Beslommeringen


Na een lange week verlang ik naar rust, een borrel en de warmte van de houtkachel. Vooral de stilte, geen gesprekken, geen telefoon, geen paniek. Mijn hoofd zit vol ellende, escalaties en flarden van geprekken blijven als pijnpunten hangen.
Ik sluit af en fiets met een zwaar hoofd naar huis. De wind neemt me mee en als een blad dwarrel ik zuidwaarts. Het is herfstig.
Thuis staat toop me op te wachten. Hij kijkt me verwachtingsvol aan. In zijn handen draagt hij een tas met sportspullen. Het duurt even, maar dan valt het kwartje. Het is zijn eerste teakwando les. Een kwartier later doet hij zijn eerste krijgsdans.
Het lawaai is oorverdovend. De koreanen zetten oraal bij wat ze lichamelijk te kort komen. Wat een spectakel, ik zit te kijken naar een wervelende show. Ik geniet en kom helemaal tot rust. En toop, die heeft zijn ding gevonden

img00006-20091016-1837.jpgimg00010-20091016-1919.jpgimg00009-20091016-1909.jpgimg00008-20091016-1842.jpg

Als klein manneke keek ik nieuwsgierig de wereld in. Soms werd ik gegrepen door een blik of een houding van iemand. Het was vaak een trieste die me mateloos intrigeerde. De verdwaasde blik van een kerel die voor zich uit in het luchtledige keek, zijn hangende schouders en de autistische ritmiek van zijn ledematen. Meestal waren het kerels die door hun vrouw de stad in werden getrokken, om op de zaterdag uit te kijken naar een paar nieuwe sokken en das. De triestheid in kwestie accepteerde zijn lot en sjokte achter zijn eega aan. Verdwaast, berustend en in gedachten verzonken.

Ik probeerde die gedachten te doorgronden. Niet bewust van de ellende in de man zijn hoofd, bedacht ik me als manneke dat deze man zo ongelofelijk zielig was. Ik kon hem alleen met open mond aan blijven staren. Met dezelfde blik keek ik zijn kant op en bedacht dat hij zijn geld was vergeten of honger had. Het was de leegheid in zijn ogen. Ik kon me niet bedenken dat iemand zo triest kon zijn.

Vandaag deed ik bij de buurt super de boodschappen. Tijdens mijn survival tussen de koters en hun moeders sta ik peinzend in de kaasbak te kijken. In vertwijfeling tussen jonge en belegen beleef ik de dag in vogelvlucht. Morsig sta ik te kwijlen boven de kaas. Naast me staat een klein manneke naar me te kijken. Zijn ogen vangen mijn blik . Als ik naar hem lach zie ik hem opgelucht ademhalen. Met een grote grijns loop ik naar hem toe en geef hem een aai over zijn bol.

Vanmiddag liet Toop me weten na het zien van enkele youtube filmpjes dat hij niet wil rugbyen.
De jongste Haanappel telg is niet zo sportief. Met zijn woorden “ik ben niet zo van sport”, had ik hem de opdracht gegeven eens te kijken naar wat sporten. Om er zeker van te zijn dat hij badminton niet verward met tennis en voetbal van hockey kan onderscheiden. Eigenlijk verbaast me dit te zeerste. Iedereen in huis is actief en doet dat individueel of in groepsverband. Het is alleen niet zijn ding. Ik wil hem niet pushen, maar na de vakantie ben ik hem toch een beetje aan het voorbereiden op een sportief bestaan. Omdat Rugby mijn ding is, heb ik hem enthousiast het spel via de digitale weg laten zien.
Ook heb ik in de vakantie een start gemaakt met een ander must do in de opvoeding; het lezen en zien van in de ban van de ring. Als je dan denkt aan orks,  kom je van zelf in Nieuw Zeeland terecht. Dus via de Haka, naar de mooiste try’s van de All Blacks .

Orks in de film maken blijkbaar minder indruk op hem dan het Rugby geweld. Hij vindt het maar niks. Wat heb ik mis gedaan?

Een subtiel begrip. Het recht om doorgang te hebben, ondanks dat het pad  over land van anderen gaat. Niet alleen een subtiel begrip, het is met name vooral een recht voor vrijheids beleving.

