echte mannen


Met een dood vogeltje in mijn mond werd ik wakker.

 De radiowekker bleef irritant klassieke muziek spelen. Met 1 oog dicht probeerde ik de radio te killen, maar mislukte in deze vruchteloze poging. Het ontbrak me aan lef en toewijding. De wekker bleek een meter te ver weg en mijn voet bleef zweven in het luchtledige. Met het andere open kijk ik naar het plafond, ik lik over mijn lippen. Ik proef de witte wijn niet meer, maar voel de kabouters die met hun pikhouwelen de binnenkant van mijn hoofd bewerken. Het vogeltje dat de hele nacht heeft liggen sudderen en mijn smaakpapillen zodanig heeft geprikkeld, verspreid een weeige geur. Ik ruik de carpaccio met truffel mayonaise, de Bouillabaisse geklaard met kippenbouillon en de chocoladetaart die op gegeten moest worden. Met name dat laatste: we hebben de vorm zelfs uitgelikt. We doen wel alsof we een elitekookmannengezelschap zijn, maar ondertussen staan we met onze sloven als barbaren en uitgehongerde kinderen te dansen in de keuken van opwinding. Verhalen over het goede leven gaan over de tong en goedlachs slaan we elkaar op de schouder.

Bruusk tapoteer ik mijn mond met een borstel.  Ik haat de uitdrukking, ’s nachts een vent, ’s morgens ook een feest.

“we fietsen wel alleen Pa, je slingert”

Ze zwaaien me na en fluiten als een dood vogeltje…..

Echte mannen, de vraag die ik me stelde, wat is dat en wie komen er voor in aanmerking? Ik heb een hele week geobserveerd, een hele week oplettend geweest en een illusie armer; er bestaat niet zoiets als een echte man.  Laat ik zeggen, voor mij bestaat er geen. Is geen combinatie die me kan overtuigen.

Die vent,  die een grote vent was in het laatste overleg blijkt nooit thuis te zijn en de veranwoordelijkheden van het gezinsleven niet serieus neemt. Diep ontzag voor hem die de intelligentie en het vermogen van de rede kan verkondigen, maar bij zijn eega vet onder de plak zit. Die stoere sportinstrukteur houdt me een half uur aan de praat en spuugt al zijn ellende. Ik luister en bedenk me dat ik blij ben dat ik kan relativeren.

Mannen waar ik zielsveel van hou hebben allemaal hun eigenaardigheden, iets waar ik niks mee kan. Perfectie, wat is echt? Het zijn combinaties van eigenschappen, geen algemene deler of eenheidsworst.  Niet iedere kerel is een vent, maar voor de ander is die vent een echte kerel.

Toch maar weer een illusie rijker; ik ben een echte papa…….

Toop zit vanochtend naast me op de wc, terwijl ik me aan het scheren ben.

“krijg ik dat nu ook” en wijst naar mijn piemel

“ja jong, later als je groot bent”

“wauw, een echte,   papa”

Toop groeit op met twee oudere zussen. Hij lijkt er geen problemen mee te hebben, hij ziet ze als mede-gezinsleden; ze horen er nu eenmaal bij. Beetje blase en nogal vrouw onvriendelijk, maar ik heb het over de beleving van een zes-jarige. Het dualisme schuilt zich op een ander vlak. Met de tijd komt het besef dat meisjes toch iets anders zijn dan de mannen in zijn omgeving. Nu is het met name de ontwikkeling van het anima in zijn onderbewustzijn.

Ik heb een sexe specifieke opvoeding gehad. Ik kreeg auto’s, mijn zussen een pop. Ik speelde niet met poppen, mijn zussen niet met auto’s. Eigenlijk niets nieuws, sinds de eeuwige eeuwigheid is deze strikte rolverdeling een instinktieve aangeborenheid. Vrolijk houden we dit in stand. Als kraamkado geven we het meisje een pop en de kerel een glimmende bolide. Zo hoort het in onze fantasieloze beleving en zo houden we het gedrocht aardig in stand. Om enigzins uit de maat te lopen geven we vaker onzijdige kado’s om vooral geen kleur te bekennen.

Toop heeft de eerste jaren geen auto’s gekregen. De auto’s van ooms en tantes, opa’s en oma’s werden of in een vroeg stadium verpunkt door Roos of opgeslagen in een grote doos met plastic speelgoed en goed opgeborgen. Al snel bleek  dat dit weinig effect had. Een blokje hout, een mandarijn en een soeplepel kregen bij hem een andere functie. Luid knetterend met versnellingen werden ze ‘getransformed’  tot volledig onverantwoorde sportauto’s, vrachtwagens en nog erger tractoren en combines. In een speelgoedautolooshuis blijkt het instinkt een loopje te nemen met, zoals dat heet, een moderne opvoeding.

