lekker


Zaterdagmiddag ren ik in een omtrekkende beweging langs het keerpunt. Ik verslik me iedere keer in de steilte van de heuvel. De ruim 100 meter recht tegen de hoogtelijnen in, bijten in mijn kuiten en verhogen mijn hartslag. Bovenop, aan de rand van het plateau heb ik een fantastisch uitzicht over de stad. De stad die ligt te baden in het licht van de ondergaande zon. Maastricht krijgt nogmaals een rode gloed.
Ik vind het heerlijk hier te rennen. Het geeft me een groots gevoel. Heel in de verte zie ik Luik liggen. Luik is voor mij de poort naar de Ardennen. Synoniem aan ruig- en heel sterk gevoel van innerlijkheid.
Het pad slingert zich verder omhoog. Als ik door de struiken een open plek in ren, verstoor ik een half naakt koppel, die, aan het standje te zien, niets aan de verbeelding overlaat. Hij staat achter haar, met zijn broek op de knieën, terwijl zij voorovergebogen staat met haar broek op de enkels. Beide kijken me betrapt aan.
Ik glimlach.
Ik mompel iets van “gaat ie lekker?” en ren door. Ik hoor trouwens niet wat zij antwoorden. Ik heb the Ting Tings opstaan. Katie schreeuwt in mijn oor dat het niet haar naam is.
Iets blijft knagen aan dit beeld. Ik heb het opgeslagen op mijn netvlies en tijdens het rennen scan ik mijn geheugen bestanden; ‘ik ken haar toch?’.
De man zegt me niks, ken zijn gezicht niet, geen idee wie hij is. Maar die vrouw, haar wel.
Langzaam ga ik de gezichten af; werk, moedersophetschoolplein, boodschappendoenbijdebuurtsuperenappie, sportschool, landelijkeenregionaletelevisie, BN-erinnen. Het CPU gebruik van mijn hersencapaciteit wordt gestuwd naar een bijna 100%
En dan de eureka. Ondanks de stuwing krijg ik kippenvel. Een stroomstoot drijft door mijn lijf; ik weet wie ze is!
Ik ben getuige geweest van een heimelijke ontmoeting rond zonsondergang.
Ik ga niks verklappen, ik geef geen naam. Ze zal toch zeggen: that’s not my name

Onze Franse kok ging over op Spaanse kost. De witte wijn die we dronken tijdens het koken kwam uit Chili. Het markeerde de avond, die gezien het mondiale aspect toch enorm Frans was.

De Fransen zijn er goed in om alles naar zich toe te trekken. De ingredienten, ookal komen ze uit alle windstreken, worden omgezet naar een Paris-Brest, of een smakelijke , doch eenvoudig streekgerecht. De zwierige campagne en bosgerechten krijgen een mediterane uitstraling, wanneer ze gepresenteerd wordt door een gulle joie de vivre.

De paella was lekker, de wijn heerlijk, de avond was lang en het gezelschap was tres bon!

paella1.jpg

Ik doe alsof ik niet misselijk ben, ik wrijf over mijn buik en neem een slok Spaanse brandy. Ik sta stijf van de suiker, eieren en slagroom.  De slok brandt heerlijk in mijn keel en verzacht de deegmassa die als een blok nu op mijn maag liggen.

Ben de afgelopen dagen erg ijverig geweest.  Heb  wafels gebakken, van die Brusselse waffelen. Een avond  zoete geuren. Geuren die ruiken naar kerst. Nu is Toop niet jarig rond het einde van het jaar en sta ik dus in de zomer mijn best te doen om voor hem een tractatie te verzorgen.  Een treetje voor school, een trits voor de zwemles, buren komen klagen dat het zo lekker ruikt en de andere koters eisen hun erfdeel ook op.

laat dat jong nu de volgende morgen ziek zijn…….

Sta ik daar met 50 wafels, wel lekker :)

Wafels:

 +/- 22 stuks

ingredienten in deze volgorde in hoge kom bijelkaar voegen

8 eieren klutsen
400 gram witte bastert suiker toevoegen
2 zakjes vanille suiker
250 gr gesmolten roomboter door heen spatelen
400 gr zelfrijzend bakmeel toevoegen
2 dl slagroom

beslag half uur laten rusten voordat je de wafels kunt bakken

Met een dood vogeltje in mijn mond werd ik wakker.