Twee weekenden geleden was het Limburgse heuvelland vol met Nederlanders die hun vrijheids gevoel kamperend  kwamen beleven.
‘echt het idee dat je op vakantie bent…… hiero,…. is zo buitenlands Sjaan’
Terwijl het aangenaam lente weer zomers aan voelde, liep het gezin Haanappel door de heuvels te struinen. Een van de favoriete wandel gesprekken gaan meestal over het maken van vakantie plannen. Met name de koters voelen zich vurig betrokken en ventileren hun idee: huizen ruil, liefst met een Zuid-Europees gezin.
Ik opper voor de verandering dat kamperen hier in Nederland helemaal niet slecht is. Inmiddels weet ik dat slecht weer ook heel normaal is aan de Tarn of in Apt en dat het enorm kan hozen in de Ardeche en de Creuze.
Nee, kamperen in eigen land lijkt me wel wat.

Als we door een draaihekje gaan, lopen we ineens een camping op. De route loopt dwars door een immens weiland van kamperen bij boer Vaos. Het hele veld staat mud vol met sleurhutten en iglo’s.
Direct achter het draaihek hebben een stuk of wat dikbuikige 50 plussers een partytent opgezet en terwijl hun echtgenotes de bbq proberen aan te steken, poetsen zij hun oldtimers op. De oude sportwagens staan glimmend de andere kampeergasten aan te gapen.
Een man met witte sportsokken in zijn nep - teva’s,  komt met een teiltje afwas onze kant op. Hij heeft blijkbaar onze verbazing  gezien en wijst ons waar we het veld over moeten steken. We kijken onze ogen uit. Op een camping maakt het ineens niet meer uit hoe je erbij loopt. Naast de zak aardappels staat het senseo apparaat, zelfs de kat reist aangelijnd ook mee.
Wat me vooral bijblijft is de dikbuikige 50 plussers, die amstel kratten stapelen.  Is dit het  Ultieme Nederlandse kamperen?
M. geneert zich en trekt me zo snel mogelijk het veld over. Toop en Roos zien er nog wel de lol van in, maar in het draaihekje word ik tegen gehouden door Caat.
‘NEE, we gaan niet in Nederland kamperen, dan ga je maar alleen’

Buiten regent het. Ik fantaseer over geulen om de tent graven, kaplaarzen en zuidwesters. Wolken die over de einder scheren, altijd tegenwind en zo genieten als mijn pad rechtdoor gaat.

Secret South, deze woorden spoken door mijn hoofd en hameren aan de binnenkant tegen mijn netvlies. Verwachtingen spatten op als regendruppels en beklijven met zoete herinneringen. Een weekend trappen door de Ardennen kan de eindeloze stroom niet stoppen. De roep om avontuur teistert mijn concentratie en striemt een langgerekte hunkering.

Samen met Toop doe ik de boodschappen in ons winkelcentrum.
Achter de kassa van de Blokker zit een dame dromerig voor zich uit te staren. Haar pretoogjes glinsteren. Vanaf het serviesrek  observeer ik haar. Lang geblondeerd haar, dat zo droog is dat het een bos stro lijkt. In elk oor 4 ringen en vermoed dat ze volledig gepierced zal zijn. Toch is de strikte kledingcode van de Blokker duidelijk; allemaal dezelfde kleding en geen opsmuk of aanstootgevende uiterlijkheden.
Omdat Toop buiten op het plein loopt te stuiteren, neem ik de tijd haar te observeren. Haar intens dromerige blik intrigeert me. Ik piel wat met kop en schotels en trek wat deksels van pannen. Ondertussen kijk ik tussen de rekken door en probeer haar gedachten te peilen. Ze bijt op haar lip en sluit haar ogen, ze lijkt compleet op te gaan in haar herinnering. Ik kan alleen maar raden naar haar roerselen. Ik doe een poging dichterbij te komen.
Wreed gestoord door een harde joviale klap op mijn schouder, word ik vrolijk begroet. Met een ruk draai ik me om en kijk omhoog naar een 2 meter boomlange Manuel. Mijn ex-pupil uit een vorig leven. Hij lispelt weer een onsamenhangend verhaal aan elkaar. Compleet vreemd en bij iedere hap lucht ontwaar ik zijn zilveren clitoris op zijn grijze lap. Vlagen van het gesprek probeer ik te ontwarren, maar ze zijn te fragmentarisch om er  een geheel van te maken
…………..politie………..gevecht…………uithuiszetting……..ouders…………batje……….ik……..batteraaf………….internaat………..bij de keel grijpen…….hoe heet je ook al weer?
Ik kijk langs hem heen. Haar pretoogjes zijn verdwenen. Ik luister naar zijn waterval van woorden die door blijven vallen in een eindeloze stroom debiliteiten.
‘Ik, ik ben Bram’
De dame achter de kassa is er weer bij en met een glimlach van oor tot oor is ze het  stralende middelpunt van de Blokker.
Manuel en ik lopen samen het plein op. Ik zie Toop die op de wipkip van de super aan het punken is.

