Beslommeringen


Impulsief steek ik de weg over en loop bij fietsenmaker naar binnen. Ik heb wat plakkers nodig. Een zwak excuus, ik zoek altijd wel een reden om even langs te gaan. Als een kind in een snoepwinkel, vergaap ik me aan de stoere rossen die me uitnodigen om op avontuur te gaan. Ik zie ons fietsen over lange eenzame wegen, bepakt en niet weten wat ons te wachten staat na de volgende bocht.

Ik vergeet mijn plakkers en verlaat de winkel met een fiets voor Denise. Hij is niet gek, die fietsenmaker en kent mijn koestering. Hij kent mijn wens om samen met mijn lief een lange tocht te gaan maken. De fiets krijg ik voor een weekend mee om in de omgeving te gaan toeren. Mijn glimlach moet meters breed zijn geweest.

Toch, terwijl ik terug loop, komen de bedenkingen. ‘Vind ze het wel leuk?’ Niets is erger om terug te moeten keren, een illusie armer, maar vooral een droom minder.

Haar glimlach is waarschijnlijk groter dan die van mij en even later ‘zoeft’ ze de straat uit. Ik kan niet wachten tot het weekend.

Als ik in het weekend naast haar fiets, bedenk ik me hoe stoer ik haar vind. Nooit een lange tocht gemaakt, maar wel samen op zoek naar avontuur. Hetzelfde avontuur dat we drie jaar geleden aan zijn gegaan. ‘Samen oud worden’ spraken we elkaar vol liefde toe. Het is geen illusie geworden, geen droom, maar een liefdevol avontuur.

Samen trappen we door de omgeving. Ik heb er geen oog voor, ik ben verliefd op die stoere meid op de fiets.

 

 stoere-meid.JPG

 

 

Ik zie je gisteren de trap afkomen. Wandelschoenen aan, blos op je wangen. Je haren verwaaid door de straffe wind. Je neuriet de laatste tonen mee, waarna je de muziek uitzet.

‘Hoi popje’

Als ik nog niet verliefder ben, na je verschijning uit het donker, is het wel na deze twee woorden.

 ‘Ik wil ooit naar Afrika, om iets te kunnen betekenen voor de mensen daar’, waren een van je eerste woorden, die bij mij een diepe indruk achter liet. Ik keek je aan en zag een soort bevlogenheid in je ogen, die groots was. De betekenis ervan kon ik toen nog niet inschatten. Goud geschoeid en met je prachtige verschijning zag ik je toen geen putten slaan, maar je blik verraadde anders.  Je zou wel putten kunnen slaan en zoveel anders om te helpen.

Je bevlogenheid zie ik dagelijks en je onvoorwaardelijke liefde completeren het geheel. 

Van het ‘all inclusive’ naar de rudimenten van het buiten zijn; twee flessen wijn een tree bier en een fles whisky, starend in de vlammen, verliefd zijn onder de sterren. Bij de grot porden we in het vuur en vertelden ons verhaal.

Na 5 jaar vertellen we nog steeds ons verhaal, ben je bevlogen en is onze liefde onvoorwaardelijk.  Van de danspasjes, het struinen door winkelstraten  en ‘the Walking dead’;  het nu je wandelschoenen, of je gouden sneakers zijn, ik geniet zo van de stappen die we gemaakt hebben.

 ‘Hoi popje’

Ik ben sprakeloos, kijk je aan en kan alleen maar samen met je oud worden.

 

 

 

“Our life is frittered away by detail. Simplify, simplify.”