 De radiowekker bleef irritant klassieke muziek spelen. Met 1 oog dicht probeerde ik de radio te killen, maar mislukte in deze vruchteloze poging. Het ontbrak me aan lef en toewijding. De wekker bleek een meter te ver weg en mijn voet bleef zweven in het luchtledige. Met het andere open kijk ik naar het plafond, ik lik over mijn lippen. Ik proef de witte wijn niet meer, maar voel de kabouters die met hun pikhouwelen de binnenkant van mijn hoofd bewerken. Het vogeltje dat de hele nacht heeft liggen sudderen en mijn smaakpapillen zodanig heeft geprikkeld, verspreid een weeige geur. Ik ruik de carpaccio met truffel mayonaise, de Bouillabaisse geklaard met kippenbouillon en de chocoladetaart die op gegeten moest worden. Met name dat laatste: we hebben de vorm zelfs uitgelikt. We doen wel alsof we een elitekookmannengezelschap zijn, maar ondertussen staan we met onze sloven als barbaren en uitgehongerde kinderen te dansen in de keuken van opwinding. Verhalen over het goede leven gaan over de tong en goedlachs slaan we elkaar op de schouder.

Bruusk tapoteer ik mijn mond met een borstel.  Ik haat de uitdrukking, ’s nachts een vent, ’s morgens ook een feest.

“we fietsen wel alleen Pa, je slingert”

Ze zwaaien me na en fluiten als een dood vogeltje…..

Alles wijst erop dat het weer tijd wordt om aan tafel te gaan. 

Soms denk ik een hobbit te zijn.  Aan mijn tweede ontbijt te willen beginnen en mijn vierde avondsouper voor te bereiden. Op dit moment ligt de aubergine boven de kolen te roosteren om zo meteen tot een armeluis kaviaar versneden te worden. Naast mijn laptop staat een vaal gele korenwolf te schitteren in het licht. “Op een mooie pinksterdag” galmt door mijn hoofd en levert zoveel inspiratie op.  Vooral nieuwe recepten uitproberen.

In de schaduw beleef ik de afgelopen twee weken. Een perfecte synergie, volledig opgeladen en voldaan. Herinneringen aan ontmoetingen met dim-sum’s, kruidenburgers en Garfield’s lasagna’s. Weg gespoeld met goddelijke ambrozijnen. Een waar feest, puur genot.

Door mijn blessure ben ik nog meer gaan sporten. Het advies van de dokter galmt na in mijn hoofd, ik heb haar beloofd niet te rennen voor 1 juni.  Ondertussen tart ik mijn kunnen en cardio richting een hartslag van 180. Ik proef de zilte smaak van zweet en bedenk dat een witte muscadet uitstekend smaakt met gegrilde gamba’s. Ondertussen is mijn BMI veel te hoog. Aan tafel realiseer ik me dat deze hoog zal blijven. Alleen sporten is niet meer voldoende. Blijkbaar is leeftijd de storende factor geworden, een uitdijende klasse.

Na stoppen met roken is de volgende beslissing even gruwelijk. Vanaf derde pinksterdag zal ik opgaan in calvinistische voedselbeleving. Niet bakkeren of ander dieet, maar me overgeven aan sober- en matigheid.

Ik schenk me maar een vertroostend witbier in en por in het vuur voor de sardines en gamba’s. Morgen zal alles anders zijn.

Langzaam begint het tot me door te dringen, heel zachtjes wordt er in mijn oor gefluisterd. Over de velden voert een zacht briesje een door bloesem bezwangerde lente lucht met zich mee. Ik haal diep adem en snuif de geur van gemaaid gras op. Sluit mijn ogen en voel de voorjaarszon branden in mijn gezicht om definitief een einde aan de winter te maken. Ik kijk naar de blauwe lucht, om me heen gonst nieuw leven, geluiden lijken van veraf te komen. De warmte giert broeierig door mijn lijf.

De lente werkt niet alleen erotiserend. De gedachte aan witte lammeren maakt me hongerig. Die speelse beestjes met het  hoge aaibaarheidsgehalte zie ik graag verwerkt. Tijdens de kookclub werden de messen geslepen en de vuren gestookt. Het lam was gewillig en liet zich uitstekend bereiden, de racks werden kort aangebrand en vervolgens met veel olijfolie en thijm opgeborgen in de oven. Goddelijk, rose en zacht.

