Ineen en weggedoken op de bank overdenk ik de beslommeringen van de afgelopen. dagen. De vergankelijkheid van het leven, de woorden beklijven in mijn hoofd. Ze overschaduwen de euforie van een nieuwe baan en de indrukken die ik op doe. Ze verdrukken de opwinding. De hippe en trendy omgeving slaat in mijn stemming om in een plek waar ik eigenlijk niet wil zijn.
Toch besef ik dat alles doordraaid. Immers, morgenvroeg gaat om 10 over 6 de wekker en een nieuwe dag rolt zich voor me uit.

Vanavond ben ik met M. een heel stuk gaan wandelen. Ik wilde er zo graag voor hem zijn, hem uit de benauwdheid halen. Samen met hem de zon boven maastricht zien zakken. Het oranje licht deed ons goed en in de schemering bespraken we de opvoeding, werk, opgezette tenten met Raoul en het pak van Pieter, wat hij niet mag aantrekken.

Morgen feest, morgen bestraling. Ik vind het zo dapper dat ze er morgen bij is.

http://www.youtube.com/watch?v=EEctVuj7Edc

bram-ardennen.BMP

bram-ardennen.BMP

Vanuit de Condroz reed ik de Ardennen in. De overgang van dit verstilde vergeten en zo prachtige land naar de machtige wouden was indrukwekkend. Was ik eerst langs beekdalen en over heuvels gefietst, vergezichten met lieflijke prielen, nu storte ik me in de mysterieuze omgeving van offertafels, menhirs en oude sages. Dreigend lag de Ardennen op me te wachten en slokte me op.

Alles is waar. Als me verteld wordt dat er nog kobolten zijn die er naar goud delven, zal ik het geloven. Hoog boven me zweefden grote buizerds loerend naar een prooi, klaar om me te vangen. De roep van dwaallichtjes is vele malen sterker en probeerden me te lokken naar de krochten van aarde. In de beken stroomt bruin veenwater dat smaakt naar roestig bier. 

Op de hoek van het plein staat een houten frietkot. De aardappelen drijven in de walmende olie. Een groot glas mede ontnuchterd het vet. Ben bang dat het bier in mijn benen zakt, maar dit moment wil ik niet verstoren.

Les Ardennes, c’est mois

Ik doe alsof ik niet misselijk ben, ik wrijf over mijn buik en neem een slok Spaanse brandy. Ik sta stijf van de suiker, eieren en slagroom.  De slok brandt heerlijk in mijn keel en verzacht de deegmassa die als een blok nu op mijn maag liggen.

Ben de afgelopen dagen erg ijverig geweest.  Heb  wafels gebakken, van die Brusselse waffelen. Een avond  zoete geuren. Geuren die ruiken naar kerst. Nu is Toop niet jarig rond het einde van het jaar en sta ik dus in de zomer mijn best te doen om voor hem een tractatie te verzorgen.  Een treetje voor school, een trits voor de zwemles, buren komen klagen dat het zo lekker ruikt en de andere koters eisen hun erfdeel ook op.

laat dat jong nu de volgende morgen ziek zijn…….

Sta ik daar met 50 wafels, wel lekker :)

Wafels:

 +/- 22 stuks

ingredienten in deze volgorde in hoge kom bijelkaar voegen

8 eieren klutsen
400 gram witte bastert suiker toevoegen
2 zakjes vanille suiker
250 gr gesmolten roomboter door heen spatelen
400 gr zelfrijzend bakmeel toevoegen
2 dl slagroom

beslag half uur laten rusten voordat je de wafels kunt bakken

Langzaam kom ik in vorm, klaar voor de grote ontmoediging. De ontmoediging zal een ware slijtage gaan worden, maar ben er klaar voor.

Vorig jaar mochten we even aan elkaar ruiken,  op z’n hondjes was ik degene die naar zijn gat mocht kijken. Lachend keek hij af en toe achterom. In zijn flitsend en glimmend pakje danste hij naar boven. De pedalen kraakten en van frustratie verviel mijn oude bike in de contra beweging. Iedere tred naar beneden was niet een duw voorwaarts,  maar een beproeving van de zwaartekracht. Ik wilde mijn krachten niet verdelen, ik werd gedwongen door de harmonica werking. Het koste me twee keer zoveel energie.

Smalend schreef hij over te vroeg pieken. Ik ben gelukkig geen olympier, of medaille pretendent. Wel zal ik je ergste nachtmerrie zijn in de Ardennen.