― Henry David Thoreau

De kei, zo groot als een tennisbal, onder mijn matje, heeft me een onrustige nacht bezorgt. De naaktslak die ’s nachts probeerde via mijn gezicht, in mijn slaapzak te kruipen, heeft een slijmerig spoor achter gelaten. Bepaalde beauty merken dwepen met dit vocht en stoppen dit in hun verzorgingsproducten. Mijn gezicht glimt en plakt aan alle kanten. Hoort allemaal bij de geneugten van het buiten gebeuren. Stram sta ik op en zie dat de vallei weggestopt is in een laag hangende mist. Geen zachte warme wind, alleen het ruizen van de beek is hoorbaar. Een stilte plek, ver weg van de hectiek.

ochtend-mist.JPG

Nog een paar kilometer klimmen en dan kunnen we afzakken terug naar Maastricht. Van bijna 700 meter naar 50 meter NAP. Witte wieven hangen in flarden over het veen, stukken blauw laten zich schoorvoetend zien. We fietsen in een mysterieuze omgeving. We gaan zo snel mogelijk van de doorgaande weg af. Hordes zondagse rallyrijders en motoren scheuren over  de weg naar Botrange. Geen plek voor ons.

fiets-hoge-venen.JPG

De eindeloze afdaling naar Eupen voert ons door een machtig beukenbos. Grote woudreuzen staan hier fier geworteld. Een enkele wandelaar schrikt als we belrinkelend in volle vaart over het bospad  naar beneden razen. Simpel verstand op nul, voor over gebogen, ogen strak op het pad gericht en alle vertrouwen in mijn worldtraveller.

We fietsen de Ardennen uit en het land van Herve in. Het glooiende open landschap kent toch venijnige klimmetjes. Regelmatig schakel ik terug naar de ‘granny-gear’ om niet stil te vallen.  De zon schijnt, een strak blauwe lucht. Oh, wat geniet ik hier van.

Voor het station in Maastricht zetten we de fiets tegen een café en drinken een paar pilsjes. De stress van de afgelopen weken is totaal van me afgevallen. De fysieke inspanning en het gezelschap van Paul heeft mijn hoofd leeg gemaakt.

Paul stapt op de trein en ik loop naar huis. Na 250 kilometer mijn eerste lekke band. Thuis wacht mijn lief op me.

Een heerlijk weekend! Zo simpel kan het zijn…

paul-ik.JPG

Herfstig weer, bomen verkleuren, bladeren dwarrelen in sierlijke bewegingen. Heerlijke herfst, verandering van seizoen, de sloomheid verkleumt en maakt tijd voor hernieuwde energie. Buiten zitten is nu met truien en jassen, het vuur knettert en verwarmt. Als ik in de vlammen kijk voel ik me een gelukkig man. Mijn lief zit naast me, beide verzonken in onze eigen gedachten. Wat een heerlijkheid om samen te zijn. Liefde  met jou Denise, is het fijnste dat er is.

Het is kwart voor 6 ‘s avonds als ik op mijn fiets huiswaarts keer.  Ik heb een enorm drukke dag gehad, lichamelijk moe en mijn gedachten schieten alle kanten op. Ik kan niet stoppen met afsluiten en me aan het weekend overgeven. Toch ben ik eerder op gehouden om langs de slijter te gaan; mijn vriend Jacques, de Dionysos en leverancier van ’steun en toeverlaat’.

Ik moet een fles whisky  hebben als cadeau. Even voor sluitingstijd struin ik zijn zaak binnen en vraag aan een van zijn medewerkers om een vergelijkbare fles die ik laatst gekocht heb, waarvan ik weet dat ze deze fles niet meer hebben.  Dilemma voor de medewerker, ik zie hem kijken met een blik die getroebleerd is. Lekker duidelijk weer Haanappel.

Jacques komt hem redden en neemt me mee naar een raamloze ruimte. Deze kamer is gevuld met mooie ambrozijnen en ander kostelijk nat. Hij neemt de tijd voor me, laat me ruiken aan kleine flesjes, om de beleving te vergroten. Door zijn verhalen proef ik de sfeer van het moment.  Nu heb ik een probleem. Ik ben zo enthousiast door zijn bevlogenheid, dat ik niet weet welke fles ik moet pakken. De Ierse whiskey, de woestijn eau de vie of de Russische brandy. De klok gaat scherprechter zijn en rond half 7 kies ik voor een veilige variant, ik dien tenslotte rekening te houden met de gastheer ’s avonds.  Ik reken de Ierse af met een zucht.

Jacques kijkt me aan; “een stressvolle dag gehad?” Zijn handen verfraaien de verpakking met een krul. “Ja”, beaam ik met een tweede zucht.

