ik hoor een hoop ruis en geritsel. Hij heeft verhoging.

Op school zie ik een klein hoopje mens zitten. Mijn gevoel van een verkeerde inschatting en wrevel naar school en het gemak waarmee ze kinderen naar huis sturen lost op als de spreekwoordelijke sneeuw. Een flauw lachje als herkenning en even later zitten vader en zoon op de fiets naar huis.

Ik ren door de regen, met bakken komt het naar beneden. Paarden in de wei laten mij hun achterste zien en beschermen zich tegen de striemende regenvlagen. De nattigheid verblind me, water en zweet vermengen zich, ik proef en zwoeg verder de berg omhoog. Plassen  veranderen in snelstromende beken. Ik spring van de ene kant naar de andere. Kwestie van seconden voor dat mijn voeten verdrinken. Als ik boven ben kijk ik uit over het Maasdal en zie Maastricht aan mijn voeten liggen. Een euforisch gevoel maakt zich van me meester. Pijn vergeet ik, mijn lijf en gedachten in cadans. iedere stap brengen me een stap verder. Ik laat letterlijk iets achter me, wat een symboliek. Boven Belgie breekt de lucht open, zie ik een grote blauwe streep. Ik ben bemodderd, smerig, ik glij door de grub de zon tegemoet. Verdomme wat een piekervaring!

De slijter en ik zijn grote vrienden, hij heeft een mooi verhaal en ik proef graag. Vooral het verhaal erachter, hij legt emotie in het glas. Of het nu een whisky uit geroofde eikenhouten vaten is of een biologische Franse rose. Na zijn verhaal krijg je er zin in. In mijn gedachten sta ik tussen rijen met vaten en snuif de geur van gistende alcohol. Of zit ik op een lommerijk plein diep weggestopt in de provence en proef ik de sfeer van verliefdheid.

Meestal maakt drank deze roerselen bij me los. Bij mijn grote vriend begint het in zijn winkel. Is mijn Pavlov-reactie

Buren hebben een feestje en draaien goedkope house. Op dit soort dagen droom ik van fietsen door de natuur, naakt over het strand achter zeemeerminnen aan lopen, kreeften vangen in de Barentzzee,. Zelfs de zuipwedstrijd van dadame lijkt een verademing boven de borrelnootjesgeur die over de schutting komt waaien. Over kreeften gesproken, volgende week ga ik ze bereiden. Ik kook dagelijks, maar vind het nodig met vrienden om de 6 weken een mannending te doen. Een avond met een Franse chef kok http://www.a-table.nl/ Kreeft dus, al heel wat mailwisselingen gehad over welke wijn we er bij gaan drinken. Iemand nog suggesties?

Mannending, vraag me soms wel eens af waar ik dat vandaan haal, waarom ik hier soms zo’n behoefte aan heb. Hiken in de Ardennen, zeilen in Friesland, koken op z’n Frans, avondje brallen. Kan hier intens van genieten. Mijn zus heeft wel eens geopperd om mee te gaan. Ze kon ook goed scheten laten. Vrouwelijke scheten, ik ken ze alleen van onder het dekbed. Het gaat niet om die scheten, waarom denken ze altijd dat het daarom gaat?  Het is een WIJ gevoel, een wehoevenevenniks gevoel, een ikstamettiesbijdelantaarnpaal gevoel.

Bij de buren gaat Jantje Smit in de schuif. Ga maar eens een vette scheet laten en waai hem over de schutting.

Zit nu buiten even te genieten en luister naar de geluiden om me heen. Ik waan me in een groene oase van rust.

Relatief. 

Heel in de verte hoor ik het gezang van de A2, dichterbij een opgevoerd brommertje. Is er ergens een plek waar ik geen ‘menselijk’ geluid hoor? Diep in de Ardennen bij mijn grot hoor ik zelfs vliegtuigen overkomen, of verwaaien mechanische geluiden over de toppen van de bomen het dal in. In mijn werk is geluid zelfs van wezenlijk belang.

Ik zou wel eens op willen gaan in natuurlijke geluiden. Het ruizen van de wind, het ritselen van bladeren, zachte en diepe geluiden. Ik sluit mijn ogen en luister………

“Pap, ik verveel me, mag ik even op je laptop?”

Rond het hockeyveld zitten de moeders naar de training te kijken, allemaal op een rijtje, allemaal met een zonnebril op hun neus en allemaal verwikkeld in wat blijkbaar een sappig plaatselijke roddel moet zijn. Als ik naast hen ga zitten verstomd het gesprek. De boodschap is duidelijk; opzouten. Ik sta op en loop naar het trainingsveld. De ogen die ik op mijn rug heb zien dat de koppen van de dames weer bij elkaar gestoken worden.