‘Laat je niet gek maken’ zeg ik tegen Manuel als ik samen met Toop weg fiets. Even zie ik een glimlach om zijn verbeten mond. Hij steekt een hand op alsof hij wil zeggen dat het wel goed komt. Ik betwijfel dat.
Secret South, in het winkelcentrum, een klein stilleven van een avontuur. Te mooi om zachtjes te laten verdwijnen.

‘We zoeken gekken die op de fiets de Alpen over willen, voor het goede doel dan’

Een klein berichtje op ons intranet, een heel klein berichtje dan. Niets zeggend, er zo overheen lezend klein berichtje, om daarna weer heel snel aan het werk te gaan en er vooral……..VOORAL niet bij stil te staan. Omdat het zo’n klein berichtje was, bleef het ook niet hangen en hield het me niet bezig. Stel je voor dat dit soort memo mij uit mijn concentratie zou houden.……………

Ik ben gek

Met een harde klap wordt de deur van mijn kantoor dicht gegooid. “Zo, die is dicht” denk ik. Met een rode kop en duidelijk toe aan een goed gesprek komt hij aan mijn bureau staan.
“en nu heb ik er genoeg van!”
Ik kijk hem aan, grote vent, stekeltjes. Armen als boomstammen en een grote draak als tatoeage die onder zijn hemd vandaan kruipt. Met draken moet je uitkijken. De draak symboliseert de synergie tussen de vier elementen uit de oudheid. Uit deze samensmelting komt de oerenergie. In mijn achterhoofd begint de alarmering te werken en besef heel voorzichtig te moeten zijn. Draken leveren als een symbolische slagader positieve energie, maar wees voorzichtig met het vuur, wanneer dit omslaat in boosheid. Ondertussen schreeuwt hij zijn verhaal. Uit de flarden die ik begrijp, is een futiliteit de ontsteker voor zijn drift en frustratie.
“en ik moet trouwen……”
Grote tranen rollen over zijn stoppelkin. Als een klein jong zit hij voor over gebogen te snikken. Zijn gezicht verdwijnt in de kom van zijn grote handen.
Ook in een digitale wereld is menselijkheid een niet te verwaarlozen item. Wat weten we eigenlijk van onze collega’s? Het vluchtige bestaan is een verarming.
“ze is een draak”

Oei…….

Heel in de verte zie ik aan zijn houding dat hij het is. De contouren van zijn lichaam, de beweging van zijn armen, de motoriek van zijn handen.
Buiten is het koud. Koude winterse windvlagen die vochtig zijn van de natte sneeuw teisteren het gebouw. Met kracht 6 schieten zwarte wolken over Maastricht. Onder het afdakje staat hij, in zijn eentje. In zijn eentje diep weg gedoken in zijn oversized coat. Verkleumde blauwe vingers draaien een sigaretje, met moeite. Met moeite gaat de brand erin, de eerste zucht en een verslaafde glimlach siert zijn blauwe lippen. Een plastic bekertje met koffie verwarmen zijn handen. Ver weg gestopt van de toegang staat een grote asbak. Ver weg gestopt staat hij te roken, zijn pauze te verdoen in gedachten verzonken.
Heel in de verte zie ik hem staan. Terwijl een nieuwe vochtige met sneeuw bezwangerde  windvlaag zijn rook onder het afdakje voort blaast krijg ik medelijden met hem. De eenzame roker; verstokt en vergroeid met 10 centimeter genot, surviver; vast van plan zijn ding te blijven doen, maar eenzaam.

