echte mannen


To a haggis…….

Afgelopen zaterdag zou ik een Burns supper krijgen. Een avond vol Schotse heroïek met liederen, poëzie en kookkunst.  In de weken  daar voor had ik al het genoegen de verhalen aan te horen van mijn Schotse collega’s. Het doornemen van Schotse kookboeken ontlokten hen, ver weg van hun geboortegrond, vele ‘jummy’s ‘en ‘thats real good food Bram!’Ze beleefden weer hun eigen jeugd. Het is een sobere keuken, met vooral stovies en claphots. Waarschijnlijk doe ik ze nu erg tekort, ik heb het helaas niet kunnen proeven!

Sinds begin December sloop ik mijn lichaam en negeer ik de signalen; roofbouw plegen en maar doorgaan met hoesten. Waar anderen zich verbazen en ergeren, haal ik mijn schouders op en bedenk me, dat ik dit altijd al zo gedaan heb: hoesten doe je tot het moment dat je moet stoppen, omdat je moet kokhalzen.

Een verschrikkelijke droge kuch die maar blijft irriteren zolang je blijft hoesten. Zo ging het vroeger en 1 keer in de zoveel jaar komt dat terug. Nu drijft ie mij al bijna een maand tot waanzin.

Met dit weerzinwekkende geblaf verstoor ik niet alleen de slaap van mijn gezin, ook irriteer ik de concentratie van mijn collega’s. Vrijuit deel ik in lichaamssappen en storend geluid. Ik ben een levend bewijs voor bron van infectie en ben daarin erg succesvol. Veel van ze nemen mijn storende geluiden en gesnotter over. Ik ben niet alleen captainrodeonopvallendeboerenzakdoek meer. We maken veel geluid samen. Tot nu toe was er een groot verschil. Ik bleef komen, terwijl anderen afhaakten. Een combinatie van loyaliteit, maar vooral een kinderlijke naïviteit van hoogwaan; ik was immers altijd sterk genoeg en niet ziek genoeg om thuis te blijven.

Ik sloot mijn ogen voor de realiteit. In die naïviteit rende ik nog iedere week mijn rondje van 15 km, waarna ik kinkhoestend een half uur thuis moest bijkomen. Stond  ’s ochtends om half 7 voor het werk al aan de gewichten te trekken alsof ik een kerel van 25 zou zijn.

Verdomme ik ben 45 en heb niet meer de flexibiliteit van jonge vent. De weigering dit te erkennen bezorgd me het ziekbed. Geveld door griep, passed out.

Geen Burns supper gehad, zwaar klote

 

Vriend Elrado. houdt er soms bijzondere opvattingen op na. De bevergids ligt deze week weer op de mat, de winter editie. Plaatjes kijken in het outdoor segment. Stil genieten van de bijna momenten in de sneeuw, sleeën op plekken waar niemand komt, met je houten nap astronautenvoer naar binnen lepelen en het niet koud krijgen door alle laminaten op je lijf. Weg dommelen op de wc, het plekje waar het kleinood nog veilig voor vrouw en koters is en koude ontberingen ondergaan, bij het zien van stoere dingen. Tot zover ga ik mee. Immers, het SAS boek is lange tijd mijn compagnon geweest in het smeden van snode plannen en de dubbele uitgave van de groene tocht blijft mij plagen en achtervolgen. Maar betitelen als porno; nee.  Je reinste porno twitterd hij.
Wanneer vrienden verlekkerd naar de bevergids gaan staren en deze als zeer opwindend ervaren ga ik me toch afvragen wat er aan de hand is. De poreuze cirkel komt dan in me op, of zal hij de Amerikaanse tegenhanger, de beaver gide bedoelen?