“Ah, zo’n dag”

Nu ken ik hem al een aantal jaar, als regelmatige bezoeker, maar ik laat me toch iedere keer verrassen. Hij onthaast al jaren door oosterse wijsheden en gebruiken.

“Heb je gras thuis?”

Ik heb direct een verkeerde associatie en zie me zelf gras eten om tot rust te komen.

“Ja, maar ik heb liever een borrel zo meteen”

“Dat snap ik. Wat je doet als je thuis komt, is je schoenen uit trekken en dan ga je eerst een paar minuten met je blote voeten in het gras staan. Je moet aarden”

Ik kijk hem aan en aan zijn vriendelijke gezicht zie ik dat hij het meent. Iedere verkoper zou zeggen, dat ik naar huis moet gaan om een borrel te pakken.

Met een glimlach neem ik afscheid. Gek genoeg ben ik de waan van de dag kwijt, zijn woorden hebben me geraakt.

Thuis trek ik mijn schoenen uit en aard zolang de borrel in het glas zit.

Santé

Er was eens een lieve prachtig mooie vrouw. Ze straalde en verblinde met deze schoonheid een blonde Hollander. Telkens als hij haar zag, sloeg zijn hart menigmaal over. Als ze samen waren, verdronk hij in haar ogen. Hij werd verliefd en vroeg haar ten huwelijk. Ze zei ‘ja’ en ze trouwden op een van de warmste dagen van een geweldige periode en ze leefden nog lang en gelukkig…

Nu zou je denken dat het sprookje uit is.

Het is geen sprookje en voor de blonde Hollander de gelukkigste tijd.

Elke dag verdrinkt hij nog steeds in haar ogen. Als hij over haar praat, straalt zijn gezicht.

De ‘hij’, de blonde Hollander, ben ik en de lieve prachtige mooie vrouw ben jij Denise.

Lieve schat, ik geniet zoveel van jou, de verrijking van gevoelens, me veilig en vertrouwd voelen is onderdeel van mijn geluk geworden. Mijn liefste, maatje, minnares, vrouw, mijn alles. Ik realiseer me het geluk dat we samen hebben.

‘Samen oud worden’ vertelden we elkaar, ik wil niks liever. Elkaar onze roerselen vertellen, feest vieren, Carnavallen, festivallen, samen tegen elkaar op de bank. Je voelen, naar je luisteren, lachen en vooral bewonderen. Je bent een bijzondere vrouw. En ik? Ik kan alleen maar verliefd op je zijn.

Elke dag is Valentijn voor mij

Ik zie hem zitten, ineen gedoken, afgekeerd. Onderuitgezakt; half zittend, half liggend op een bank in het stadspark. Zijn gele ski-jack is al lang niet geel meer. Gescheurd en smoezelig. Goedkoop vulsel puilt uit de gerafelde naden als overkokende melk. Hij neemt niet de moeite om zijn veters te strikken, deze bungelen aan zijn versleten booties. Zijn spijkerbroek glimt in de laatste zonnestralen van de dag. In zijn hand heeft hij een fles wijn. Af en toe tilt hij zijn hoofd op en zet zijn gebarsten lippen aan de fles. Hij drinkt grote slokken. Bij iedere slok vallen plukken haar in natte slierten voor zijn ogen. De dag gaat in een roes aan hem voorbij. Althans dat denk ik.

In de winkel staat een vrouw naar een dameshorloge te kijken. Ik kijk met haar mee. Het duurdere segment, Zwitsers echt goud. Haar snit is netjes, Italiaanse confectie, gehipt in de lente kleuren. Borsten gelift en tanden gebleekt. Verveeld staat ze te kijken. Met irritant getik wenkt ze het personeel dat schielijk toegesneld komt. Om haar armen hangen de aankopen van de dag. Met gemak wordt een credit betaling gedaan. Ik zie geen opwinding, geen langverwacht verlangen of impulsieve daad. Haar dag is een ontvluchting. Althans dat denk ik.

Deze arrogantie naar het leven toe pakt me bij de strot en beneemt me de adem. Waar is die libido en waarom wordt de thanatos zo erg getart?

