werk


Een naderend ontslag werkt verlammend, zie ik om me heen. Er wordt alleen maar gepraat en gespeculeerd.
De mededeling had ’s ochtends gonzend de gemoederen bezig gehouden. Er ontstond een zenuwachtige trek naar het middelpunt van het gebouw. Niemand wist iets en in die onzalige onwetendheid nam de spanning toe. Ik wist direct dat het slecht nieuws was, terwijl er niks gecommuniceerd werd. Toch voel je dit aan, in een periode dat crises het zwevende woord is en zelfs tot in de slaapkamer merkbaar is. De voortekenen waren al gegeven in de roadshow van een aantal weken geleden. Bejubeld werd onze drive en het geweldige resultaat dat we met z’n allen bereikten. De spreekwoordelijke broekriem moest wel worden aan getrokken. De economisch recessie zou ook ons bedrijf raken.  De mededeling ’s middags tartte de loyaliteit. Veel sneller dan gedacht en gevonden worden we nu gesnoerd en al een week lang hangt een zwaard boven onze hoofden, het Damocles staal zal ongenadig hakken.
Ik laat het gelaten op me af komen en kijk vooral naar de reacties van mijn collega’s en wat het met ze doet. De effectiviteit verwordt tot een schimmig spel waarin ware gezichten tot uiting komen. Het is de onzekerheid die tot frustratie en spanning laat ontvlammen in excessief gedrag.
Ik heb nu een week de tijd gehad om te kunnen relativeren. Een week waarin ik heb kunnen nadenken. Dit stemt me mild en is voor mij een duidelijk signaal dat ik niet afhankelijk ben van de willekeur die nu aan het ontstaan is.
Laat het zwaard maar hakken, doe het snel, netjes en met respect.

De overstap naar een nieuw jaar gaat nooit onopgemerkt. Na de winterslaap van een paar maanden stormt , met slaapkorrels, de gehele goegemeente door de burelen. De goede voornemens, ze duren hooguit 8 weken: dan is het carnaval.
Stoeptegel en Badmuts hebben het afgelopen half jaar geyoutubed en gehyved. Weten alles over aarsjesbleek, lippenliften en tiettillen. Hebben de vakantie geboekt, struinen marktplaats af naar koopjes. Zijn gefacebooked en gelinkedin en houden er een chatrelatie op na.
Na half 5 trappen ze af naar de kroeg om de hoek voor een afzakkertje en een lijntje. Om 6 uur staan ze geil naar elkaar te loensen in de sportschool. Ze trekken aan wat gewichtjes en hebben het “oh zo druk, druk druk druk”. De intelligentie van beide is te verwaarlozen, om al helemaal niet te spreken over sociale intelligentie.
Ik volg Stoeptegel en Badmuts de komende tijd, ze zijn het prototype werknemer.Badmuts stelt Stoeptegel een moeilijke vraag. Stoeptegel, op dat moment met iets anders bezig trekt fronsend zijn wenkbrauwen op. Helemaal niet gewend aan de vier woorden die Badmuts er kirrend weet uit te kakelen, klikt de digitale porno mop van zijn scherm en kijkt haar aan. Een ongeschreven wet schrijft voor dat Stoeptegels Badmutsen niet in de ogen kijken, maar standaard 25 cm lager. Tegen haar borsten antwoord hij: “een 6je graag”. Geen belediging voor beide, maar het nu eenmaal het nummer van de consumptie uit de  koffieautomaat.
Zijn voornemens hebben het een dag volgehouden, hij krabt eens aan zijn kont en ruikt aan zijn vinger. Badmuts swingt heup zwaaiend met het treetje over de gang. Hij ruikt nog eens. Het lijkt wel of er een oorzakelijk verband is tussen zijn vinger en haar tred. Zichtbaar opgewonden legt hij iets recht en gaat anders zitten.
Hij kijkt gelukkig. Haar is zijn blik niet ontgaan. Badmuts is blij voor hem. Hij heeft de komende tijd tenminste iets te doen, Ze was oprecht bang dat hij bevangen zou worden door het ‘bore-outvirus’.