Roken is iets dat nog sporadisch in huize Haanappel wordt gedaan. Wanneer Oma, Raoul, Pantani of andere vrienden over de vloer komen staan ze al snel op het verbanningsveldje hun geneugten te doen. Dat was 4 jaar geleden wel wat anders. Ik was een steady draaier en kon vet genieten van mijn shaggie. Als roker heb je geen idee hoe dat je ruikt. Dat laatste sigaretje voor het slapen gaan, wegspoelen met een glas whisky, mmm heerlijk, maar als een caféschoorsteen kroop ik dan in bed. In de veronderstelling dat ik de meest erotische geur mee onder het dekbed nam. Achteraf  kan ik me indenken dat knuffelen met een stuk houtskool even opwindend is.
Ik werd er dit weekend toch even mee geconfronteerd. Toop vertelde aan tafel dat hij de nieuwe inval juf maar helemaal niks vindt. Waarom dan niet?
“Ze stinkt, vooral na de pauze. Dan komt ze de klas binnenlopen met zo’n rookdoosje. Dan stinkt ze overal. Haar handen, maar vooral uit haar mond en als ze dan naast me komt zitten moet ik mijn neus dichtknijpen”
Nu weet ik even niet wat meer meurt dan een ‘laatste sigaretje in de pauze’. Een collega die net een salami worst naar binnen heeft gewerkt, mijn briljante nerd die niet weet wat deo is (schone kleren; wat zijn dat?), of de overweldigende geur van slechte parfum in het bos.
Wat me vooral bijbleef van Toop zijn verhaal was het ‘rookdoosje’. Een bijzonder woord. Ik ben opgegroeid met de sigarendoos en pakjes sigaretten op tafel. Toch over een aantal generaties weten kinderen niet meer wat roken is. Net zoals de gulden en de telefoon met draaischijf of onbereikbaar zijn.

Vannacht ga ik dromen van kampvuur in de Ardennen. Ik kijk dromerig in de gloed van het vuur en draai een shaggie. Ik neem een teug uit mijn heupfles en realiseer me dat ik heerlijk onbereikbaar ben…….

Er wordt wel eens geroepen dat kerels een beperkt blikveld hebben. Die dat roepen zijn vaak vrouwen.  Een enkele kerel houdt vast dat hij ook een beperkt blikveld heeft. Dat is geen kerel, dat is een leugenaar.

Mijn wijdse blik omarmt al mijn geneugtes en dat zijn er vele. Voor die geneugtes leef ik. Is heerlijk om je omgeving te begrijpen, te beschermen, te koesteren en lief te hebben. Nog tien dagen en de beperktheid voor een weekend is een feit. Dan heb ik mijn vrienden lief in een andere omgeving, ongecompliceerd, wars van drama en pietluttigheid. Zetten we allemaal voor een moment de oogkleppen op en drijven we ons voort op pure kracht.

Wat een enorm gezeur, lijk wel een….

Nog 10 dagen

Nog 11 dagen en we gaan Ardennen in. 8 kerels, getraind, dan wel zwaar ongetraind.  8 echte mannen die koters en eega durven te verlaten voor een titanen strijd.  Een innerlijke strijd die iedereen op zijn eigen manier zal gaan voeren.

De verwachting is dat de eerste tranen aan het eind van de straat worden geplengd. Zoute droppels die het rauwe houthakkersvest bevlekken. Denken aan de goede jaren en de onzekerheid in het verschiet. Over met de bourgondische gedachte, het hoge Jamie gehalte en de zachte boxsprings. Weg met de knuffels, lieve briefjes en het koffiekransje.

Ze komen als echte mannen terug, maar dat weten ze nog niet.

Wordt vervolgd

Langzaam kom ik in vorm, klaar voor de grote ontmoediging. De ontmoediging zal een ware slijtage gaan worden, maar ben er klaar voor.

Vorig jaar mochten we even aan elkaar ruiken,  op z’n hondjes was ik degene die naar zijn gat mocht kijken. Lachend keek hij af en toe achterom. In zijn flitsend en glimmend pakje danste hij naar boven. De pedalen kraakten en van frustratie verviel mijn oude bike in de contra beweging. Iedere tred naar beneden was niet een duw voorwaarts,  maar een beproeving van de zwaartekracht. Ik wilde mijn krachten niet verdelen, ik werd gedwongen door de harmonica werking. Het koste me twee keer zoveel energie.