De wil en de lust. Het genot van de liefde en het gieren van de lente door de lendenen. Waarom die glimlach zo’n ontlading met zich mee kan brengen en dat ene nummer waar je kippenvel van krijgt. 6 vrienden aan de Blair Witch en mijn collega dat compliment geven waar hij zo’n recht op heeft, maar van zijn baas niet gaat krijgen. Ik ga coachen en vooral mijn vriend steunen, die de ballen heeft om te durven stoppen met roken; ‘omdat het leven zo mooi is’. Althans dat weet ik

In de kerk hangt nog de geur van een bewierookte mis. Hier heeft de pastoor over hel en verdoemenis gepredikt. Gespierde taal in een kleine gemeenschap, waar zonden door een hogere macht in beweging gezet worden. De gemeenschap weert zich tegen de wolf door bloed en brood tot zich te nemen. De herder reikt het uit. Zijn bestraffende woorden dragen de toornende troost voor het berouwvolle volk.

Langzaam loop ik door het middenschip naar de zijbeuken. Ik ben niet gelovig, ik geloof niet in een god. Toch bezoek ik graag een kerk. De hole stilte, iedere voetstap die echoot door het schip en nagalmt tot achter het altaar. In dit gebouw overheerst echter de soberheid.  Het interieur van deze kerk staat haaks op de roomse overdaad. Ik voel kilte en verstikkende rust. Het waart als een geest rond. Ik voel me niet welkom. Ik zie het aan ‘het lijden’. Het wordt op een gruwelijke wijze afgebeeld. Als vertellend stripverhaal hangt het aan de muur. Er gaat een waarschuwing vanuit. De uitstraling van angst.Ik sluit de zware deur achter me en stap terug in de grijsheid van de dag. De donkere dreiging van de natuur vind ik minder triest dan de bedomptheid van binnen.

De eerste vlokken vallen, het zal niet meer ophouden.

Inmiddels worden we in het dorp een attractie. Achter de vitrages worden we in de gaten gehouden. Wanneer we voorbij lopen voel ik vreemde ogen in mijn rug priemen. Zoals in de meeste Ardense dorpen speelt het leven zich binnenshuis af. In de winter maanden zie je bijna niemand op straat. Een toevallige passant, die zijn hond uitlaat, mompelt iets terug op onze welgemeende groet. Hier is de vergrijzing een feit. Nergens kinderen te bekennen. Geen vrolijkheid. De huizen hebben kleine ramen, dikke muren.

De beslotenheid van het naar binnengekeerd zijn, de beslotenheid van een gemeenschap. De grijsheid van het bestaan.

 

Ik zit in een Ardense keuken Condroz bier te drinken. Het is in de plaatselijke brouwerij gebrouwen. Dit fantastische geurige amber bier heeft een intense smaak en kleurt de winterdag.

Ik denk terug aan de valentijnse zondag die zonder vruchtbaarheidsfeest aan me voorbij is gegaan. Daarentegen zie ik Waalse mannen met grote bossen bloemen hun minnares opzoeken. Ik verdenk dat er ook een heleboel moeders bij zitten. Wellicht is de Waal niet kieskeurig en combineert hij drie in een; moeder - vrouw en minnares. De man die met een bos bloemen het huis tegenover mij in gaat,  kijkt over zijn schouder of niemand hem spot. We kijken elkaar recht in de ogen. Ik knik. Een glimlach tekent zijn gezicht voor hij de deur achter zich dicht trekt. Vruchtbaarheidsriten zijn ook in deze contreien gecommercialiseerd, de fleurist in het lendende dorp is een rijk man.