Bezweet schrik ik wakker. Iets in het verhaal klopt niet. Ik kom er niet achter wat het is. Uren lig ik te peinzen en te draaien. Pas tegen het ochtendlicht vallen mijn ogen dicht; ik heb geen bike meer.

Mazzel

Ik kijk naar de spleten in het hout. De knoesten lijken op enorme tepels; als wakende ogen houden ze me in de kijker.
Ik kan niet slapen. Als in een maalstroom probeer ik de film over fastfood te verwerken. Terwijl de hamburgers door mijn gedachten bakken, bekijk ik de kierende kast. Wat een ongelovelijke schoonheid. Door de gladheid en schittering van het hout, straalt de vorm meer kracht uit. De rondingen voelen aan als een vrouwenlichaam, zacht, licht golvend en wellustig aanwezig.
De enorme loveseat ervoor is pompeus en doet me denken aan vraatzucht. De rondingen van 1 op de 20 Amerikanen is zo giga, dat ik geen onderscheid meer kan maken tussen mannen en vrouwen. Kerels met BH’s aan en vrouwen waarvan haar borsten in diepe plooien verzinken. Billen zo groot als busbanken.
De voedsel verslaving en heel specifiek; de suiker verslaving. Drang hebben om te snoepen, dezelfde drang wanneer je een stickie wegpaft. De drang om je lekker te voelen, alleen zo kortstondig dat je lijf roept om meer. Je lekker voelen wanneer je de driedagelijkse fastfood maaltijd verwerkt, king-sized wegspoelen met een gallon frisdrank.
Met verbazing kijk ik naar de docu. Zwaarlijvigheid, kinderen ’s morgens al aan de cola en het middageten de friet ermee wegspoelen.  Het ergste is,  dat de Amerikaanse scholen het als lunch serveren, is er niemand die ze verteld dat je van die suikers moe wordt? Met z’n allen houden we deze zotheid in stand en de industrie in balans. Alles gericht op de gretigheid van de afhankelijke mens.

Moet bekennen dat de Pavlov reactie niet uitbleef. Een golf van walging over spoelde mijn lekkere avondtrek. Mijn nightcap werd een glas water, matig en sober….

Morgenvroeg gaat om half zes de wekker voor een rondje van 10. Ondertussen probeer ik los te komen van deze a-sexuele vette lijven. Het zicht op de knoesten bevestigen mijn beeld, tenslotte heb ik een eenzijdige kijk op het leven. Ik ben een man van uiterlijkheden, niet van de inhoud.

Met een verslagen blik zit hij me aan te kijken. Ik geef geen krimp, blijf stoïcijns zitten. Eindelijk heb ik hem waar ik hem wil hebben. Geconcentreerd, aandachtig en doordrongen van het feit dat hij geen mogelijkheid meer heeft om uitwegen te zoeken. Of toch?
Ik zie hem moeite doen voor een laatste stuiptrekking, een poging wagen. In ingeving laat me inzien dat ik moet ingrijpen en anticiperen.
Glad en gelikt, klaar om mij aan te vallen. Als twee roofdieren kijken we elkaar in de ogen. Hij weet alleen niet dat hij gegeten zal worden. Dit is de situatie die ik hebben wil.

Ik neem uit het verleden een schat aan conflict hatering met me mee. Debielen vertonen vaak dezelfde eigenschappen als engineers die met oogkleppen de wereld betreden. Conflicten zijn een uiting van frustratie en angst, haal de frustratie weg en de angel wordt uit het conflict gehaald.

Van deze engineer heb ik iets nodig, terwijl hij schermt met tijd, prio’s en werkdruk. Alleen ben ik zijn manager niet, ik ben zijn klant.
Ik klim van zijn bureau en neem hem mee naar de coffeecorner.
“Kom we gaan een bakkie doen”, is het onverwachte. Gedwee en in verwarring volgt hij me. Bij de automaat drinken we een bakkie en kletsen we over de olympische spelen. Ik vraag naar zijn favoriete onderdelen. We komen al snel uit op worstelen en LAN party’s.
Persoonlijke aandacht en complimenten is een van de ontberingen en oorzaak voor frustratie. Ik vertel hem dat hij de specialist is en ik ga hem helpen te zoeken naar een oplossing van het probleem. Ik leg de nadruk op ’samen’.
Hij lijkt zijn boosheid te verliezen. Ik analyseer, hij zit aan de knoppen. Een uur later is het slepende incident verleden tijd.