Smalend schreef hij over te vroeg pieken. Ik ben gelukkig geen olympier, of medaille pretendent. Wel zal ik je ergste nachtmerrie zijn in de Ardennen.

Bezweet schrik ik wakker. Iets in het verhaal klopt niet. Ik kom er niet achter wat het is. Uren lig ik te peinzen en te draaien. Pas tegen het ochtendlicht vallen mijn ogen dicht; ik heb geen bike meer.

Mazzel

In het winkelcentrum sta ik geheel in gedachten te wachten op mijn Vietnamese loempiaatjes.

Na de boodschappen en het verlaten van de supermarkt keek ik naar het nieuwe koffiehuis.
De Chinese eigenaar heeft zijn inboedel in de ban gedaan en een doorsnee koffiehuis interieur geplaatst. Tot mijn verbazing zaten er die middag veel mensen te schuilen tegen de druilerige regen.  Waar de wok eens siste, sist nu het espresso-apparaat. Door de grote ramen zie ik wijkbewoners, leutend naar het winkelend publiek kijken.

Ik moet heel erg wennen aan dit beeld. Jarenlang hebben we boven de chinees gewoond, jarenlang exotische gerechten gesnoven. Nu China ‘hot’ is en vooral in, besluit hij over te stappen naar een nieuw bestaan, zonder draken. Het roer om, de lotus is vervangen door het koffielepeltje.
Berustend in deze verandering kijk ik naar de lachende Vietnamese dame. Als ik wil betalen, word ik van achteren op mijn schouders getikt. Ik draai me om en kijk recht in de ogen van Manuel

“Ik ben getrouwd” Manuel steekt zijn linker ringvinger onder mijn neus en toont een gouden ring, “en zit nu met mijn vrouw bij de Chinees koffie te drinken”

Ik slik en staar naar de boomlange ex-pupil. Ik stamel proficiat en reken af bij de Vietnamese dame die inmiddels een glimlach van oor tot oor heeft. Ze ziet me lijden. Ik probeer me ondertussen een voorstelling  te maken van zijn vrouw.

“Ik werk ook niet meer!”

Bijna wil ik proficiat zeggen, maar bedenk me en vraag:   “…. en nu?”

“Ik wil weer op de kermis werken, maar dat mag ik niet van mijn vrouw!”

Ik krijg een vette knipoog van hem, twee ratteoogjes schitteren zwart naar me.

“dan ben ik te veel weg en denkt ze dat ik naar de hoeren ga”

Ook nu ligt ‘proficiat’ op mijn tong.

“Weet je nog dat ik zo bang van spuiten was?”

Hij opent zijn gaper en ik staar in een groot gat met rotte tanden. In het midden ligt een witte zeemlerenlap met een metalen clitoris.

“Kijk eens, heb ik na mijn trouwen laten zetten”

Ik kan alleen proficiat zeggen. Met een vette knipoog loopt hij quasi macho naar de Chinees. Ik kijk hem na.

De Vietnamese dame geeft me een ook vette knipoog.

“proficiat………….. sambal bij?”

Met een dood vogeltje in mijn mond werd ik wakker.

 De radiowekker bleef irritant klassieke muziek spelen. Met 1 oog dicht probeerde ik de radio te killen, maar mislukte in deze vruchteloze poging. Het ontbrak me aan lef en toewijding. De wekker bleek een meter te ver weg en mijn voet bleef zweven in het luchtledige. Met het andere open kijk ik naar het plafond, ik lik over mijn lippen. Ik proef de witte wijn niet meer, maar voel de kabouters die met hun pikhouwelen de binnenkant van mijn hoofd bewerken. Het vogeltje dat de hele nacht heeft liggen sudderen en mijn smaakpapillen zodanig heeft geprikkeld, verspreid een weeige geur. Ik ruik de carpaccio met truffel mayonaise, de Bouillabaisse geklaard met kippenbouillon en de chocoladetaart die op gegeten moest worden. Met name dat laatste: we hebben de vorm zelfs uitgelikt. We doen wel alsof we een elitekookmannengezelschap zijn, maar ondertussen staan we met onze sloven als barbaren en uitgehongerde kinderen te dansen in de keuken van opwinding. Verhalen over het goede leven gaan over de tong en goedlachs slaan we elkaar op de schouder.