Wanneer een gedeelte van het dorp de kerkdienst bij woont,  loop ik bij de slager binnen. Achter een hakblok staat een kleine gedrongen man. Zijn witte jas is besmeurd met vette vegen en bloed.  Met krachtige korte armen hanteert hij een groot hakmes en laat het na mijn ‘besjoer ‘ hard neer komen op een varkenspoot. De poot wordt door zijn kracht in tweeën gebroken. Twee varkensogen kijken me aan. De moorddadige blik in zijn ogen doet me denken aan de sublimatie theorieën van Freud.  Ik geloof dan ook niet dat deze slager een gelovig man is. Achter in de zaak ontdek ik een rondborstige pin-up. In een geile pose valt ze niet eens op tussen de naakte hammen. Op de een of andere manier schokt het me niet eens. In dit dorp vind ik de rauwe rudimenten van het Ardense platteland terug. De enorme afgelegenheid en de  beslotenheid van deze gemeenschap proef ik terug in de specialiteiten. Ik wijs een rosbief aan die aan een haak hangt. In weinig woorden maakt hij duidelijk dat het vlees al ‘vendu’ is. Dan maar iets anders en even later verlaat ik de slagerij met een entrecote van een kilo.

Ik lijk me geheel aan te passen.

Na het alarm, doe ik mijn ogen verschrikt open. De wekker laat het zien in concrete cijfers: 06:30. Woest uit mijn slaap weg gerukt, komt na een tijdje het besef, waarom ik op dit onmogelijke tijdstip, in de herfstvakantie het bed uit moet. Ik heb een afspraak met mijn kapper.
Slaapdronken schuifel ik door een donker huis. Tijdens de douche, ontbijt en fietstocht naar de stad blijft het donker. Bij de treden van de fietsenstalling staar ik naar een donker gat. Pas na een blik op het bord met de openingstijden, dringt het tot me door. Thuis ligt er iemand zich enorm te verkneukelen en lacht de rest van de familie wakker. Ik ben een uur te vroeg, de wekker is express niet terug gezet. Wintertijd, waarschijnlijk door het uur jetlag is het me niet opgevallen. Onvoorwaardelijk vertrouwen in de wekker.

Nu sta ik in het donker, een uur wachttijd in het centrum van Maastricht. Om me heen sluiten de laatste kroegen. De laatste tijgers zwalken huiswaarts.
img00021-20091028-0630.jpg
Ik besluit op zoek te gaan naar het ontwaken van de ‘grande Dame’. Langzaam fiets ik door de binnenstad. In de kroegen worden de ramen verduisterd, voor een laatste afzakkertje aan de toog. Ik verwacht intieme gesprekken, of meer wat het buitenlicht niet kan verdragen. Ik zal het niet te weten komen. Op het vrijthof worden de terrassen schoon gespoten.

img00023-20091028-0634.jpg

Een politiewagen rijdt langzaam achter me aan en stopt wanneer ik foto’s neem. Ik trek me er niet zoveel van aan. Ook niet van het geschreeuw en gebral van huiswaarts kerende zatlappen. Alles in scherp contrast met de bedrijvigheid op de markt, die wordt opgebouwd.

img00024-20091028-0637.jpg

Taxi’s en schoonmaak bedrijven rijden af en aan.
img00025-20091028-0639.jpg

De nacht wordt langzaam verdreven  en morgenrood kleurt boven de oostelijke helft. Ik wil dit beeld beter kunnen pakken en fiets zuidwaarts de Pietersberg op.

img00030-20091028-0655.jpg

Hier heb ik een fantastisch uitzicht over de Maas vallei.

img00031-20091028-0656.jpg

Een ontwakende stad wordt geneveld in rode schakeringen. Ademloos sta ik minuten lang te kijken naar dit schouwspel. Ik probeer de kleuren te vangen, alleen de megapixels van mijn mobiel zijn niet genoeg om dit palet digitaal op te kunnen slaan. In dit gedeelte van de stad is het stil, ik hoor alleen het zachtjes suizen van de wind. Het langzaam op gang komende forens verkeer wordt verstomd door een warme zuidenwind. Naast een van de hotels op de berg staan tientallen Poolse auto’s geparkeerd. Hier slapen klusjesmannen, ver weg van eigen land en haard.
Nog eenmaal fiets ik de markt over. Inmiddels zijn alle kraampjes opgebouwd en waren uitgestald. Straks ga ik hier boodschappen doen.

img00034-20091028-0708.jpg

Van een ontwakende stad is eigenlijk geen sprake, de stad slaapt niet. Haar ingezeten zorgen voor een balans tussen rust en waken.

Next Page »