“dat heb ik goed gedaan” zegt hij

“Ja jong, maar jij bent de specialist”

Met een tevreden glimlach gaat hij weer op in zijn heilige symbiose. Ik laat hem zitten achter zijn scherm en sluit zacht de deur achter me.

In het winkelcentrum sta ik geheel in gedachten te wachten op mijn Vietnamese loempiaatjes.

Na de boodschappen en het verlaten van de supermarkt keek ik naar het nieuwe koffiehuis.
De Chinese eigenaar heeft zijn inboedel in de ban gedaan en een doorsnee koffiehuis interieur geplaatst. Tot mijn verbazing zaten er die middag veel mensen te schuilen tegen de druilerige regen.  Waar de wok eens siste, sist nu het espresso-apparaat. Door de grote ramen zie ik wijkbewoners, leutend naar het winkelend publiek kijken.

Ik moet heel erg wennen aan dit beeld. Jarenlang hebben we boven de chinees gewoond, jarenlang exotische gerechten gesnoven. Nu China ‘hot’ is en vooral in, besluit hij over te stappen naar een nieuw bestaan, zonder draken. Het roer om, de lotus is vervangen door het koffielepeltje.
Berustend in deze verandering kijk ik naar de lachende Vietnamese dame. Als ik wil betalen, word ik van achteren op mijn schouders getikt. Ik draai me om en kijk recht in de ogen van Manuel

“Ik ben getrouwd” Manuel steekt zijn linker ringvinger onder mijn neus en toont een gouden ring, “en zit nu met mijn vrouw bij de Chinees koffie te drinken”

Ik slik en staar naar de boomlange ex-pupil. Ik stamel proficiat en reken af bij de Vietnamese dame die inmiddels een glimlach van oor tot oor heeft. Ze ziet me lijden. Ik probeer me ondertussen een voorstelling  te maken van zijn vrouw.

“Ik werk ook niet meer!”

Bijna wil ik proficiat zeggen, maar bedenk me en vraag:   “…. en nu?”

“Ik wil weer op de kermis werken, maar dat mag ik niet van mijn vrouw!”

Ik krijg een vette knipoog van hem, twee ratteoogjes schitteren zwart naar me.

“dan ben ik te veel weg en denkt ze dat ik naar de hoeren ga”

Ook nu ligt ‘proficiat’ op mijn tong.

“Weet je nog dat ik zo bang van spuiten was?”

Hij opent zijn gaper en ik staar in een groot gat met rotte tanden. In het midden ligt een witte zeemlerenlap met een metalen clitoris.

“Kijk eens, heb ik na mijn trouwen laten zetten”

Ik kan alleen proficiat zeggen. Met een vette knipoog loopt hij quasi macho naar de Chinees. Ik kijk hem na.

De Vietnamese dame geeft me een ook vette knipoog.

“proficiat………….. sambal bij?”

Aan de rand van het zwembad sluit ik loom mijn ogen. De schaduw van een grote plataan, waar ik onder lig, beschermt me tegen overvloedige blootstelling aan UV-stralen.
Ik hou niet zo van insmeren. Deze fijne karakter eigenschap heeft me menig pijnlijke en ongemakkelijke verbrandingen bezorgd. Opgegroeid in onwetenheid blijf ik volharden in die verschrikkelijke ontkenning, terwijl de ratio allerlei signalen uitzend en juist het tegendeel laat zien. Zelfs wanneer mijn kinderen mij aankijken en met hun basisschool en klokhuis kennis roepen dat ik een sukkel ben, blijf ik onberoerd alle toeters en bellen negeren.

Er werd vroeger in het ouderlijkhuis alleen gesmeerd als het te laat was. Dan haalde mijn moeder vanuit een geheime plek in de caravan een groot geel en rond blik tevoorschijn. De zalf werd royaal op de pijnlijke plekken gesmeerd. Na deze behandeling glom ik en plakte mijn kleren aan mijn lijf.

Een keer heb ik een boer dit spul zien gebruiken, waarvoor het eigenlijk bedoeld is. Met zijn grote ruwe handen nam hij na het melken een ferme lik uit de pot en smeerde daar de uiers van de koe mee in. Met alle zachtheid masseerde hij de spenen. Ik meende later een vleug erotiek te zien, maar was te jong om dit echt te begrijpen. Ik herkende alleen het grote gele ronde blik.