Bruusk tapoteer ik mijn mond met een borstel.  Ik haat de uitdrukking, ’s nachts een vent, ’s morgens ook een feest.

“we fietsen wel alleen Pa, je slingert”

Ze zwaaien me na en fluiten als een dood vogeltje…..

Echte mannen, de vraag die ik me stelde, wat is dat en wie komen er voor in aanmerking? Ik heb een hele week geobserveerd, een hele week oplettend geweest en een illusie armer; er bestaat niet zoiets als een echte man.  Laat ik zeggen, voor mij bestaat er geen. Is geen combinatie die me kan overtuigen.

Die vent,  die een grote vent was in het laatste overleg blijkt nooit thuis te zijn en de veranwoordelijkheden van het gezinsleven niet serieus neemt. Diep ontzag voor hem die de intelligentie en het vermogen van de rede kan verkondigen, maar bij zijn eega vet onder de plak zit. Die stoere sportinstrukteur houdt me een half uur aan de praat en spuugt al zijn ellende. Ik luister en bedenk me dat ik blij ben dat ik kan relativeren.

Mannen waar ik zielsveel van hou hebben allemaal hun eigenaardigheden, iets waar ik niks mee kan. Perfectie, wat is echt? Het zijn combinaties van eigenschappen, geen algemene deler of eenheidsworst.  Niet iedere kerel is een vent, maar voor de ander is die vent een echte kerel.

Toch maar weer een illusie rijker; ik ben een echte papa…….

Toop zit vanochtend naast me op de wc, terwijl ik me aan het scheren ben.

“krijg ik dat nu ook” en wijst naar mijn piemel

“ja jong, later als je groot bent”

“wauw, een echte,   papa”

Toop groeit op met twee oudere zussen. Hij lijkt er geen problemen mee te hebben, hij ziet ze als mede-gezinsleden; ze horen er nu eenmaal bij. Beetje blase en nogal vrouw onvriendelijk, maar ik heb het over de beleving van een zes-jarige. Het dualisme schuilt zich op een ander vlak. Met de tijd komt het besef dat meisjes toch iets anders zijn dan de mannen in zijn omgeving. Nu is het met name de ontwikkeling van het anima in zijn onderbewustzijn.

Ik heb een sexe specifieke opvoeding gehad. Ik kreeg auto’s, mijn zussen een pop. Ik speelde niet met poppen, mijn zussen niet met auto’s. Eigenlijk niets nieuws, sinds de eeuwige eeuwigheid is deze strikte rolverdeling een instinktieve aangeborenheid. Vrolijk houden we dit in stand. Als kraamkado geven we het meisje een pop en de kerel een glimmende bolide. Zo hoort het in onze fantasieloze beleving en zo houden we het gedrocht aardig in stand. Om enigzins uit de maat te lopen geven we vaker onzijdige kado’s om vooral geen kleur te bekennen.

Toop heeft de eerste jaren geen auto’s gekregen. De auto’s van ooms en tantes, opa’s en oma’s werden of in een vroeg stadium verpunkt door Roos of opgeslagen in een grote doos met plastic speelgoed en goed opgeborgen. Al snel bleek  dat dit weinig effect had. Een blokje hout, een mandarijn en een soeplepel kregen bij hem een andere functie. Luid knetterend met versnellingen werden ze ‘getransformed’  tot volledig onverantwoorde sportauto’s, vrachtwagens en nog erger tractoren en combines. In een speelgoedautolooshuis blijkt het instinkt een loopje te nemen met, zoals dat heet, een moderne opvoeding.

De eerste echte lentedag. De koters spelen buiten. Ik zie ze de straat in komen. Het rode jasje met bloemetjes motief van Toop, donker en smerig van de modder. Naast hem fietst Roos, mogelijk nog smeriger dan haar broer. Uit de fietstas van Roos steekt een pijltjes blaaspijp.  Haar animus straalt,  beide zijn op oorlogspad.

Een perfecte mix.

Next Page »