Later sta ik bij een aantal vaders, soort zoekt soort en probeer wat mee te krijgen, toch nieuwsgierig geworden, van de plaatselijke orgie. In die paar minuten dat ik langs het veld sta hebben mijn gedachten me helemaal in de steek gelaten en de roddel is een eigen leven gaan leiden.  Ben wel in voor een smeuig verhaal. Het is het begin van de avond en terwijl ik geniet van de laatste zonnestralen hoor ik de heren aan. Gaat het over auto’s, niks geen achterklap, geen mooie vrouwen, wie doet het met wie of andere details. Auto’s!

Jongens waar moet ik mijn inspiratie dan vandaan halen?

Half Maastricht is aan het hardlopen voor haar Mooiste.  Ik ben nu al een paar maanden aan het trainen en iedere dag zie ik meer lopers, renners, zwoegers, hazen  op mijn pad komen. Ik heb inmiddels bereikt dat ik boven de weg kan zweven en vooral met muziek op mijn oren tot ongekende prestaties kan komen. The cure loopt lekker maar ook 16 horsepower, vandaag het met kasabian gedaan. Lekker agressief rennen, fietsers van de weg afduwen en net voor auto’s wegsprinten. Wat heerlijk asociaal, ik voel me alleen op de wereld.  Een Remi die zwetend, dampend, stampend, mijn roerselen van de dag wegloopt. Therapeutisch rennen heet zoiets, geil word ik ervan. Op weg naar huis, fiets ik de laatste agressie uit mijn lijf en snij ik de vele lopers die ik nog tegen kom hun pas af.  

Over een paar weken is het zover dan wil ik de bijna 16 binnen de 90 minuten lopen. Ik zal klokken.

Ik heb vandaag geflipperd, pacman gespeeld. Oude tijden herrezen met the good old tennisgame. Zie mezelf als menneke voor de buis zitten en het blokje met mijn ogen volgen. Alleen al  het geluid: pong..pong..pong eentonigheid, vloeken, natte handen. Was het geen strijd deden mijn vrienden en ik het nog eens over met onze Fleischmann racebaan. Nog niet beslist, dan werd er gestreden om de straten voetbal cup. Buurten tegen elkaar, meestal de autochtone tegen de allochtone bevolking. Moet je niet denken aan Marokkaanse, Turkse dan wel West Indische clash, maar meer aan forens kinderen tegen de boerenkinderen. Drenten tegen niet Drenten. Ik geloof niet dat we ‘donkere’ mede mensen in ons dorp hadden. De eerste neger in ons dorp zag ik pas op mijn veertiende…….. De strijd was er vaak niet minder om. Een goede pot met blauwe schenen en ogen.

Vandaag dus geflipperd, pacman en tennis gespeeld bij het Industrion (http://www.industrion.nl/games/).  Op het einde van de tentoonstelling heb ik tennis gespeeld op een 5 meter bij 5 meter scherm op de Wii. Ik voelde weer na een paar slagen een enorme strijd ontstaan. Zwetend streed ik tegen de koters en ging roemloos onder. Ik slikte mijn voorstel om buiten te gaan voetballen in.   Tenslotte had ik vanmorgen al 13 km hard gelopen.

Vanavond na de asperges hoorde ik M. in de kamer muziek draaien. Haar silhouet zichtbaar door de ramen, maar te verblindend door de avond zon om te kunnen zien wat ze aan het doen is. Af en toe racet Toop naar buiten op zijn oranje raceschoenen als een raket met even veel lawaai als een overkomend vliegtuig op 20 meter. Ik heb het vermoeden dat ze aan het dansen zijn.

Leuk, ik ook. BlackEP lekker hard op en de eerste zure gezichten. Toop ziet het als een grap en begint om me heen te springen en probeert net zo veel lawaai te produceren. Ik pak de afstandbediening en pump it geluid up. M. is not amused. Toop jojoot nog wat door, maar na Moby komt M. met “ik schaam me voor je”. Met al mijn 42 jaren kijk ik mijn 10 jarige dochter aan en ik zie mijn voorland; het begin van de pupertijd.

Hutje op de hei………

De schildpad in de vijver zit me lodderig aan te gapen. Alleen z’n koppie steekt boven het water uit. De hele dag heeft ie liggen zonnen op zijn boomstam. Met de koop van het huis kregen we hem, of haar er gratis bij. We noemen hem naar opa Sjaak (dus toch een hij), volgens de kinderen een perfecte lookalike(?) Zwemt al zo’n 18 jaar dezelfde rondjes. Heeft het huis zien groeien, inwoners van dichtbij mee gemaakt. De lach, de ruzies, het werken in de tuin, gek geworden van het gezang en geschater van de merels. Met feestjes bewust onder gedoken, happen naar het andere ‘huisdier’ Kaas de woelmuis. (more…)

Next Page »