Ik ben er groot mee geworden. Ik ben later de de zalf als wondermiddel gaan zien; tegen puistjes, hanekammen, wintervoeten, lentetenen, zomerkloven en herfstdepressies. Voor een wedstrijd rugby smeerde ik mijn hele hoofd ermee in. Dat schoof lekker in de scrum. 

En vacance; ergens in de tent heb ik een groot geel rond blik verstopt. De koters gruwelen. Mijn knuffelindex keldert naar 0 waardes, het meurt en ik word de tent uit gebonsjoerd. Dat is weer een nacht in de hangmat, maar goed dat die zalf vliegwerend is!

Zwoegend, rochelend doe ik 1 rondje. De ommegang duurde met rek & strek 25 minuten.  25 lange minuten waar ik rose en vele spijzen verdamp. De maaltijd, weggespoeld met flessen rose, na een dag auto, waren een verademing en een zeer welkome afwisseling na de onder me wegschietende franse wegdekstrepen.

In de zachte zonsondergang krijgt het gehele landschap de glans waarom ik op vakantie ben. Het uitzicht op het meer is adembenemend. Het meer, neem ik me tijdens het eten voor, doe ik morgen rennend. Ik laaf me aan de bourgondische spijzen en laat de ambrozijnen rijkelijk vloeien.

De bourgogne heeft heerlijke rose, deze is vol en fruitig. Je proeft rood fruit zonder zoet te worden. We maken de vergelijking met de provenciaalse rose die we de afgelopen week gedronken hebben. Net terug uit de provence is het verschil duidelijk. Heerlijk rozig zijn we het met elkaar eens.

Caat zegt;  ‘alles in de bourgogne is vol en rond, het klimaat matig met veel zon en neerslag. In de provence schijnt de zon overvloedig, maar zijn de omstandigheden extreem. De wijnranken vechten om iedere druppel mediterane regen en verliezen hierdoor veel van hun volheid’.

Ik knik en denk dat ik het begrijp, neem nog een slok en sluit mijn ogen. Ik proef de bourgogne, vol en rond. Droom voor me uit en kijk naar het magistrale  uitzicht. Het meer , rimpelloos, kleurt langzaam rose door de ondergaande zon.

De volgende ochtend vervloek ik die smaak, de gretigheid en de roze kleur. in mijn hoofd stampen michelinmannetjes mee met iedere stap die ik versneld probeer te nemen.

25 lange minuten rond het meer. De muziek op mijn oren slepen me voort. Het meer, waar nu de schuimkoppen op staan, grijnst meedogenloos. Ik haal het…… 

Met uitzicht op het water zit ik voor mijn tent, zweet en puf na

Een volle ronde 50+ dame in het roze begint aan haar tweede ronde. Ik kijk haar na en vraag me af of de provenciaalse toch niet lekkerder is.  

Met een dood vogeltje in mijn mond werd ik wakker.

 De radiowekker bleef irritant klassieke muziek spelen. Met 1 oog dicht probeerde ik de radio te killen, maar mislukte in deze vruchteloze poging. Het ontbrak me aan lef en toewijding. De wekker bleek een meter te ver weg en mijn voet bleef zweven in het luchtledige. Met het andere open kijk ik naar het plafond, ik lik over mijn lippen. Ik proef de witte wijn niet meer, maar voel de kabouters die met hun pikhouwelen de binnenkant van mijn hoofd bewerken. Het vogeltje dat de hele nacht heeft liggen sudderen en mijn smaakpapillen zodanig heeft geprikkeld, verspreid een weeige geur. Ik ruik de carpaccio met truffel mayonaise, de Bouillabaisse geklaard met kippenbouillon en de chocoladetaart die op gegeten moest worden. Met name dat laatste: we hebben de vorm zelfs uitgelikt. We doen wel alsof we een elitekookmannengezelschap zijn, maar ondertussen staan we met onze sloven als barbaren en uitgehongerde kinderen te dansen in de keuken van opwinding. Verhalen over het goede leven gaan over de tong en goedlachs slaan we elkaar op de schouder.

Bruusk tapoteer ik mijn mond met een borstel.  Ik haat de uitdrukking, ’s nachts een vent, ’s morgens ook een feest.

“we fietsen wel alleen Pa, je slingert”

Ze zwaaien me na en fluiten als een dood vogeltje…..

Next Page »