De trein wordt drukker naarmate we dichter de randstad naderen. Het lijkt de dikke kerel die tegenover me zit niet te deren. Zijn vette lijf zucht langzaam op en neer in golvende bewegingen; adem in, adem uit. Zijn ontbijt, dat langzaam uit de mondhoeken zijn baard door het slaapkwijl in stroomt, glinstert in het zwakke ochtendlicht. Ik moet even denken aan de reclame van de behulpzame dame bij het busstation, maar heb niet het lef een beflapje onder zijn kin te leggen. Ik vermoed een ambtenaar. Eerste klas kaartje, OV jaarkaart, geitenwollen sokken, gezondheidschoenen. Stropdas en jasje uit het jaar nullekes. Ambtenaar cultuur en welzijn. Een leerzaam proces te forenzen tussen Maastricht en Amsterdam. Bekijk met lede ogen reizend en werkend Nederland eerste klas. Het imago heeft de trein niet mee. Wat een chagrijn, wat een humeur, pure belegenheid. In dit ochtend gebed toch een lichtpuntje. De dame schuin tegenover me glimlacht naar me. Ik lach terug. Wakkere morgen gedachten ontspinnen in de verre gedrochten van mijn bewustzijn. De verzameling en de opeen gepakte medereizigers vragen om nadere beschouwing. Vanzelf neemt mijn fantasie een loopje met me.
Vraag me af hoe de ambtenaar zijn dag door gaat brengen. Hoe kan hij beleid gaan maken terwijl hij nu al moe is? Misschien is beleid maken wel erg intensief? Of heeft hij de nacht doorgebracht en tantra sex gehad met een stel dampende negerinnen. Kan ik van de lachende dame niet zeggen, ze zou wel willen, maar haar kerel was na de voetbalwedstrijd met een fles bier in zijn handen op de bank in slaap gevallen. De bank employee naast me heeft zulke glimmende schoenen. Dat doet hij,  schoorvoetend, staand bij de coffeecorner, om onder de rokken van zijn collega’s te kunnen kijken. De stuurse bril wil eigenlijk helemaal niet naar zijn werk. Zijn blouse is ongestreken en zijn sales outfit is gekreukt. Met een humeurige blik zit hij friemelend met zijn huissleutel naar buiten te staren.
Veel te snel ben ik in Amsterdam. De lachende dame drukt me een briefje in mijn handen. In een mum van tijd stroomt de trein leeg. Culturo Vetzo veegt met een smoezelige  zakdoek zijn baard af. De forens heeft een startsein gekregen. De trein is alleen maar een springplank, de forenzende mens als vluchteling van zijn gedachten.
Voor het station ontvouw ik het papiertje en zie nog net de eerste drie cijfers van een mobielnummer als een rukwind mijn verbazing uit handen blaast.

Met een verslagen blik zit hij me aan te kijken. Ik geef geen krimp, blijf stoïcijns zitten. Eindelijk heb ik hem waar ik hem wil hebben. Geconcentreerd, aandachtig en doordrongen van het feit dat hij geen mogelijkheid meer heeft om uitwegen te zoeken. Of toch?
Ik zie hem moeite doen voor een laatste stuiptrekking, een poging wagen. In ingeving laat me inzien dat ik moet ingrijpen en anticiperen.
Glad en gelikt, klaar om mij aan te vallen. Als twee roofdieren kijken we elkaar in de ogen. Hij weet alleen niet dat hij gegeten zal worden. Dit is de situatie die ik hebben wil.

Ik neem uit het verleden een schat aan conflict hatering met me mee. Debielen vertonen vaak dezelfde eigenschappen als engineers die met oogkleppen de wereld betreden. Conflicten zijn een uiting van frustratie en angst, haal de frustratie weg en de angel wordt uit het conflict gehaald.

Van deze engineer heb ik iets nodig, terwijl hij schermt met tijd, prio’s en werkdruk. Alleen ben ik zijn manager niet, ik ben zijn klant.
Ik klim van zijn bureau en neem hem mee naar de coffeecorner.
“Kom we gaan een bakkie doen”, is het onverwachte. Gedwee en in verwarring volgt hij me. Bij de automaat drinken we een bakkie en kletsen we over de olympische spelen. Ik vraag naar zijn favoriete onderdelen. We komen al snel uit op worstelen en LAN party’s.
Persoonlijke aandacht en complimenten is een van de ontberingen en oorzaak voor frustratie. Ik vertel hem dat hij de specialist is en ik ga hem helpen te zoeken naar een oplossing van het probleem. Ik leg de nadruk op ’samen’.
Hij lijkt zijn boosheid te verliezen. Ik analyseer, hij zit aan de knoppen. Een uur later is het slepende incident verleden tijd.

“dat heb ik goed gedaan” zegt hij

“Ja jong, maar jij bent de specialist”

Met een tevreden glimlach gaat hij weer op in zijn heilige symbiose. Ik laat hem zitten achter zijn scherm en sluit zacht de deur achter me.