Zondagmorgen, mijn biologische klok wekt me. Ik schuifel naar het raam en trek de luiken open.
Een grijze ochtend grijnst me genadeloos aan. Aan de binnenkant van mijn hoofd trekken de legers van nachtelijke legioenen zich samen. Een meter lager is het gevecht der giganten al los gebarsten, geroffel in mijn darmen, met veel lucht geschutter strijden hartige taart en rode wijn met bockbier en rijstevlaai om de eerste doorgang en borrelen lustig na.
Boven de heuvels drijven slierten dwaallichtjes,  indrukwekkend  en waterkoud. Ik vervloek mezelf zittend op de rand van het toilet.  Uitgerekend vandaag zou ik door de modder moeten vlammen, maar wanneer ik in aanraking zou komen met vuur,  zou ik een rennende molotovcocktail cocktail zijn.
In rust bereid ik me voor. Het huis is in stilte, allen zijn ver weg en zien de dag aan de binnenkant van hun oog luiken aan zich voorbij gaan. Geruststellende gedachte dat er nog verstandige mensen dit huis bevolken.
Op de fiets verbijt ik de snijdende wind die mij vanuit het noorden zuidwaarts duwt. ACDC  en de stevige tred van de pedalen zorgen voor de juiste stemming en langzaam ontwaak ik.
De inspanning is mijn warming-up, ben te laat van huis gegaan om nog een rondje rek & strek te doen.  Bij de plaatselijke voetbal vereniging kan ik mijn tenue in orde maken, bevestig de chip die mijn tijden registreert. In de kantine, ik kom al eeuwen niet meer in voetbalkantines, dreunen de boxen plaatselijke smartlappen en het bier schuimt rijkelijk blond.  De  spelersvrouwen zien er ook hoogblond uit.
Met mijn startnummer strak op mijn buik geprikt ren ik naar het vertrekpunt. Opeen gepakt is het wachten op het schot. De lucht is bezwangerd van tijgerbalsem, ik lever aardse gassen, maar het ontgaat me wat mijn mede renners er van vinden.
Na de eerste bocht verdwijnen we in een oplopend weiland.  Hier voel ik direct waar het in deze wedstrijd omgaat. Het gaat helemaal niet om de snelste te zijn, hier strijd je tegen jezelf. Deze 15.6 kilometer moet je doorbuffelen, verstand uitschakelen en de pijn verbijten.
Door de modder ren ik verder, ik registreer al helemaal niet meer welke muziek ik op mijn oren heb, ik voel alleen de cadans die me de heuvels over jaagt.

trappenpad.JPG
Bovenaan het trappenpad staat Paul me met zijn dochter Anne op te wachten. Een heerlijk moment van herkenning. De laatste meters loop ik in een pijnlijke roes, schakel alle emoties uit en al schetend kom ik na 1:23 over de meet.  Hartverwarmend word ik verwelkomd door Caat & Roos.

Buiten spelen kerels een potje, veel geschreeuw en getrek, weinig beweging.  In de voetbalkantine zitten hun  blondines achter het glas aan het bier.

Zomaar een actieve zondag in het heuvelland. Ik heb mijn geursporen achter gelaten en er een goed gevoel aan over gehouden.

We stonden met z’n tweeën te turen over het groen. Ik was sprakeloos door jou kennis. Met enthousiasme nam je me mee in een wereld die ik niet kende. Je groene vingers peuterden aan een blaadje en liet me zien welke composities mogelijk waren in een stadstuin. De wind waaide door het wiegende gras, de zon kleurde en over de stapelmuurtjes kroop het vroendaalse wildlife. Ik waande me in een boek over tuinieren.

Je was toen al ziek, de diagnose was toen nog niet gesteld, maar je verbeet de pijn. Er was ook zoveel om voor te leven en te vechten. De afgelopen maanden waren intens beleven voor jou met je liefsten om je heen, maar waren veel te kort.

Je tuintje bleef mooi en schitterde in de natte zomer. Nu de natuur zich opmaakt voor de winter bloeien de herfstbloemen nog voor je.

Gisteravond ben je op jou grote reis gegaan.

Dag lieve Suus

« Previous PageNext Page »