Langzaam begint het tot me door te dringen, heel zachtjes wordt er in mijn oor gefluisterd

“het is lente”

eindelijk

Mijn vriend de slijter heeft een goed humeur, eigenlijk heeft hij dat altijd.

Hij begroet me amicaal. De vrijdagmiddag is het goed toeven voor een alcoholisch intermezzo. Mijn vriend weet dat en pronkt met al zijn lekkers. Hij wijst naar ambrozijnen van 150 jaar oude wijngaarden, eerlijke bourgondiers en heldere pay’s d’Ocs. Ik staar naar stroperige malts en donker rode ruby’s. Ze lonken en verleiden, de boerse bio’s bekoren me. Ze zijn hun vin du table segment allang overschreden.
Ik neem alle tijd voor slobberwijn en tegenwoordig ook doordrinkwijn, maar kan nog geen keuze maken.

Het is kwart voor zes, ik krijg een sms

” drie slokken, neem je voor mij ook wat mee?”

Ik kijk om me heen, als door een bij gestoken. Mijn vriend helpt andere klanten, maar kijkt me aan. Hij ziet aan mijn blik een verandering. Hij fronst zijn borstelige wenkbrauwen. Ik kan niets anders doen dan mijn schouders optrekken.

” ik wacht op je, maar maak de juiste keuze”

Verdomme, ik sta nu al een half uur besluiteloos te watertanden en verlekkerd naar de schappen van een natte droom te staren. Ik kan geen beslissing maken.

” je hebt tot 6, drie slokken meer niet”

Ik krijg wat van die cryptische berichten. Voorheen waren ze duidelijk, ” je hebt drie minuten “.  Nu is het een spel, lijkt wel poolen, zonder te weten welke bal eerst in het net gestoten wordt.

Ik maak mijn keuze; de malt, de ruby en de bio. Een illuster trio, tongstrelend, rondborstig en aards.
Ze verdwijnen in mijn rode onopvallende tas. Mijn queest is begonnen….

De zondag spoel ik weg met witte wijn. De geuren van de houtkachel en de pompoentaart in de oven mengen zich en zorgen voor een onweerstaanbaar melange. Op de achtergrond het zachte pianospel van chopin. Toop loopt verkleed rond als sukkelman met een handdoek die op een cape moet lijken.

Zondagse taferelen, lazy sunday, dag van puur genot en ontspanning. Categorie brokken chocoladeletters. De regen geeft me een goede reden binnen te blijven, niets hoeft.  Voel geen druk. Realiseer me dat er balans is, althans in mijn hoofd. Lichamelijk is het ver te zoeken. Ben bang geworden om te hardlopen, bang te stranden in het bos. Ik stel het uit en schenk nog een glas in.

Sukkelman struint door het huis en knijpt in billen en borsten. in het voorbij gaan krijg ik een duw “SUKKELMAN!!!!” Hij duikt achter me langs en rent de trap op naar boven. Een halve minuut later hoor ik M. gillen. Ik glimlach en sluit de deur.

In gedachten maak ik een salade van veldsla en geitenkaas. Denk aan Frankrijk, denk aan het bakkertje en voel de stilte van het platteland.

“SUKKELMAN!!!!!” Ruw word ik uit mijn gedachten gehaald.

Ik haal de taart uit de oven en schenk nog eens bij.  A table

Pompoentaart 

1/2 pompoen schillen en in stukken snijden. Stukken in een ovenschaal doen en olijfolie overschenken. Schaal 25 tot 35 minuten in oven zetten van 200 graden. Het vruchtvlees moet dan helemal zacht zijn. Bovenkant mag iets verkleurd zijn. Pompoen prakken en mengen met 125 ml slagroom.

Bladerdeeg ontdooien en springvorm bekleden. Pompoen in springvorm scheppen. Mengsel maken van 2 eieren, 1 eierdooier en 125 ml slagroom. Goed loskloppen met royaal zout/peper en salie. Mengsel over vruchtvlees schenken. Garneren met plakken gorgonzola. Springvorm 15 - 20 minuten in oven op 200 graden.

Smaakt lekker met pittige salade en brood