De eerste echte lentedag. De koters spelen buiten. Ik zie ze de straat in komen. Het rode jasje met bloemetjes motief van Toop, donker en smerig van de modder. Naast hem fietst Roos, mogelijk nog smeriger dan haar broer. Uit de fietstas van Roos steekt een pijltjes blaaspijp.  Haar animus straalt,  beide zijn op oorlogspad.

Een perfecte mix.

Laag boven de grond zweef ik schommelend door het Limburgse landschap, Dorpen, landerijen schieten aan mijn blikveld voorbij. Behalve hier en daar een puist is het een oer-Hollands uitzicht. Valt me op dat alles wordt volgebouwd, langs het spoor is het een uitgestrekt lint van bouwputten en nieuwe uit de grond gestampte projecten. De verstedelijking rukt op, ondanks verwoede pogingen voor natuurbehoud. Kleine stukjes groen worden gekoesterd en met hand en tand verdedigd door papieren tijgers.

Het heeft iets beschermends. Eenzame wegen die verbinden, worden ineens levensaders. Nederland is geen land meer. Nederland is een grote stad met een aantal stedelijke parken. Daarin is alles geregeld. Van wieg tot de dood worden we gepamperd. De overheid overdekt met haar (een vrouw) bemoeienissen en zalvingen. Iedere scheet wordt geregistreerd, ingepakt, beschreven, gelabeld en procedureel vastgelegd. Gevolg; een samenleving die verzadigd en lamlendig aan het worden is. Zitten van geiligheid en gewoonte gekluisterd naar RTL te gapen. Maken een verplicht nummertje en trekken een zak chips open.

Geen wonder dat er geen echte kerels meer zijn……

Vastbesloten om mijn omgeving in me op te nemen, bewust van de aanwezigheid, verschans ik me in de kantoortuin achter een paar groene palmen en observeer. Mijn verrekijker richt ik naar het koffieapparaat. In de spiegeling van de machine worden bloesjes, dan wel stropjes recht getrokken. De dames van het secretariaat zijn hier erg goed in. Met veel herrie begint de dag voor hen klittend en wanneer de bazen langslopen kirrend, maar allen bij elkaar. De bazen, bijna allemaal van het mannelijke geslacht,  lopen als hele kerels over de gang en laten de dames zien dat ze hun broek nog kunnen bollen. Eigenlijk heb ik het dan al helemaal gehad en concentreer ik me op mijn werk. Bewust afgekeerd van mijn  omgeving. Mannenweek, mijn gedachten blijven een loopje met me nemen. Dit zijn toch geen echte kerels? Lopen met hun pik vooruit een beetje in het luchtledige te lullen, maar er komt geen fatsoenlijk woord dan wel fantastisch proces uit hun lege gedachten.
Managers, een echt overgewaardeerde uitdrukking voor gefrustreerde sukkels die op secetaressedag een bloemetje meebrengen, er overheen gaan en ’s avonds moe aan hun kont krabben.

waar zijn toch die echt mannen?

Humeurig stap ik op de fiets.

Soms zijn er van die dagen dat ik thuis kom, nadat ik de koters van school gehaald heb, ik eigenlijk iets voor mezelf zou willen doen. Het zijn geen grootse dingen, maar even afschakelen van de werkelijkheid om mijn gedachten te kunnen zuiveren. In balans met jezelf komen. Een moderne man heeft daar ondanks nieuwe technieken en maatschappelijke acceptatie toch problemen mee. Iedereen heeft er zijn bek van vol, neem eens tijd voor jezelf, ga eens lekker dit en ga een lekker dat! Klinkt hoopvol denkt de moderne man en gaat mee in de flow van modern nederland.

Had ik gedacht…

Mijn opa ontvluchte het gezinsleven door in zijn schuurtje fietsen te breien en atoompjes te splitsen. Hij deed dit rokend. Mijn vader werkte een aantal jaren in het buitenland en sloot de Denen aan op het gas. Ook hij deed dit rokend.

25 jaar later heb ik even tijd voor mezelf gevonden en zit in het donker achter een verlicht scherm mijn beslommeringen te delen. De moderne man werkt, voedt, haalt de kinderen, kookt, wast, moet alert zijn, klust, beminnen en dat onder het wakend oog van het gezin.

Zap had haar wijvenweek, in reactie ga ik een manneweek doen, rokend!

« Previous Page